Schietpartij Utrecht

Rutte na ferme taal voorzichtiger met ‘terrorisme’

Door Eric Vrijsen - 18 maart 2019

Premier Mark Rutte (VVD) en CDA-minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus van Veiligheid en Justitie hielden maandagavond ‘alle mogelijkheden open’ als het gaat om het motief van de ‘aanslag’ in Utrecht. Een paar uur voordat de hoofdverdachte werd gearresteerd, waren de bewindslieden minder terughoudend en spraken zij tamelijk onomwonden over een schietpartij met een terroristisch motief.

Rutte zei maandagmiddag om 15.00 uur dat ‘wij nooit zullen wijken voor onverdraagzaamheid’. Daarmee was uitgesloten dat de provinciale verkiezingen van woensdag zouden worden uitgesteld.

De premier sprak nadrukkelijk over ‘een aanval op onze beschaving’. Rutte koos voor een krachtige, maar behoedzame formulering: ‘Als dit inderdaad zo is, dan past ons maar één antwoord: onze rechtsstaat is sterker dan fanatisme en geweld’. Dit is de standaardformulering waarmee politici op terrorisme reageren.

Motief onduidelijk

Enkele uren later, om 19.00 uur, gaven Rutte en Grapperhaus opnieuw een persconferentie. Op dat moment was niet alleen de hoofdverdachte gearresteerd door de anti-terreureenheid Dienst Speciale Interventies, maar was ook de geruchtenvorming toegenomen dat de schutter vanuit niet-terroristische motieven handelde. Hij zou zijn partner of een familielid hebben vermoord of  met ernstige psychische en verslavingsproblemen kampen.

Rutte zei tijdens deze persconferentie dat ‘er nog veel vragen en geruchten zijn’ over het motief van de moordenaar. ‘Maar laten we het niet kleiner maken dan het is. Nederland is in het hart getroffen.’ Hij kondigde een vlaginstructie af: op alle overheidsgebouwen wappert de vlag dinsdag halfstok. ‘Heel Nederland leeft mee met de slachtoffers.’

Minister-president Mark Rutte en minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) staan de pers te woord op het ministerie Justitie en Veiligheid naar aanleiding van een schietpartij in een tram in Utrecht. Foto: ANP/LEX VAN LIESHOUT

VVD-burgemeester Jan van Zanen zei ’s middags: ‘Wij gaan uit van een terroristisch motief.’ Duidelijk werd intussen dat de 37-jarige in Turkije geboren hoofdverdachte een bekende was van de politie en met justitie te maken had vanwege eerdere gewelddadigheden en eerwraak.

Aan de andere kant meldden ooggetuigen dat de schutter bij de Utrechtse tram ‘Allahu Akbar’ had geroepen. Er deden ook speculaties de ronde over een jihadistisch pamflet dat zou zijn gevonden in de vluchtauto, een vlakbij de aanslag gekaapte Renault Clio.

Vage grens terrorisme

De grens tussen terroristische en niet-terroristische motieven van een aanslag als die in Utrecht is volgens deskundigen niet altijd scherp te trekken. Gewelddadigheden kunnen bij voorbeeld door een verward persoon zijn gepleegd (geen terrorisme), die doelbewust angst wilde zaaien (wel terrorisme). Denkbaar is ook dat de aanslagpleger vanwege relatieproblemen zijn partner vermoordt, maar dit vanuit zijn religieuze houding probeert te vergoelijken door het voor te stellen als een terroristische actie.

Lees ook hoe in het buitenland gereageerd is op de ontwikkelingen in Utrecht

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.