Defensie

Kabinet schuift besluit onderzeeboten voor zich uit

Door Eric Vrijsen - 13 april 2019

Het kabinet-Rutte schuift de beslissing over vier nieuwe onderzeeboten al wekenlang voor zich uit en gaat een keuze tussen Nederlandse of Franse boten uit de weg. Eind vorig jaar nam het kabinet zich in de Defensie Industrie Strategie voor om voortaan de eigen industrie voorrang te geven, net zoals andere Europese landen dat doen. Maar nu het aankomt op daadwerkelijke beslissingen, durven de ministers Parijs niet voor het hoofd te stoten.

Kennelijk is het kabinet bang voor een nieuwe confrontatie met de regering van president Emmanuel Macron na de eerdere ruzie over de aandelen van Air France/KLM. Tot woede van de Fransen verwierf CDA-minister Wopke Hoekstra (Financiën) zes weken geleden stilletjes een belang van 14 procent in de luchtvaartonderneming om evenveel greep te krijgen op investeringsbeslissingen als de Franse regering. De bewindsman noemde dit een zaak van nationaal belang.

Vervanging van huidige onderzeeboten gaat om 2,5 tot 3,5 miljard

Lees ook dit commentaar van Ron Kosterman

Aandelen in AirFrance/KLM: Prima zet kabinet

Bij de vervanging van de huidige Walrusklasse-onderzeeboten gaat het om groot geld. ‘Meer dan 2,5 miljard,’ heet het officieel. Bronnen rond het ministerie van Defensie hebben het over 3,5 miljard. Premier Mark Rutte (VVD) zegt dat ‘we gewoon de beste spullen voor de beste prijs kopen’. Maar zo simpel ligt het niet. Ook hier spelen nationale belangen: technologische voorsprong; het voortbestaan van een eigen marinebouw en een koninklijke marine die niet afhankelijk is van wat buitenlandse wapenproducenten mogen leveren.

De nieuwe onderzeeboten zijn niet van een bestaand type, maar moeten nog worden ontwikkeld. Een Duitse en een Spaanse werf dingen mee naar de order, maar volgens ingewijden is het een strijd tussen de Franse Naval Groep (in samenwerking met het Nederlandse Royal IHC) en Damen Schelde (in combinatie met het Zweedse Saab).

De verwachting was dat VVD-staatssecretaris Barbara Visser al in maart een zogenoemde B-brief naar het parlement zou sturen met de aankondiging van het industriële project en vooral welk aanbod defensie had uitverkoren. Maar de zaak kwam in de vertraging. In een ambtelijk voorportaal van de ministerraad koersten defensieambtenaren onlangs aan op een beslissing ten gunste van Damen, maar volgens bronnen lagen ambtenaren van andere ministeries dwars. Als een manier om de prijs te drukken, werd geopperd Damen en Naval nog een paar jaar met elkaar te laten concurreren. En sowieso was het diplomatiek lastig om de Franse werf te passeren, na alle ophef over de aandelen Air France/KLM.

Acht jaar voor ontwikkeling en bouw nieuwe onderzeeboten erg kort

De vier nieuwe onderzeeboten moeten vanaf 2027 in de vaart komen. Dat lijkt nog een eeuwigheid te duren, maar acht jaar is voor het ontwikkelen en bouwen van een nieuw type erg kort. Onderzeeboten zijn met hun honderdduizenden onderdelen ongekend gecompliceerd:

Lees verder onder deze tabel

Personenauto                                                      5.000 onderdelen

Tank                                                                         15.000 onderdelen

Verkeersvliegtuig                                               100.000 onderdelen

Diesel-elektrische onderzeeboot                 350.000 onderdelen

Nucleaire onderzeeboot                                   1.000.000  onderdelen

(Bron: Naval Groep)

 

De vier huidige onderzeeboten doen al zo’n dertig jaar dienst. De sensoren zijn een paar keer gemoderniseerd, maar de diesel-elektrische aandrijving is over een jaar of acht versleten en dan kun je op geheime missie voor de kust van Syrië of in de Perzische Golf niet even de ANWB bellen om te komen sleutelen. Vandaar dat de tijd begint te dringen en in marinekringen nagelbijtend wordt gewacht op het moment dat het kabinet de knoop doorhakt.

Onderzeeboten zijn per definitie geheim en dus hoor je er zelden iets over. Dat roept de vraag op waarom Nederland ze eigenlijk moet hebben. Maar daarover twijfelt het kabinet niet. De vier boten van de Walrusklasse zijn met hun torpedo’s het krachtigste wapen van de krijgsmacht. Ze kunnen een vliegdekschip tot zinken brengen. Maar vooral als spionageplatform hebben Zr. Ms. Walrus, Zeeleeuw, Dolfijn en Bruinvis hun nut bewezen.

Sommige NAVO-bondgenoten hebben grote nucleaire onderzeeboten waarmee ze de oceanen bevaren of ze hebben kleine onderzeeboten die uitsluitend in ondiepe wateren dicht bij huis opereren. De Walrusklasse zit er tussenin: de vier boten kunnen in ondiepe kustwateren op 6.000 kilometer van Den Helder ongezien en geruisloos spioneren. In ruil voor deze informatie kreeg Nederland de afgelopen jaren van bevriende landen inlichtingen waarmee de eigen militairen en de eigen bevolking konden worden beschermd. ‘Die inlichtingenwereld is en blijft een ruilhandel waar je alleen maar iets krijgt als je zelf iets aan te bieden hebt,’ zegt een bron. Kortom, met die miljardenbeslissing voor nieuwe onderzeeboten koopt Den Haag de komende decennia veiligheid.

Voorkeur voor Damen Scheldewerf in Vlissingen als leverancier

In defensiekringen leeft een voorkeur voor de Damen Scheldewerf in Vlissingen als leverancier. Op die manier kan Nederland een zelfscheppende marinebouw handhaven. Om te kunnen blijven innoveren, moet de overheid als ‘eerste klant’ optreden. Damen voorziet op de lange duur ook exportmogelijkheden van het nieuwe onderzeeboot-type.

De Naval Groep bouwt – vergeleken bij Damen – veel meer onderzeeboten, vooral voor de Franse marine. Naval wil Nederland een Barracuda leveren: een aanpassing van een nucleair aangedreven onderzeeboot. Dit type is echter groter en volgens ingewijden minder geruisloos dan wat Damen zou kunnen leveren.

Komende week komt de kwestie aan de orde in een overleg tussen de direct betrokken bewindslieden: de premier met zijn ministers en staatssecretarissen van Defensie, Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Financiën. De voortekenen zijn dat zij voorlopig geen definitieve keuze voor Damen De Schelde maken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.