Diversiteit

‘Minder witte mannen’ in Rotterdam nieuwste hoofdstuk in straatnamendiscussie

Door Matthijs van Schie - 01 februari 2019

De kogel is in Rotterdam door de kerk: als er een nieuwe straatnaam moet worden bedacht, krijgen vrouwen en etnische minderheden vaker de voorkeur boven ‘witte mannen’, zoals D66 had voorgesteld. De kwestie over straatnamen blijft geregeld terugkeren in de politiek en het publieke debat. Een overzicht van verhitte discussies die het afgelopen jaar woedden.

Rotterdam en de witte mannen

In februari 2018 zei D66-raadslid Nadia Arsieni dat uit een steekproef die ze had gedaan, was gebleken dat 92 procent van de straten in Rotterdam is vernoemd naar ‘witte mannen’ en 0 procent naar (de nazaten van) immigranten. Vanwege de grote etnische diversiteit – meer dan de helft van de inwoners heeft er een migratieachtergrond – en de prestaties van vrouwen moest dat anders, vond zij.

Daarom diende D66 samen met SP, GroenLinks, PvdA en de islamitische partij NIDA, die destijds een zogenoemd ‘links verbond‘ hadden gesloten, een initiatiefvoorstel in. Ook wilde D66 dat personen niet langer al minimaal tien jaar overleden moeten zijn voor een vernoeming, zodat niet-westerse migranten die in de jaren ’60 naar Nederland kwamen ook in aanmerking komen.

Donderdag kwam de kwestie opnieuw aan bod in de gemeenteraad: bij monde van VVD-wethouder Bert Wijbenga liet het college van burgemeester en wethouders weten akkoord te gaan met het voorstel. ‘Om invulling te geven aan meer culturele diversiteit wordt in de beleidsregels opgenomen dat bij persoonsvernoemingen het toekennen van namen van vrouwen en vanandere ondervertegenwoordigde groepen uit de samenleving de voorkeur verdient,’ schrijft Wijbenga. ‘Diversiteit staat hierbij voorop.’

Daarmee komt hij tegemoet aan een wens van D66 en consorten om ‘diversiteit en representativiteit’ tot een voorwaarde te stellen bij het kiezen van nieuwe straatnamen. De eerste twee namen die door de zogenoemde straatnamencommissie zijn voorgedragen, zijn van de Zuid-Afrikaanse burgerrechtenactivist Sol Plaatje (1876-1932) en de Engelse activiste Emily Hobhouse (1860-1926), die concentratiekampen tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika aan de kaak stelde.

De grootste oppositiepartij Leefbaar Rotterdam – die sowieso ruimschoots de grootste partij is van de stad, maar buiten de coalitie is beland – fileert het besluit. Raadslid Tanya Hoogwerf noemt de kwestie illustratief voor het ‘”Weg met ons”-college’, dat volgens haar ‘aan geschiedvervalsing doet om politieke correctheid erdoorheen te drammen’. Op Twitter bezweert wethouder Wijbenga dat het nieuwe beleid niet betekent dat blanke mannelijke Rotterdammers nooit meer op een straatnaambordje zullen belanden, en spreekt hij de suggestie tegen dat bestaande straatnamen vernoemd naar ‘witte mannen’ worden aangepast.

Beyoncé-boulevard: feministen willen meer vrouwenstraten

Afgelopen zomer gingen in onder meer Amsterdam, Utrecht, Leiden, Nijmegen, Arnhem, Tilburg, Goes, Delft, Den Haag en Rotterdam wél (tijdelijk) straatnaambordjes op de schop. Feministen van een collectief genaamd De Bovengrondse gingen in augustus de straat op met stickers met namen van bekende vrouwen als Suze Groeneweg (het eerste vrouwelijke Kamerlid in Nederland), wielrenster Mien van Bree en presentatrice Mies Bouwman. Die plakten ze over bestaande naambordjes.

‘We willen bewijzen dat vrouwen het waard zijn om een straatnaam te dragen,’ zei een woordvoerder van De Bovengrondse. De feministische actiegroep verwees naar een onderzoek van de website De Correspondent, waaruit bleek dat landelijk 12 procent van de straten naar een vrouw is vernoemd. De actie kreeg online veel steun, maar politici als Harm Beertema (Tweede Kamerlid voor de PVV) en Annabel Nanninga (gemeenteraadslid voor Forum voor Democratie in Amsterdam) hadden hun bedenkingen. Wel stelden ze voor straten te vernoemen naar vrouwen als Golda Meïr (1898-1978) en Margaret Thatcher (1925-2013).

De voormalige vrouwelijke premiers van respectievelijk Israël en het Verenigd Koninkrijk stonden niet op het lijstje van de feministen, maar popster Beyoncé Knowles wel. Naar de Amerikaanse zangeres werd tijdelijk een boulevard vernoemd, wat tot veel kritiek leidde: Beyoncé zou helemaal geen feministisch rolmodel zijn, vonden critici (zie ook het commentaar van Nikki Sterkenburg in het kader).

‘Foute straatnamen’ Witte de With en Jan Pieterszoon Coen

Niet alleen het geslacht of de huidskleur van personen of straatnamen wordt geregeld ter discussie gesteld, politici en activisten grijpen ook daden van historische figuren aan om te pleiten voor naamsverandering. Een opvallend voorbeeld stamt uit juni vorig jaar, toen in Eindhoven de Witte de Withstraat werd omgedoopt tot de Barbarossastraat.

Volgens een oud-lid van de plaatselijke straatnamencommissie moest vanwege de ‘diverse’ bevolkingssamenstelling van de wijk Hemelrijken een buitenlandse zeeheld worden benoemd. Daarom moest de Nederlandse admiraal uit de Gouden Eeuw Witte de With (1599-1658) wijken voor Barbarossa Hayreddin Pasha (1478-1546), die er grotendeels voor verantwoordelijk was dat het Ottomaanse Rijk werd uitgebreid in het Middellandse Zeegebied. Ondanks protest van de Eindhovense LPF, die vond dat laatstgenoemde een ‘uiterst dubieus verleden’ had, werd het besluit niet teruggedraaid.

Lees dit commentaar van Gertjan van Schoonhoven terug: Ongekozen activisten gaan niet over naam Witte de With

Een jaar eerder kwam ook in Rotterdam de naam van de Nederlandse zeeheld onder vuur te liggen. Het bestuur van het kunstinstituut Witte de With, dat was vernoemd naar de Witte de Withstraat waarin het gebouw staat, besloot tot naamsverandering na een protestbrief van zelfbenoemde anti-racismeactivisten onder wie Gloria Wekker en Sylvana Simons. De activisten verweten de kunstinstelling vergoelijking van kolonialisme, omdat Witte de With actief was voor zowel de VOC als de WIC. De kunstinstelling en haar raad van toezicht besloten in september 2017 ogenblikkelijk ‘unaniem’ de naam van het instituut te wijzigen.

Ook plaatsen die zijn vernoemd naar voormalig VOC-gouverneur Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) werden veelvuldig het mikpunt van activisten die naamsverandering eisten. Zo veranderde de Amsterdamse basisschool J.P. Coen zijn naam vanwege het koloniale verleden van de naamgever, die vooral omstreden is om de slachting die hij in 1621 liet aanrichten op de Banda-eilanden in Nederlands-Indië. Actiegroepen en de partij DENK hebben ook meermaals gepleit voor een naamswijziging voor de de Coentunnel bij Amsterdam, maar dat bleef tot dusver achterwege niet.

Urk vernoemt straatnamen juist naar ‘zeehelden’

Verzet tegen de beweging om straten te hernoemen die zijn vernoemd naar historische Nederlanders, kwam in februari vorig jaar uit Urk. In het Flevolandse vissersdorp diende de partij Hart voor Urk een motie in om straten in de nieuw te bouwen wijk Schokkerhoek juist te vernoemen naar ‘helden van weleer’ als Jan Pieterszoon Coen en Piet Hein (1577-1629).

Volgens gemeenteraadslid Jan Koffeman, die de motie indiende, was Urk niet voornemens zich ‘te laten gijzelen door een kleine groep activisten die de baas wil spelen over ons Nederland’. De gemeenteraad, waar ook CDA, SGP, ChristenUnie en Unie Gemeentebelangen deel van uitmaakten, stemde unaniem in met het voorstel. ‘Wij vinden het belangrijk om de zeehelden te blijven eren,’ aldus de Urkse wethouder Gerrit Post.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.