diplomatieke band

Nederland en Turkije herstellen band. Overzicht van een turbulente relatie

Door Elif Isitman - 20 juli 2018

Na een jaar lang vrieskou hebben Nederland en Turkije vrijdag de onderlinge diplomatieke betrekkingen weer hersteld. Dat betekent dat er weer een Turkse ambassadeur in Den Haag komt en een Nederlandse in Ankara. Maar de relatie tussen Nederland en Turkije is al sinds 2012 turbulent, en tekent zich door een aantal rellen.

Minister Stef Blok (VVD) van Buitenlandse Zaken meldt vrijdag dat de diplomatieke relatie met Turkije weer hersteld is. De relatie tussen de twee landen werd volgens hem tijdens de NAVO-top in Brussel vorige week besproken. Vervolgens schreef Blok een brief aan de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu, die Blok vervolgens belde. Toen besloten de twee om de relatie weer te normaliseren. Ook heeft Blok beloofd nog dit jaar een bezoek te brengen aan Turkije.

Er blijven belangrijke kwesties spelen, vindt Blok

De betrekkingen met Turkije belandden eerder in zwaar weer omdat de regering vorig jaar twee Turkse ministers verbood om in Nederland campagne te voeren voor het referendum van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Dat ontaardde in een rel, die voor beide kanten de aanleiding vormde om de ambassadeurs terug te trekken.

Volgens Blok zijn er veel belangrijke kwesties die spelen tussen Nederland en Turkije: ‘Denk aan de bestrijding van ISIS, het risico van terugkerende strijders uit Syrië en consulaire kwesties, maar ook onze zorgen over de rechtsstaat en mensenrechtensituatie in Turkije.’

Veel incidenten sinds 2012

Het is zeker niet de eerste keer dat de twee landen diplomatiek met elkaar in de clinch liggen. Al sinds 2012 is de relatie met Turkije turbulent.

Zo wilde in 2012 de toenmalige Turkse president Abdullah Gül – de voorganger van Erdogan – naar Nederland komen. PVV-leider Geert Wilders, destijds gedoogpartner van VVD en CDA, liet toen weten dat Gül niet welkom was. Daarop noemde Gül hem ‘islamofoob’.

Een jaar later, in 2013, bezocht Erdogan – die toen nog premier was – Nederland. Vlak voor zijn vertrek maakte hij zich kwaad om Yunus, het Turks-Nederlandse jongetje dat als baby werd geplaatst bij lesbische pleegouders. Het plaatsen van een kind bij homoseksuele ouders strookt niet met islamitische waarden, aldus een boze Erdogan die de zaak persoonlijk besprak met premier Mark Rutte. Rutte reageerde door aan te stippen dat Nederland geen onderscheid maakt op basis van geloof of seksuele geaardheid van pleegouders.

Weer een jaar later, in 2014, beweert de Turkse regering dat Nederland Turkse Nederlanders discrimineert. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken schreef dat in een brief aan de Tweede Kamer. De regering beklaagde zich over ‘racistische aanvallen’ op de diaspora in Nederland.

In januari 2015 wordt de journalist Fréderike Geerdink, die veel over Koerdische zaken schrijft, in Turkije opgepakt. Ze wordt beschuldigd van vervaardigen en verspreiden van ‘terreurpropaganda’ (voor de PKK, red.). De arrestatie gebeurt tijdens een bezoek van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders. Later dat jaar werd Geerdink, die woonde in het overwegend Koerdische Diyarbakir in het oosten van Turkije, het land uitgezet.

In oktober 2015 roept Nederland de Turkse ambassadeur op het matje. Turkse Nederlanders hadden tot de verbazing van velen een brief op de mat gekregen van de regerende AK-partij. Daarin werden ze opgeroepen om tijdens de parlementsverkiezingen in dat jaar opnieuw op de partij te stemmen. De kwestie was saillant, omdat het impliceerde dat de partij van Erdogan schijnbaar de contactgegevens van Turken in Nederland in handen had.

In april 2016 ging het een stapje verder. Het Turkse consulaat in Rotterdam riep Turken op om beledigingen aan het adres van Erdogan te melden, inclusief de persoonlijke gegevens van degenen die zich daaraan schuldig zouden maken. Kort daarna werd columnist Ebru Umar opgepakt in haar vakantiehuis in Kusadasi aan de Turke westkust. Aanleiding waren haar tweets over Erdogan. Ook haalde ze in haar column uit naar het meldpunt van het Turkse consulaat, en benadrukte dat het een manier was om critici het zwijgen op te leggen. Umar bleef kort vastzitten, en mocht vervolgens het land een aantal weken niet verlaten.

Een jaar later in maart 2017 was de diplomatieke rel waarvan de banden nu zijn hersteld. De Turkse ministers Cavusoglu (Buitenlandse Zaken) en Fatma Kaya van Familiezaken wilden in Nederland campagne voeren voor de nieuw ingevoerde Turkse grondwet, destijds onderwerp van een referendum. Van Cavusoglu werden de landingsrechten ingetrokken waardoor zijn vliegtuig niet kon aankomen en moest uitwijken naar het vliegveld Charles de Gaulle in Parijs. Vanuit Duitsland was Kaya per auto onderweg naar Rotterdam, maar zij werd tegengehouden en teruggestuurd. In Rotterdam braken vervolgens rellen uit: boze aanhangers wilden haar graag horen spreken bij het consulaat. Vervolgens weerde Turkije de Nederlandse ambassadeur en vice versa. Er volgden heftige woordenwisselingen, waarin Erdogan Nederland onder meer uitmaakte voor ‘nazi-overblijfselen’ en ‘fascisten’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.