Islam

Zo wil EU haatimams onder controle krijgen

Door Elif Isitman en Fleur Verbeek - 04 juli 2018

Imams die haatboodschappen prediken, moeten op een Europese zwarte lijst komen, vindt een commissie van het Europees Parlement. Lidstaten van de Europese Unie zouden geestelijken systematisch moeten screenen en informatie over hen uitwisselen, zodat ze op de radar blijven als ze de grens overgaan.

De commissie die sinds vorig jaar het antiterrorismebeleid van de EU en de lidstaten doorlicht, doet die aanbeveling in een rapport dat donderdag wordt gepresenteerd in Straatsburg. De lidstaten worden daarin aangemoedigd alleen varianten van de islam te tolereren die ‘in volledige overeenstemming zijn met de waarden van de EU’.

Aanslagplegers vaak geïndoctrineerd

Meerdere daders van aanslagen in Europa zijn geïndoctrineerd door radicale moslimgeestelijken. Veel EU-landen houden deze zogenoemde haatimams al in de gaten, maar als ze de grens overgaan, verdwijnen ze soms uit het oog. Het delen van informatie via de Europese Commissie moet dat voorkomen, aldus het rapport.

‘We moeten de mazen in de wet dichten voor radicale predikers, zeker ook over grenzen heen in de EU,’ zegt CDA-Europarlementariër Jeroen Lenaers, vicevoorzitter van de commissie. ‘Daarvoor is onder meer een Europese zwarte lijst voor radicale imams nodig. We moeten stoppen naïef te zijn over extremisten die de rechtsstaat ondermijnen en onze samenleving verwerpen. Lidstaten zijn nu nog te vaak afhankelijk van incidentele informatie-uitwisseling over dit soort predikers. Dat is onvoldoende om de  verspreiding van radicale interpretaties van de islam in Europa tegen te gaan.’

Opleidingen voor ‘Europese’ versie van islam

Om een versie van de islam te verspreiden die ‘in overeenstemming’ is met Europese waarden, moeten er volgens de commissie meer theologische opleidingsmogelijkheden in Europa komen. Ook moet een ‘netwerk’ worden opgetuigd voor de verspreiding van islamitische denkbeelden die stroken met Europese waarden. Een van de suggesties is het opzetten van een Europees Islamitisch Instituut, dat adviezen kan geven.

Of dat zin heeft, is nog maar de vraag. Vorige week meldde dagblad Trouw dat de Turkse soennitische moskeekoepel Milli Görüs een nieuwe imamopleiding opricht aan de Amsterdamse International University of Applied Sciences (een hbo-instelling). De opleiding ontvangt geen subsidie van de overheid, maar wordt in haar geheel bekostigd door Milli Görüs. Die organisatie, die in Nederland zo’n vijftig moskeeën telt, is omstreden. Hoewel de nieuwe imamopleiding open moet staan voor studenten van allerlei achtergronden, wordt Milli Görüs beschouwd als een zeer nationalistische beweging. Zo geldt het als een belangrijke steunpilaar voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan: zijn AK-partij vloeit eruit voort.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen veel aanhangers van Milli Görüs naar Nederland. De afgelopen jaren is de stroming weer flink gegroeid. Van de circa vijftig moskeeën in Nederland zitten er momenteel zo’n vijftien zonder imam. Met de nieuwe opleiding hoopt Milli Görüs dat gat te vullen.

De overheid ondernam eerder pogingen om imamopleidingen te beginnen, maar die mislukten – vooral vanwege een gebrek aan interesse vanuit de islamitische gemeenschap. Moslims zouden staatsopleidingen wantrouwen en vrezen dat de overheid de inhoud bepaalt, en dat de opleidingen een politiek doel zouden dienen. In zekere zin is dat ook zo, omdat de imamopleidingen werden ingesteld als remedie tegen de slechte integratie van moslims.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.