Biotechnologie

Houdt Brussel de slimme zaden tegen?

Door Rob Ramaker - 13 juni 2018

Europese Hof oordeelt binnenkort over innovatieve veredelingstechnieken voor de voedselproductie. Veredelaars houden hun adem in. Terwijl in de treuzelende Europese Unie strenge regels dreigen, wordt Amerika steeds soepeler.

Het veredelen van betere aardappels, tomaten of uien is niets voor ongeduldige mensen. Zelfs met de modernste technologie duurt het jaren om de planten te kruisen, te laten groeien, de beste te selecteren en weer verder te kruisen. En dus zoeken bedrijven altijd naar methoden om dit proces te versnellen.

Hun geduld wordt daarbij ook op een andere manier op de proef gesteld. Al twaalf jaar treuzelt de Europese Commissie met een oordeel over een reeks nieuwe veredelingstechnieken. Onduidelijk is of deze nou wel of niet vallen onder de strikte Europese regels voor genetische modificatie – een vorm van veredeling waarbij het DNA van een organisme direct wordt aangepast op een manier die in de natuur niet mogelijk is.

‘We staan op het startblok’

In de Verenigde Staten komen intussen de eerste producten al op de markt: ziektebestendige rijst en hoogwaardiger maïs. Bij de Nederlandse zaadveredelingsbedrijven groeit dan ook de angst om achterstand op te lopen. ‘We staan op het startblok,’ zegt John-Pieter Schipper (45), CEO van Bejo Zaden uit Warmenhuizen. ‘We willen gaan zwemmen en zien de concurrentie al in het water liggen. Maar we hebben nog niet het startschot gekregen en dat belemmert ons.’

Bedrijven hebben hun hoop gevestigd op het Hof van Justitie in Luxemburg. De rechters spreken zich – waarschijnlijk deze zomer – uit over specifieke technieken. Bedrijven hopen op een gunstig vonnis, maar hebben vooral behoefte aan duidelijkheid.

Mild regime

De Europese richtlijn voor genetische modificatie trad in 2004 in werking. Twee jaar later al bleek dat voor sommige technieken onduidelijk was of ze onder de richtlijn vielen. Voor bedrijven maakt dat nogal een verschil. Terwijl reguliere veredeling door kruising onder een mild regime valt, zijn de veiligheidseisen voor genetisch gemodificeerde planten zo streng dat het vergunnings­proces doorlopen miljoenen euro’s kost. Dat is alleen weggelegd voor multinationals, niet voor het midden- en kleinbedrijf.

De Commissie begon in 2006 al met onderzoek naar de technieken, maar van urgentie was lang weinig te merken. De Europese voedsel- en waren­autoriteit EFSA kwam in 2012 met rapporten dat twee van de technieken veilig waren. Maar een juridisch oordeel van de Commissie bleef uit.

Intussen werd steeds meer bekend over de innovatieve technieken. In het tienjarige project DuRPh, betaald door het ministerie van Economische Zaken, testten plantenwetenschappers van Wageningen University een aardappel die bestand was tegen de gevreesde ziekteverwekker Phytophthora.

In wilde aardappelrassen vonden de onderzoekers beschermende genen. Deze knipten en plakten ze in een supermarktaardappel. Deze aanpak heet cisgenese en onderscheidt zich van genetische modificatie doordat genen niet in een andere soort worden geplaatst.

Veredelaars komen voor uitdagingen te staan

De resultaten van DuRPh waren indrukwekkend. Er hoefde 75 procent minder bestrijdingsmiddel te worden gespoten, en oogsten mislukten minder vaak. Zulke nieuwe werktuigen zijn bijzonder welkom. Voor veredelaars liggen er enorme uitdagingen, zegt Niels Louwaars (60), directeur van Plantum, branchevereniging voor onder meer veredelingsbedrijven.

‘De voedsel­productie moet stijgen om de bevolkingsgroei bij te benen’

Zo is er behoefte aan planten die bestand zijn tegen vraat en ziektes nu de Europese Unie wil dat boeren minder bestrijdingsmiddelen gebruiken. ‘Ook moet de voedselproductie stijgen om de wereldwijde bevolkingsgroei bij te benen. Veredeling gaat dat niet alleen oplossen, maar kan een bijdrage leveren.’

Ingewijden hebben wel een verklaring voor de traagheid van de Europese Commissie. De discussie is enorm ingewikkeld en het debat is in Europa explosiever dan elders. Landen zijn sterk verdeeld over het gebruik van biotechnologie in de landbouw. De huidige Commissie paste enkele jaren geleden de richtlijn al aan. Dat verliep erg moeizaam. Eén voorstel werd zelfs van alle kanten afgeserveerd – een nederlaag voor Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.

Duidelijk oordeel

Jennifer Doudna is pionier innovatieve techniek CRISPR-Cas9. Foto: HH

De laatste jaren neemt de druk op de Commissie toe. Steeds vaker duiken gewassen op die met de nieuwe technieken zijn gemaakt en vragen om een duidelijk oordeel. Veel van die planten zijn gemaakt met CRISPR-Cas9, een werktuig dat in 2006 nog niet eens was ontdekt. CRISPR-Cas9 is het best te vergelijken met een schaartje dat gericht kan knippen in het DNA van planten, en ook mensen en dieren. Veredelaars willen het gebruiken om genen gericht uit te schakelen. Het gaat bijvoorbeeld om genen die een plant kwetsbaar maken voor ziektes.

CRISPR-Cas9 ontwikkelde zich zo snel dat onderzoekers in Zweden, Duitsland en Finland al in 2015 – enkele jaren na de ontdekking – proeven wilden doen met veranderde gewassen. Van de nationale toezichthouders kregen ze al snel groen licht.

Aardappeloogst in Kekerdom. ­Nederlandse bedrijven domineren handel in pootaardappelen. Foto: HH

Ook voor veredelaars is kristalhelder dat de resistente aardappel geen genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s ) zijn. Volgens de Europese definitie is dat het geval als de plant is veranderd op een manier die in de natuur niet voorkomt. Het maken van bijvoorbeeld een resistente aardappel kan ook met ouderwetse kruisingen; alleen kost het decennia in plaats van jaren.

Onnatuurlijk

Tegenstanders zijn het oneens met deze redenering. Niet het eindresultaat zou tellen maar het proces. En omdat cisgenese en CRISPR-Cas9 vormen van biotechnologie zijn die tot stand komen in het lab gaat het volgens hen sowieso om genetische modificatie. ‘Ik wil dan ook een kanttekening plaatsen bij de term “nieuwe veredelingstechnieken”,’ zegt Bart Staes (59), europarlementariër voor Groen, een Vlaamse partij die bij de Europese Groenen hoort. ‘Het zijn genetisch gemodificeerde organismen 2.0.’ Staes wil strikte veiligheidsmaatregelen en labelling van de voedselproducten.

‘Natuurlijk voedsel bestaat niet. Je struikelt in het bos nooit over broccoli’

Dit is meer dan een botsing van definities, het is botsing van perspectieven. Staes ziet het liefst een toekomst met een andere landbouw, op ecologische basis en regionaal. Veredelaars snappen niet dat je compleet zou afzien van een technologie, en ergeren zich dat biotechnologie als onnatuurlijk wordt gezien. ‘Natuurlijk voedsel bestaat niet,’ zegt Ernst van den Ende (55), hoofd van de Wageningen Plant Research waar het DuRPh-project plaatsvond. ‘Je struikelt in het bos nooit over broccoli.’

In juni 2015 floot de Europese Commissie de nationale toezichthouders terug die de met CRISPR-Cas9 gemaakte producten wilden toelaten. De Commissie vroeg te wachten met veldproeven tot het juridische kader eind 2015 echt zou komen. Maar ook die beslissing bleef de Europese Commissie voor zich uitschuiven. Bij veel experts raakte het geduld op. Een Zweedse wetenschapper kookte demonstratief met een aangepaste Chinese kool.

In Nederland, met zijn eigen veredelingssector, groeide intussen de ongerustheid. De Tweede Kamer nam in 2016 een motie aan die ervoor pleitte om sommige toepassingen van CRISPR-Cas9 niet meer te zien als genetische modificatie. Ook het Regeerakkoord van Rutte III wijdde een regeltje aan de veredelingstechnieken.

Voorzichtig opereren

Begin 2017 kwam de wetenschappelijke raadgever van de Europese Commissie eindelijk met een rapport waar Commissaris Vytenis Andriukaitis voor Gezondheid en Voedselveiligheid om had gevraagd. Later dat jaar was er een grote bijeenkomst in Brussel.

Deze gaf Jan Huitema (33), europarlementariër voor de VVD en zelf voorstander (‘Ik ben enthousiast over de enorme potentie van deze technieken’), een goed gevoel. Hij merkte dat de eurocommissaris positief tegenover de technieken staat, maar voorzichtig opereert om te garanderen dat een voorstel een meerderheid van lidstaten en europarlementariërs achter zich krijgt.

Helaas was inmiddels zo veel tijd verstreken dat een Franse rechtszaak over de nieuwe technieken bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg was beland. Dit leidde tot nieuw uitstel, omdat de Commissie zich niet wil uitspreken zolang de zaak loopt. Een Nederlandse poging de Commissie met een beleidsvoorstel tot actie te bewegen, haalde in september 2017 niets uit.

Opsteker

Er hangt dan ook veel af van het oordeel van de rechter in Luxemburg. Een duidelijk oordeel geeft de Commissie rugdekking om met een voorstel te komen. Een opsteker kreeg Nederland al in januari. De advocaat-generaal gaf een gunstig advies aan het Hof van Justitie. Die adviezen worden meestal opgevolgd. Ook de druk van buiten Europa helpt. De producten die bedrijven daar straks maken met bijvoorbeeld CRISPR-Cas9, zijn simpelweg niet te herkennen. Daarvoor kan de Europese Unie niet wegduiken.

Toch waarschuwen ingewijden voor te veel optimisme. Het is mogelijk dat de Commissie-Juncker dit explosieve dossier laat liggen. Dat betekent meer uitstel, mogelijk tot in 2020 en verder. Dan moet een voorstel de europarlementariërs ook nog overtuigen. Nederland is al druk aan het lobbyen. Europarlementariërs voor wie de technische discussies lastig zijn, kregen in mei een toelichting van brancheorganisatie Plantum.

De discussie over de nieuwe veredeling verloopt tot nu toe constructief. Eind jaren negentig ontspoorde het debat nog. Bedrijven klopten de voordelen op en burgers werd de stuipen op het lijf gejaagd met ongefundeerde angstverhalen over Frankensteinvoedsel. Dat heeft zijn sporen nagelaten. In 2010 liet een enquête zien dat Europeanen zeer negatief denken over genetische modificatie. Die schaduw hangt boven de nieuwe technieken. Greenpeace en Friends of the Earth framen ze onheilspellend als ‘verborgen ggo’s’ en ‘ggo’s door de achterdeur’. Dat is de lijn die zij zullen inzetten als de technieken echt op de agenda komen in Brussel.

Intussen snoeide in de Verenigde Staten het ministerie van Landbouw verder in het toch al lichte toezicht op het innovatieve schaartje.

Kennisintensieve bedrijfstak

Nederland heeft een grote zaadveredelingssector. Grotere bedrijven zijn wereldwijd actief of overgenomen door multinationals. Maar er is ook een levendig midden- en kleinbedrijf. Vooral in de groentezaden (40 procent van de wereldhandel) en pootaardappelen (60 procent) is Nederland dominant.

 

Het maken van betere aardappelen en tomaten berust al lang niet meer op groene vingers, maar is kennisintensief werk. Veredeling biedt werk aan veel universitair geschoolden en investeert fors in hightech-onderzoek. In de sector werken acht- tot tienduizend mensen en er gaat jaarlijks 2 miljard euro om.

 

Zeker (middel)grote bedrijven onderzoeken hoe ze technieken als CRISPR-Cas9 en cisgenese kunnen gebruiken. ‘Wij screenen heel veel technieken op potentie en deze springen er absoluut positief uit,’ zegt John-Pieter Schipper (45), CEO van Bejo Zaden. Hij verwacht dat veredeling door de innovaties steeds sneller zal gaan. De Brusselse onduidelijkheid wordt steeds meer een belemmering nu in de Verenigde Staten de eerste producten al op de markt komen.

 

Wat de Europese Unie ook besluit, voor grote bedrijven staat vast dat ze de technieken hoe dan ook gaan gebruiken. ‘Als wij dit niet toepassen, maar de Verenigde Staten wel, staan we zonder meer op achterstand,’ zegt Gerard Backx (58), directeur van aardappelveredelaar HZPC. Als er strenge Europese regels komen, zal HZPC een deel van het onderzoek verplaatsen naar Noord-Amerika.

 

Ook Bejo zal nieuwe onderzoeksactiviteiten buiten Europa beginnen. Dit is geen dreigement, zegt CEO Schipper, maar een nuchtere vaststelling. ’Het kan niet zo zijn dat in andere delen van de wereld met nieuwe technologieën wordt gewerkt, maar niet door ons. Dan ben je je bestaansrecht kwijt.’

 

Voor kleinere bedrijven zijn de technieken nog te duur, zegt Bastiaan Schoenmaker (45), hoofd veredeling en productontwikkeling bij Bakker Brothers. ‘Maar op het moment dat ze worden toegelaten, verwacht ik dat ze een hoge vlucht nemen.’ Start-ups zullen CRISPR-Cas9 gaan aanbieden aan het midden- en kleinbedrijf. Deze bedrijven kunnen geen werk verplaatsen naar een ander continent.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.