Verhaal van de Dag

Integratie: ‘De verschillen worden kleiner’

Door Victor Pak - 22 november 2018

Kinderen met een Marokkaanse migratieachtergrond gaan vaker naar het vwo dan tien jaar geleden. Relaties tussen een man met Turkse of Marokkaanse achtergrond en een Nederlandse vrouw zijn het minst stabiel. Kinderen met een Iraanse achtergrond gaan als een speer in het Nederlandse onderwijs. Woensdag publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het tweejaarlijkse Jaarrapport Integratie. Drie zaken die goed gaan, en drie die niet goed gaan.

Elke twee jaar maakt het CBS op basis van recente cijfers de balans op van de ontwikkelingen in multi-etnisch Nederland. Bijna een kwart van de bevolking heeft inmiddels een migratie-achtergrond. Het CBS maakt in het rapport onderscheid tussen Nederlanders zonder en Nederlanders met een migratieachtergrond. Dat zijn de groepen die voorheen werden aangeduid als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’.

Bij de Nederlanders met een migratieachtergrond onderscheidt het CBS groepen met een westerse en met een niet-westerse achtergrond. Bij die laatste groep licht het CBS er vier bevolkingsgroepen uit. Dat zijn Nederlanders met een Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse migratieachtergrond.

Het verslag van het onderzoek telt 218 pagina’s. Elsevier Weekblad belicht drie positieve en drie negatieve ontwikkelingen.

POSITIEVE ONTWIKKELINGEN

Vooruitgang in het onderwijs

Marc Roscam Abbing, directeur Samenleving en Integratie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, noemde het bij de presentatie van het Jaarrapport Integratie ‘echt goed nieuws’: Nederlandse kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond maken sprongen in het onderwijs. Er is nog steeds een achterstand, maar zij komen steeds dichter in de buurt van het niveau dat Nederlandse kinderen halen. ‘De verschillen worden kleiner,’ aldus Roscam Abbing.

Zo kreeg dertien jaar geleden een op de vijf kinderen met een Marokkaanse achtergrond een havo- of vwo-advies, nu is dat bijna een op de drie. Ook kinderen zonder migratieachtergrond gaan een beetje vooruit. In het schooljaar 2005/2006 kreeg 45 procent een havo- of vwo-advies, nu is dat 49 procent.

Opvallend is dat kinderen met een Iraanse achtergrond de Nederlandse kinderen gemiddeld zelfs voorbijstreven. Van hen krijgt meer dan de helft een havo- of vwo-advies, net als 28 procent van de Syrische kinderen. Iraakse en Afghaanse kinderen doen het minder goed dan Nederlandse kinderen, maar beter dan leerlingen uit de grootste niet-westerse herkomstgroepen.

Vrijwilligerswerk blijft populair

Nederlanders blijven onverminderd actief deelnemen aan de door premier Mark Rutte (VVD) zo gewenste ‘participatiemaatschappij’. Van de gehele bevolking doet 49 procent vrijwilligerswerk. De cijfers zijn haast ongewijzigd ten opzichte van het vorige CBS-rapport.

Vrijwilligerswerk is het populairst onder de autochtone bevolking en inwoners met een westerse migratieachtergrond. Ook onder Marokkaanse Nederlanders is vrijwilligerswerk populair, 41 procent van hen doet dit. De bevolkingsgroep die het minst aan vrijwilligerswerk doet, zijn Surinaamse Nederlanders. Toch doet van hen nog altijd net meer dan een op de drie vrijwilligerswerk.

Minder niet-westerse migranten in de bijstand

Sinds de economische crisis in 2008 was het aantal personen met een bijstandsuitkering gestegen. Vooral onder Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond nam de afhankelijkheid van een uitkering toe. In 2016 en 2017 is dat aantal gedaald, dankzij de economische voorspoed.

Bijstand wordt steeds meer allochtonenuitkering, schreef Syp Wynia vorig jaar

Van de Nederlanders met een Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse of Turkse achtergrond heeft 9 tot 14 procent een uitkering. Bij Nederlanders zonder migratieachtergrond maakt zo’n 2 procent gebruik van een uitkeringsregeling.

NEGATIEVE ONTWIKKELINGEN

Achterstand op arbeidsmarkt blijft

Toch gaat niet alles goed op de arbeidsmarkt. Het CBS ziet nog altijd dat mensen met een niet-westerse migratieachtergrond die dezelfde diploma’s hebben als Nederlanders zonder migratieachtergrond minder vaak meedoen op de arbeidsmarkt. Ook willen de werknemers met een migratieachtergrond die nu in deeltijd werken twee keer zo vaak meer uren gaan werken dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Zij werken dus noodgedwongen minder dan ze zouden willen.

Waardoor dat komt, is onduidelijk. Discriminatie op de arbeidsmarkt is al vaker uitgelicht door het Sociaal en Cultureel Planbureau, maar een oplossing is nog niet gevonden. Toch groeit de deelname van Marokkaanse,  Surinaamse en Turkse Nederlanders aan de arbeidsmarkt. Al hebben ze relatief vaak een flexibele arbeidsrelatie – wat bij een nieuwe crisis geen gunstige uitgangspositie is.

Overgewicht is voor iedereen een probleem

Elf procent van de Nederlanders zonder migratieachtergrond heeft obesitas, dat is de helft minder dan bij Nederlandse Antillianen, van wie 22 procent daarmee kampt. Bij die bevolkingsgroep komt obesitas het vaakst voor, maar iedereen ongeacht afkomst loopt het risico op overgewicht, en dan vooral ouderen. De eerste generatie migranten, die in het buitenland zijn geboren, heeft aanzienlijk vaker overgewicht dan de tweede generatie.

Uit Elsevier Weekblad: Een pil tegen obesitas is nu wel heel dichtbij

Het CBS ziet ook dat het aantal inwoners met overgewicht de afgelopen jaren is gestegen. Overgewicht van de bevolking is een van de drie onderwerpen waarover staatssecretaris van Volksgezondheid Paul Blokhuis (ChristenUnie) een preventieakkoord probeert te sluiten.

Criminaliteit vooral onder hen met Antilliaanse achtergrond

Het aantal mensen dat wordt verdacht van een misdrijf, is sinds 2005 aan het dalen bij alle personen met een migratie-achtergrond, maar zij worden nog altijd vaker verdacht dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Vooral Nederlanders met een Antilliaanse achtergrond worden door de politie geregistreerd als verdacht van een misdrijf. In 2017 was dat 4,4 procent, ruim zes keer zo vaak als Nederlanders zonder migratieachtergrond. Antillianen worden op de voet gevolgd door Nederlanders met een Somalische achtergrond (3,8 procent).

Lees ook dit stuk van Gerlof Leistra terug: Nieuwe Holleeder is van allochtone afkomst

Naast de verdenking blijkt dat Antilliaanse vrouwen aanzienlijk vaker door de rechter in de eerste behandeling van een zaak schuldig worden bevonden dan vrouwen met een andere migratieachtergrond. Ook blijkt dat tweede generatie migranten minder vaak schuldig worden bevonden dan migranten van de eerste generatie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.