Faan

Eindelijk een tastbare herinnering aan het gruwelijke sodomieproces

Door Joppe Gloerich - 02 januari 2019

Eindelijk is er een tastbare herinnering aan de gruwelijkheden van het sodomieproces van 1731.

Lees ook het artikel van Joppe Gloerich over Maria van Gelre, ongekroonde koningin van de Middeleeuwen

De borg en het kerkje van Faan zijn lang geleden afgebroken, de zandweg is geasfalteerd en de betrokkenen zijn al eeuwen dood. Maar het landschap van het Groningse Westerkwartier heeft het drama van 1731 als het ware in zich opgenomen.

Doldrieste zuiveringen

‘Als de lucht in het oosten rood kleurde, dachten de mensen aan het vuur dat ooit brandde,’ zegt Roelf Moes (76) van de Historische Vereniging Aeldakerka uit het naburige Oudekerk. Naast hem staat zijn Zuidhornse gildebroeder Piet Pellenbarg (71), handen in de zakken. Het is mooi leeg in dit deel van de provincie. Zuidhorn vaart wel en groeit zowaar, als enige dorp in de omtrek.

‘Daar is het gebeurd,’ zegt Pellenbarg, de blik gericht op het grasland aan de overkant van de weg. Eens stond hier de Borg Bijma, vanwaaruit heer Rudolf de Mepsche (1695-1754) regeerde. In 1731 culmineerde onder zijn gezag een periode van doldrieste zuiveringen in een proces waarbij 22 mannen en jongens werden veroordeeld tot wurging aan de paal. De hoofd­daders werden eerst nog met een fakkel ‘in het gezicht geblakerd’, uiteindelijk werden alle lichamen verbrand. Een van de ongelukkigen overleefde de folteringen niet, hij bezweek al voordat zijn vonnis was uitgesproken.

Jacht op zedenzondaars in vredestijd

De groep zou zich hebben bezondigd aan sodomie, ofwel homoseksualiteit. De bewijslast bestond uit niet meer dan vage aantijgingen, maar het recht stond toe dat op de pijnbank bekentenissen werden afgedwongen.

Op meer plaatsen in Nederland moedigden predikanten vanaf de kansel de jacht op vermeende zedenzondaars aan, maar zelden laaide het vuur zo hoog op als in het Ommeland. ‘Het blijft een absurd verhaal,’ zegt Pellenbarg, emeritus hoogleraar economische geografie. ‘Het was vredestijd!’

Namens hun beider historische kringen ijverden Pellenbarg en Moes voor een tastbare herinnering aan de ‘Faansche gruwelen’. Onlangs kon, in aanwezigheid van notabelen en een dameskoortje, eindelijk een bord worden onthuld. ‘Het herinnert aan een prominente periode,’ zegt Pellenbarg. ‘Al bijna driehonderd jaar leeft het hier.’ Het bord dient volgens hem ook als waarschuwing voor de wreedheden waarin machtshonger kan ontaarden.

Vervolgingen maakten deel uit van machtstwist

Het sodomieproces stond niet op zichzelf, maar kwam voort uit de vijandelijkheden tussen families die elkaars aanspraak op de macht betwistten. Het felst was de strijd tussen het geslacht Clant, residerend op de Hanckemaborg in Zuidhorn, en De Mepsche. Vanuit hun burchten beloerden de jonkers elkaar. Rudolf de Mepsche was de meest hardvochtige. Hij bekleedde de functie van grietman, wat hem zowel bestuurder als rechter maakte. ‘Je zou hem kunnen kwalificeren als een naijverig figuur,’ zegt Pellenbarg met noordelijk gevoel voor understatement.

Gefrustreerd doordat zijn concurrenten de betere politieke posten bezetten, koos De Mepsche de vlucht naar voren. Hulp kwam van een Niekerker predikant, die helse tirades afstak tegen de ­‘tegennatuurlijke vergrijpen’ gepleegd door ‘goddeloze mannen’.

De Mepsche liet zonder bewijs tientallen dorpelingen oppakken, vooral onder de achterban van zijn concurrenten. De jongste was dertien jaar oud, maar veelal ging het om brave vaders en echtgenoten, onschuldig aan welke oudtestamentische ‘misstap’ dan ook.

Contouren van de Hanckemaborg uitgezet in het plaveisel in Zuidhorn

Executieveld heeft plaatsgemaakt voor een woonwijk

Na het verhoor en de marteling op de Borg Bijma en de rechtszitting in het naastgelegen kerkje werden de gevangenen naar het executieveld in Zuidhorn vervoerd. Tegenwoordig ligt op die plek een woonwijk, Pellenbarg woont er pal naast. Tijdens de champagnejaren, midden negentiende eeuw, lieten boeren-renteniers hier hun villa’s bouwen.

Op de plek van het executieveld ligt nu een woonwijk

Zijn auto volgt deels de route die het macabere circus destijds aflegde. ‘Stel je voor: zeven boerenkarren met daarop die mannen plus een lijk hobbelend over een zandweg. Daarachter hordes familie en vrienden, luid weeklagend. Eromheen tweehonderd soldaten om de orde te bewaken.’

Voor Rudolf de Mepsche had het monsterproces van 1731 niet het gewenste resultaat. Een deel van zijn aanhang keerde hem de rug toe, een faillissement volgde. Pas kort voor zijn dood wist hij na een handige politieke tournure enige status te herwinnen. Die laatste machtsgreep leverde hem alsnog een graf op in de Groningse Martinikerk.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.