Rotterdam

VVD vreest spanningen door onderzoek slavernijverleden

Door Gertjan van Schoonhoven - 29 augustus 2018

Als eerste grote stad laat Rotterdam het eigen ‘koloniale en slavernijverleden’ onderzoeken. En je kon erop wachten: er is politiek gedoe over.

Een meerderheid van de gemeenteraad vroeg vorig jaar november om zo’n onderzoek. Dit op initiatief van een PvdA-raadslid met Surinaamse roots, Peggy Wijntuin.  Tegen stemden destijds Leefbaar Rotterdam en VVD. Voor waren PvdA, SP, D66, GroenLinks, NIDA en Partij voor de Dieren.

Hartekreet en kritische vragen

De liberalen van de VVD zitten nu met drie van deze linkse partijen – PvdA, D66 en GroenLinks – in één politiek ingewikkelde coalitie. Maar dat heeft het VVD-raadslid Tim Versnel niet belet om de kwestie op scherp te zetten. In een brief aan het college van B en W – eigenlijk meer één lange hartekreet – stelt hij een reeks kritische vragen over de praktische uitwerking van de aangenomen motie.

Meer over identiteitspolitiek: iedereen boos en gekrenkt

Via Trouw lekte dit weekeinde namelijk uit dat het stadsbestuur het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden opdracht heeft gegeven voor twee onderzoeken. Volgens KITLV-directeur Gert Oostindie, ook gerenommeerd hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis, zal één van die rapporten gaan over het Rotterdamse slavernijverleden. Het andere over heden en verleden van koloniaal Rotterdam.

‘Behoefte aan scheiding van feit en fictie’

De ambitie is om de twee onderzoeken, die eind 2020 moeten verschijnen, wetenschappelijk te laten zijn. Juist een multi-etnische stad als Rotterdam heeft behoefte aan ‘scheiding van feit en fictie’ over het koloniale en slavernijverleden, zegt Oostindie in Trouw.

VVD’er Versnel vertrouwt het echter niet. Het is namelijk ook de bedoeling dat onderzoekers Rotterdam intrekken om over dat slavernijverleden te gaan praten met ‘actieve Rotterdammers’, wat dat ook mogen zijn. Versnel vreest dat dit in plaats van wetenschappelijke feiten vooral subjectieve praatjes zal opleveren. Toch weer fictie in plaats van feiten dus.

Na Witte de With Piet Hein?

Ook wil Versnel de garantie van het college dat het geen voorstellen zal doen tot het wijzigen van straatnamen of instellingen. Deze bezorgdheid is mede ingegeven door de ophef, vorig jaar, over de naam van de Rotterdamse kunstinstelling Witte de With – de volgens activistische kunstenaars ‘foute vlootvoogd’.

Een voor de hand liggend nieuw doelwit van activisten in Rotterdam is zeevaarder/piraat en nationale held Piet Hein. Hein werd geboren in Delfshaven (dat tegenwoordig bij Rotterdam hoort), heeft in die stad een standbeeld en een plein. Hein heeft zelf nog enige jaren onvrijwillig roeiend doorgebracht als slaaf op een Spaans galei. Maar hij was ook commandant van de West-Indische Compagnie, en dat zal bij hedendaagse anti-slavernij-activisten wel zwaarder wegen.

Bang voor groeiende inter-etnische spanningen

De Rotterdamse VVD is nu bang dat onder het mom van wetenschappelijk (zelf)onderzoek Rotterdam vooral het Paard van Troje van de identity politics binnenhaalt, met als gevolg alleen maar meer spanningen tussen de diverse etnische groepen in de stad.’Waar is men op uit?’ vraagt Versnel zich retorisch af.

Helemaal ongegrond is die achterdocht niet. De motie van 2017 had weliswaar de mond vol van ‘inclusiviteit’, ‘saamhorigheid’ en ‘inclusief geschiedenisonderwijs’, maar koppelt in één adem ook hedendaags ‘anti-zwart-racisme’ aan het slavernijverleden.

Huidig coalitiegenoot D66 pleitte bovendien begin dit jaar nog voor ‘minder witte mannen’ op Rotterdamse straatnaambordjes. De vragen van Versnel liggen nu op het bordje van wethouder Said Kasmi van Onderwijs – en ook van D66. Dat gaan boeiende debatten worden, binnen de Rotterdamse coalitie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.