Geschiedenis

Lidewij Nissen wint Elsevier Weekblad / Johan de Witt-scriptieprijs; Friso van Nimwegen beloond voor talent

Door Redactie Elsevier Weekblad - 28 januari 2019

Lidewij Nissen (26) van de Radboud Universiteit Nijmegen is de vijfde winnaar geworden van de Elsevier Weekblad/ Johan de Witt-scriptieprijs voor geschiedenis.  Nissen kreeg de prijs voor haar masterscriptie A Matter of Life and Death. De jaarlijkse aanmoedigingsprijs ging naar Friso van Nimwegen (20) van de Universiteit Leiden, voor zijn bachelorscriptie Hoe loopt het af met La Rochelle?

De jaarlijkse Elsevier Weekblad/Johan de Witt-geschiedenisprijs gaat naar de beste bachelor- en/of masterscriptie over de Republiek der Nederlanden in de zeventiende eeuw. Er waren dit jaar dertien scripties ingezonden, waaruit de jury onder leiding van voorzitter dr. Ineke Huysman er vierde nomineerde. De prijzen zijn zaterdag uitgereikt door Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier Weekblad op een bijeenkomst in sociëteit De Vereeniging in Utrecht.

Begrafenissen als politiek wapen

De masterscriptie van Lidewij Nissen gaat over  begrafenissen van vorstenhuizen in de vroegmoderne tijd en de rol die deze begrafeniscultuur speelde in (politieke) imagovorming. Nissen gaat speciaal in op het vorstenhuis Nassau-Dietz. De jury prees daarbij onder meer Nissens ‘zeer indrukwekkende’  bronnenmateriaal, dat uiteenloopt van testamenten en correspondentie tot begrafenisprocedures en gedichten.

Samenvatting winnende masterscriptie Lidewij Nissen

Vorstelijke begrafenissen zijn een onderdeel van de politieke cultuur in de vroegmoderne periode en staan bij historici steeds meer in de belangstelling. Deze gebeurtenissen vielen samen met een machtswisseling in een dynastie en hadden een duidelijk politiek karakter. Vorstenhuizen grepen deze gelegenheid aan om de erfopvolging aan de buitenwereld te openbaren om zo hun huis te profileren en veilig te stellen. Deze profilering wordt omschreven als ‘dynastieke identiteit’ en had onder meer betrekking op de politieke en militaire activiteiten van het betreffende geslacht, de verbindingen met andere vorstenhuizen en religieuze opvattingen. Het opbouwen van deze dynastieke identiteit gold ook voor de adel van de Republiek waarvan het huis Nassau-Dietz deel uitmaakte. Dit geslacht was een zijtak van het huis Nassau en stond politiek gezien in de schaduw van het geslacht Oranje-Nassau. De machtsbasis van de familie Nassau-Dietz was het Friese stadhouderschap dat meestal werd aangevuld met de gewesten Groningen en Drenthe.  Deze scriptie onderzoekt welke thema’s in de begrafeniscultuur van het huis Nassau-Dietz centraal stonden en op welke wijze zij vormgaven aan de identiteit van dit geslacht. Het onderzoek is gebaseerd op een uitgebreide analyse van testamenten, correspondentie, begrafenisprocedures en gedichten naar aanleiding van vier sterfgevallen binnen dit geslacht in de zeventiende eeuw. Het huis Nassau-Dietz profileerde zich steeds meer als Friese stadhouders, waarmee het zijn rol in de politieke arena van de Republiek opeiste. Het geslacht appelleerde doelbewust aan het nationale gevoel van de Friese bevolking. Zijn Duitse achtergrond en bezittingen speelden daarbij geen wezenlijke rol. Het benoemen van connecties met andere Europese vorstenhuizen was vooral gericht op het verbeteren van de positie van het geslacht Nassau-Dietz ten opzichte van het geslacht Oranje-Nassau. Dit element komt in het bijzonder naar voren ten tijde van spanningen tussen beide geslachten. Het benadrukken van hun militaire verdiensten en de gebrachte persoonlijke offers in de Tachtigjarige Oorlog speelde een belangrijke rol in de begrafeniscultuur van de Friese stadhouders. Deze verdiensten en offers symboliseerden de toewijding van het huis Nassau-Dietz aan de Republiek, wat een essentieel element van die dynastieke identiteit werd.

Nissens winnende masterscriptie getuigt volgens de jury van ‘een passie voor uitgebreid archiefonderzoek dat de basis vormt voor goed historisch onderzoek’. Ze kreeg een bedrag van 1500 euro, een jaarabonnement op Elsevier Weekblad, een boekenpakket en een jaar lidmaatschap van historische vereniging Vrienden van De Witt.

Informatievoorziening in de Republiek

Lovend was de jury ook over Friso van Nimwegen, en zijn bachelorscriptie Hoe loopt het af met La Rochelle? Die onderzoekt de informatievoorziening in de vroegmoderne tijd aan de hand van de berichtgeving in de Republiek der Nederlanden over het beleg, in 1627/1628, van het protestantse La Rochelle door de katholieke Franse koning Lodewijk XIII. Van Nimwegen vertoont volgens de jury ‘duidelijk kenmerken van wetenschappelijk vakmanschap’. Hij ontving 200 euro, een jaarabonnement op Elsevier Weekblad en een boekenpakket.

Samenvatting winnende bachelorscriptie Friso van Nimwegen

De scriptie Hoe loopt het af met La Rochelle? richt zich op de berichtgeving in de Republiek der Nederlanden over het beleg van het protestantse La Rochelle door de katholieke Franse koning Lodewijk XIII in 1627/28. Het opstandige La Rochelle werd in zijn strijd gesteund door een Engelse vloot. Deze gebeurtenis lag zeer gevoelig in de Republiek omdat het enerzijds geloofsgenoten, Hugenoten, en anderzijds een bondgenoot, Frankrijk, betrof.

Centrale vraagstellingen binnen deze scriptie zijn welke effecten de verschillende vormen van informatievoorziening op de publieke opinie binnen de Republiek hadden en op welke wijze de overheden van de betrokken landen – Frankrijk en Engeland – de meningen in de Republiek probeerden te beïnvloeden.

De scriptie toont aan dat kranten en pamfletten een ander soort nieuws over dit beleg brachten en elkaar aanvulden. De Engelse en Franse overheden poogden de publieke opinie in de Republiek te beïnvloeden door gunstig gezinde pamfletten door Nederlandse drukkers te laten vertalen en te verspreiden. Gesteund door de strenge censuur was de Franse overheid het meest effectief in het beïnvloeden van de publieke opinie. De onderzochte correspondentie en de dagboeken tonen aan dat de diversiteit van het nieuws rond dit beleg tot verschillende standpunten onder de bevolking leidde. Steun aan enerzijds de Franse bondgenoot en anderzijds bescherming van de calvinistische Fransen verdeelde de bevolking van de Republiek.

De historische vereniging Vrienden van de Witt is opgericht in 2005 om de herinnering levend te houden aan de 17e eeuwse staatslieden Johan en Cornelis de Witt. De vereniging telt 130 leden. Doel van de scriptieprijs is het stimuleren van historisch onderzoek naar de Republiek der Nederlanden in de 17e eeuw.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.