Immigratie

Tientallen asielgezinnen blijven ondanks afwijzingen

Door Matthijs van Schie - 24 augustus 2018

Tientallen uitgeprocedeerde asielgezinnen krijgen elk jaar toch een verblijfsvergunning ondanks dat hun aanvragen herhaaldelijk zijn afgewezen. Hoe langer afgewezen asielzoekers in Nederland blijven, hoe groter de kans dat hun terugkeer er niet van komt. Dat biedt ook andere uitgeprocedeerden hoop.

Vorig jaar kregen zo’n tweehonderd bewoners van de zogeheten gezinslocaties van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) een verblijfsvergunning, terwijl ze volgens de officiële procedures hadden moeten vertrekken. Dat is een verdubbeling van het jaar ervoor: in 2016 ging het om ruim honderd mensen. Het ging vooral om mensen uit Afghanistan en Irak, zo blijkt uit het onderzoek Family Matters, uitgevoerd in opdracht van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) van de Verenigde Naties.

Volgens een woordvoerder van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie en Veiligheid is er niet één specifieke reden dat de asielprocedure veel vaker niet wordt nageleefd. Het kan gaan om ‘beleidswijzigingen’ of een ‘wijziging in de situatie van de vreemdeling’, maar ook het kinderpardon uit 2012 – de zogenoemde ‘Maurowet‘ die regelt dat asielkinderen die voor hun achttiende verjaardag minimaal vijf jaar in Nederland woonden, kunnen blijven – kan een rol spelen.

Uitgeprocedeerde asielzoekers proberen vertrek uit te stellen

Een medewerker van DT&V schrijft in het onderzoek dat uitgeprocedeerde asielzoekers hun vertrek zo lang mogelijk proberen uit te stellen, als ze zien dat mensen in vergelijkbare situaties uiteindelijk mogen blijven na jarenlang te zijn afgewezen: ‘Mensen hopen altijd dat er een minister is die zal zeggen: “Geef deze moeder een verblijfsvergunning,” want dat is wat er de afgelopen jaren is gebeurd.’

Gezinnen blijven tegenwoordig gemiddeld ruim drie jaar in de gezinslocaties, terwijl dat in 2013 nog minder twee jaar was. ‘We hebben een lijst gemaakt van mensen die hier al langer dan zeven jaar zijn. Die bestaan. En die gaan echt niet meer terug,’ aldus een supervisor van de DT&V. ‘Echt niet. Want hoe langer het duurt, hoe meer mensen aan het leven in Nederland gewend raken.’ Hij geeft het voorbeeld van een gezin uit Armenië, dat na zes jaar in de gezinslocatie toch opeens mocht blijven. Dat gaf andere Armeense gezinnen ook weer hoop.

Meer over dit onderwerp

Juiste koers: asielzoekers terugsturen naar doorreisland, schreef Carla Joosten

Het ministerie van Justitie & Veiligheid zegt vrijdag tegen het AD dat de afgelopen jaren minder mensen naar Nederland kwam uit veilige landen als Armenië, Mongolië en landen op de Balkan. ‘Migranten die niet vertrokken, hebben doorgaans een nationaliteit waarvan het bekend is dat het zeer lastig is om terugkeer te organiseren.’

Links en ngo’s willen uitzetting Afghanen voorkomen

Een voorbeeld van zo’n land is Afghanistan. Nederland beschouwt dat land als een veilig land, waardoor het officieel is toegestaan om asielzoekers daar naartoe terug te sturen. Maar vooral linkse politieke partijen en mensenrechtenorganisaties maken daar bezwaar tegen: volgens Amnesty International is Afghanistan ‘op Syrië na het onveiligste land ter wereld’. Eind mei protesteerden politici van SP, GroenLinks en PvdA samen met non-gouvernementele organisaties als Unicef, Amnesty, Oxfam Novib en Vluchtelingenwerk onder de hashtag #stuurzenietterug tegen de voorgenomen uitzetting van Afghanen. Bijna 70.000 mensen tekenden een petitie daarvoor.

Regeringspartijen D66 en ChristenUnie zaten destijds ook met de situatie in hun maag, maar kondigden in maart al aan dat ze eerst een ambtsbericht van Buitenlandse Zaken wilden afwachten. Op basis daarvan kan de regering een nieuw standpunt over de situatie in een land formuleren. In het ambtsbericht uit juni stond onder meer dat de onveiligheid in Afghanistan is toegenomen door ‘intensivering’ van het conflict.

Het kabinet vond dat reden om het uitzettingsbeleid naar dat land te wijzigen: ‘Asielverzoeken van Afghaanse gezinnen met minderjarige kinderen worden niet langer geweigerd omdat zij zich in een ander deel van Afghanistan zouden kunnen vestigen,’ schreef staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Mark Harbers (D66) in juli in een brief aan de Tweede Kamer. Desondanks werd begin deze maand een gezin met een minderjarig kind uitgezet naar Afghanistan, tot verbijstering van twaalf ngo’s. Zij vroegen de Tweede Kamer om Harbers ter verantwoording te roepen.

Veel ophef om uitzettingsprocedures kinderen uit Oekraïne en Armenië

Een andere kwestie die veel ophef veroorzaakt, is de procedure van twee Oekraïense kinderen. Maksim (14) en Denis (10) werden in juli uitgezet, maar donderdag werd bekend dat ze geen uitreisverbod hebben en dus via een toeristenvisum voor drie maanden terug kunnen naar Nederland, waar ze opgroeiden. Na die periode moeten ze opnieuw een toeristenvisum aanvragen.

Vrijdag kwam ook de zaak van de Armeense tieners Lili en Howick (respectievelijk 13 en 12 jaar oud) voor de Raad van State. Zij kwamen in 2008 naar Nederland met hun moeder, die vorig jaar al werd teruggestuurd naar Armenië. Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens mogen ze niet worden uitgezet, maar Harbers is het daar niet mee eens en hij tekende hoger beroep aan. Vrijdagochtend besliste de hoogste bestuursrechter dat de staatssecretaris de asielaanvraag van de tieners terecht heeft afgewezen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.