Europese verkiezingen

Waarom zou ik stemmen? 46 vragen en antwoorden

Door Jelte Wiersma - 15 mei 2019

Zo’n 420 miljoen burgers van de 28 EU-landen mogen van donderdag 23 tot en met zondag 26 mei stemmen voor het Europees Parlement. 46 vragen en antwoorden over dit eigenaardige parlement.

1. Wanneer zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement?

Altijd van donderdag tot en met zondag. In Nederland op donderdag 23 mei tot 21 uur, in 22 van de 28 EU-landen stemmen de burgers op zondag 26 mei. In veel Europese landen wordt altijd op een zondag gestemd, in Nederland op een woensdag omdat hier rekening wordt gehouden met de zondagsrust (christendom), de sabbat op vrijdag en zaterdag (jodendom) en het vrijdaggebed (islam). Om de verkiezingen zo dicht mogelijk bij de stemdagen in andere landen te houden, was donderdag de eerst mogelijke stemdag. Letland en Slowakije stemmen op zaterdag, Ierland op vrijdag, Tsjechië op vrijdag en zaterdag. Het Verenigd Koninkrijk stemt net als Nederland op donderdag 23 mei.

2. Moet ik stemmen?

Nee, Nederlanders hoeven niet te gaan stemmen, Grieken en Luxemburgers wel. In hun land is een stemplicht en zijn er formeel sancties voor thuisblijvers, al zijn die mild. België, Italië en Spanje kennen ook een stemplicht maar die wordt niet gehandhaafd en is dus een wassen neus.

3. Op wie mag ik stemmen?

Voor de meeste Nederlanders geldt dat zij alleen op Nederlandse kandidaten kunnen stemmen. Nederland is net als de andere EU-landen een kiesdistrict en wordt door de Kiesraad, die de verkiezingen in Nederland organiseert, een ‘kieskring’ genoemd. Nederlanders mogen alleen op Nederlanders stemmen, Duitsers alleen op Duitsers, Belgen alleen op Belgen enzovoort. Er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld als een Nederlander kandidaat is voor een Belgische partij (zie vraag 5).

4. Kan ik twee stemmen uitbrengen als ik twee nationaliteiten heb?

Wie de nationaliteit heeft van meer dan één EU-land zou meermaals kunnen stemmen. De Duits-Italiaanse hoofdredacteur van weekkrant Die Zeit Giovanni di Lorenzo deed dit in 2014. Hij stemde in zijn Duitse woonplaats Hamburg als Duits staatsburger en op het Italiaanse consulaat als Italiaans staatsburger. Zo’n dubbele stem is illegaal. Maar EU-landen weten meestal niet of hun burgers nog een andere nationaliteit hebben. Dat hij twee keer had gestemd, vertelde Di Lorenzo op televisie, anders had niemand het geweten. Hij zei dat hij niet wist dat het niet mocht en bood zijn excuses aan. Ongemerkt en straffeloos meermaals stemmen kan dus, voor wie meerdere paspoorten heeft. Maar het is wel strafbaar.

5. Kan een EU-ingezetene op een lijst in ander land staan?

EU-burgers mogen kandidaat zijn in een ander EU-land, zolang ze in dat land wonen. Zo werd de Nederlander Derk-Jan Eppink in 2009 in het Europees Parlement gekozen voor de Belgische partij Lijst Dedecker. Dat ging bijna mis, want Eppink woonde in New York. Hij wist op het nippertje via een bevriende zakenman een huis te huren in België en zich daar in te schrijven, beschrijft hij in zijn boek Het rijk der kleine koningen over zijn avonturen in het Parlement tussen 2009 en 2014. Eppink is opnieuw kandidaat, nu voor de Nederlandse partij Forum voor Democratie.

6. Uit hoeveel kandidaten en partijen kan ik kiezen?

De Kiesraad meldt dat 313 mensen zich hebben gekandideerd, op zestien lijsten. Dat aantal zal iets lager worden, want sommige kandidaten hebben zich teruggetrokken. De ChristenUnie/SGP heeft met dertig kandidaten de langste lijst, JEZUS LEEFT met drie kandidaten de kortste.

7. Welke gevolgen heeft mijn stem?

Dat is altijd onduidelijk. Bijna alle Nederlandse partijen zijn lid van een fractie in het Europees Parlement. Het CDA is lid van de grootste fractie, de Europese Volkspartij (EVP), de PvdA is lid van de S&D, de tweede fractie in grootte, SGP en Christen­Unie zijn lid van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), de derde fractie, VVD en D66 van ALDE, de vierde fractie die wordt vervangen door een nieuwe liberale fractie met En Marche! van de Franse president Emmanuel Macron, de SP is lid van Verenigd Links (vijf), en GroenLinks van de Groenen (zes). Zeven is de Alliantie voor Directe Democratie, die geen Nederlands partij telt, en achtste is Europa van de Naties en Vrijheid met de PVV.

8. Bij welke fractie zit Forum voor Democratie dan?

Van sommige partijen is nog niet duidelijk bij welke fractie zij zich aansluiten. Forum wil aanhaken bij de Europese Conservatieven en Hervormers, maar ChristenUnie en SGP willen FVD er niet bij. Waarschijnlijk wordt pas na de verkiezingen duidelijk wie deze strijd wint.

9. Geldt dat alleen voor Forum?

Nee, dat is niet uniek. Het Hongaarse Fidesz zit bijvoorbeeld bij de Europese Volkspartij, waarvan ook het CDA lid is. Maar mogelijk wordt Fidesz uit de EVP gezet, mede op aandringen van het CDA. En voor ALDE (VVD, D66) komt een nieuwe ­liberale fractie in de plaats. Kiezers moeten dus vaak afwachten wat er met hun stem gebeurt.

Parijs, hoofdstad van een van de belangrijkste landen in de EU. Middenvoor het dak van het Élysée, residentie van de president. Foto: Eric Feferberg/AFP/ANP

10. Spreken die grote fracties met één mond?

Nee, fractiediscipline is vaak ondergeschikt aan nationale en persoonlijke voorkeuren en belangen. De VVD bijvoorbeeld stemt in 20 procent van de gevallen anders dan de ALDE-fractie, waarvan zij lid is, maar D66 volgt bij 91 procent van de stemmingen de ALDE-lijn. En het is nog ingewikkelder: er is geen ‘regering’ en geen oppositie.

11. Kiest het Europees Parlement de voorzitter van de Europese Commissie?

Nee. De Raad van Regeringsleiders draagt een kandidaat voor en het Europees Parlement mag daarmee in- of tegenstemmen.

12. Is Jean-Claude Juncker dan niet gekozen?

In 2014 kwamen de grotere fracties in het Parlement overeen het systeem van de Spitzenkandidat te hanteren. Zij deden net of de uitkomst van de Europees Parlementsverkiezingen zou bepalen wie Commissievoorzitter werd. Hun afspraak luidde dat de kandidaat van de grootste partij de steun van de anderen krijgt waarmee een meerderheid in het Parlement zou ontstaan. Het Parlement liet de regeringsleiders weten tegen iedere andere kandidaat te zullen stemmen. Zo geschiedde. De Luxemburger Jean-Claude Juncker kreeg als Spitzenkandidat van de Europese Volkspartij, die de grootste was geworden, de meerderheid achter zich.

13. En de regeringsleiders stemden daarmee in?

Met tegenzin, ja. Alleen de Britse premier David Cameron en de Hongaarse premier Viktor Orbán hielden hun poot stijf.

14. En nu probeert het Parlement het trucje met de Spitzenkandidat weer uit te halen?

Lees de analyse over het debat tussen de Spitzenkandidaten nog eens terug: Vrijthof, Verhofstadt en EU

Ja, maar minder overtuigend dan in 2014. De Duitser Manfred Weber (CSU) is Spitzenkandidat namens de Europese Volkspartij en Frans Timmermans (PvdA) namens S&D. Maar de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) heeft geen Spitzenkandidat, de liberale ALDE heeft er zeven. Guy Verhofstadt (OpenVLD) wilde net als in 2014 namens ALDE Spitzenkandidat zijn, maar daar stak Mark Rutte (VVD) een stokje voor.

15. Dus de regeringsleiders bepalen weer gewoon wie Commissievoorzitter wordt?

Ja. Dat wil Rutte, maar, veel belangrijker, de Franse president Macron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel (CDU) willen ook geen herhaling van 2014. Merkel steunt Weber wel als leider van de Europese Volkspartij, maar niet als Spitzenkandidat. Macron heeft zich openlijk tegen het systeem van de Spitzenkandidat gekeerd. Hij weet dat het anders bijna zeker is dat een Duitse christen-democraat Commissievoorzitter wordt: Weber. Terwijl Macron liever de Franse oud-minister, oud-EU-Commissaris en Brexit-onderhandelaar Michel Barnier op die post zou zien. Ook zou hij wel wat zien in Commissaris Margrethe Vestager, een Deense links-liberaal die bij Macrons vrienden van ALDE is aangesloten.

16. Is het niet een beetje een raar parlement?

Het Europees Parlement is een van de eigenaardigste parlementen ter wereld. Allereerst zijn de verkiezingen voor het Parlement, na de nationale verkiezingen in India, die met de meeste kiesgerechtigden: zo’n 420 miljoen. Daarnaast is het geen parlement van een land maar van een supranationale ­organisatie. En het is met 751 ­leden enorm groot. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, dat veel meer macht heeft, telt 435 leden. Het parlement van ’s werelds grootste democratie, India, telt 790 leden. Maar India heeft 1,4 miljard inwoners, bijna drie keer meer dan alle EU-landen samen (510 miljoen inwoners).

17. Is het Parlement nog een ‘applausmachine’?

Jazeker. Een overgrote meerderheid van het Europees Parlement stemt structureel voor meer macht voor de Europese Unie, terwijl bijna overal in Europa burgers wel willen dat hun land in de EU blijft maar dat de EU minder gaat doen. Het Parlement wil altijd meer EU-integratie, tegen de wens in van de burgers die het vertegenwoordigt. En de EU heeft geen regering. De Commissie doet soms alsof zij de regering van de EU is, maar dat is niet zo. De regeringsleiders en de ministers van de lidstaten hebben de meeste macht.

18. Heeft het Parlement dan wel wat te doen?

Ja en nee. Op aandringen van de regeringsleiders heeft de Europese Commissie de afgelopen vijf jaar ‘slechts’ 380 wetsvoorstellen naar het Parlement gestuurd, in de vijf jaar daarvoor waren dat er zo’n achthonderd. Daarom klagen veel Parlementsleden dat ze niets te doen hebben. Toch mochten zij 10.252 keer stemmen, zo blijkt uit cijfers van denktank Votewatch.

Zicht op Berlijn met het gebouw van de Rijksdag, het nationale parlement. Samen met Frankrijk is Duitsland bepalend in de EU. Foto: Michael Gottschalk/Getty Images

19. Meer dan tienduizend keer stemmen?

Jawel, maar veel resoluties, moties en amendementen hebben niet of nauwelijks zeggingskracht. Het Parlement stemt nogal eens over zaken waar het niet over gaat, als een soort bezigheidstherapie. Het aantal resoluties waarin het EU-Parlement zijn afkeuring uitspreekt over bijvoorbeeld mensenrechten in Afrikaanse en Aziatische landen, is nauwelijks te tellen. Maar dit soort resoluties leidt tot niets, want het Parlement kan niet tot militaire interventies besluiten of sancties afdwingen.

20. Moet ik wel gaan stemmen?

Sommigen erkennen het Europees Parlement niet als legitieme volksvertegenwoordiging, omdat zij redeneren dat er geen Europese natie is en geen Europees volk. Zij blijven thuis.

21. Hoe hoog is de opkomst?

De opkomst daalt al sinds de eerste directe verkiezingen in 1979 (toen 62 procent). In 2014 bracht 43 procent zijn of haar stem uit. In Nederland was dat met 37 procent nog lager. Structureel stemmen sinds 1979 minder Nederlanders dan gemiddeld in de EU.

22. Niet zo gek toch, als je Rutte beluistert?

Inderdaad noemde de premier de verkiezingen ‘niet zo relevant’. Dat maakt het toch al niet grote enthousiasme om te gaan stemmen er niet groter op. Later trok hij die opmerking weer in.

23. Maar ik kan toch op een EU-sceptische partij stemmen en zo mijn afkeer uiten?

Inderdaad. De peilingen laten zien dat er wel eens serieus zand kan worden gestrooid in de applausmachine die het Europees Parlement is. Het aantal stemmen op EU-sceptische partijen lijkt naar een recordhoogte te gaan. De AfD in Duitsland, Lega in Italië, RN (het vroegere Front National) in Frankrijk, Vlaams Belang en PVV zullen met vele andere kleinere partijen één blok vormen. Daarnaast zijn er de ECR-fractie (waar de Poolse regeringspartij PiS in zit), de Britse Conservatieve Partij en mogelijk Forum voor Democratie die EU-sceptisch zijn.

24. Hebben die kans een meerderheid te halen?

Nee. Maar samen kunnen al deze partijen een zogenoemde blokkerende minderheid vormen die verdere EU-integratie op zijn minst kan vertragen.

25. Dus het gaat wel degelijk ergens om dit jaar?

Ja. Er valt wat te kiezen: voor of tegen meer EU. Wie dat laatste of geen EU-lidmaatschap wil, stemt op PVV, SP, ChristenUnie, SGP of op nieuwkomer FVD.

26. Er waren toch minder wetsvoorstellen? Heeft het Parlement dan ook minder macht?

Nee, juist meer. Het Parlement is sinds het Verdrag van Lissabon – de EU-grondwet waar Fransen en Nederlanders in 2005 massaal tegen stemden maar die toch is ingevoerd – veel machtiger geworden, terwijl de Tweede Kamer juist minder machtig werd. Wie zijn stem niet wil laten verwateren, stemt maar beter wel voor het Europees Parlement.

27. Maar als de opkomst zo laag is, dan verdient het Parlement die macht toch niet?

Van een lage opkomst trekt het Parlement zich niets aan. Wie niet stemt, zwijgt vijf jaar. Maar, als de opkomst bijvoorbeeld in heel Europa slechts 20 procent zou zijn, dan kan het Parlement zich moeilijk ‘volksvertegenwoordiging’ noemen.

Regeringszetel Den Haag. Nederland was een van de zes landen die aan de basis stonden van de Europese Unie. Foto: iStock

28. Welke macht heeft het Parlement dan?

Elk land draagt na de verkiezingen een kandidaat voor de Europese Commissie voor. Het Parlement heeft het recht die kandidaten te horen en hun aanstelling te blokkeren, ook die van de Commissievoorzitter. In 2014 stemde het Parlement tegen de aanstelling van de Sloveense oud-premier Alenka Bratusek (ALDE). Zij zou te weinig weten van de voor haar voorziene portefeuille.

Het Parlement zoekt, al was het maar om zijn tanden te laten zien, altijd wel een zwak schaap uit. In 2004 mocht de Italiaanse christen-democraat Rocco Buttiglione (EVP) geen Commissaris worden nadat hij zei homoseksualiteit als een zonde te beschouwen. De kandidaten die de landen voordragen, zijn dan ook niet zeker dat ze Commissaris worden.

29. Dus het Parlement gaat over de poppetjes?

Ja, maar daarnaast heeft het ook inhoudelijke macht. Op thema’s als begroting, handel, immigratie en asiel, energie, economie, transport, landbouw, visserij, milieu, veiligheid en consumentenbescherming heeft het Parlement sinds het Verdrag van Lissabon steeds meer macht gekregen.

30. Wat is een voorbeeld van die macht?

Het verbod op de pulskorvisserij, een Nederlandse uitvinding. De Europese Commissie steunde de pulskortechniek als milieuvriendelijke innovatie, maar het Parlement trok na een Franse lobby het initiatief naar zich toe en stemde massaal voor een verbod van de techniek.

31. Pulskorvisserij is toch geen grote kwestie?

Een ander voorbeeld is de invloed van het Parlement op vrijhandelsverdragen die de Europese Commissie sluit met landen zoals Zuid-Korea, Japan enzovoort. Dit is formeel een EU-competentie en de nationale parlementen hebben daarover niets te zeggen. Maar het Europees Parlement wel. Al is dit wel diffuus. In de onderhandelingen met Canada eisten en kregen de nationale parlementen de macht tijdelijk deels terug. Zo is de macht van het Europees Parlement soms groter en soms minder groot.

32. Wat is formeel de positie van het Parlement?

Formeel is het Parlement gelijkwaardig aan de Europese Raad, het platform van de nationale regeringen. Het Parlement kan de Europese Commissie vragen om voorstellen voor wetten te doen. Ook kan het de Europese Commissie naar huis sturen – wat overigens nog nooit is gebeurd – maar het Parlement kan geen individuele Commissarissen wegsturen.

33. In het verleden zijn toch wel eens Commissarissen opgestapt?

Zeker. De Commissie onder leiding van de Luxemburger Jacques Santer trad in 1999 voortijdig af. De Franse Commissaris en oud-premier Edith Cresson bleek haar minnaar een goed betaalde klus bij de Commissie te hebben bezorgd. De Nederlandse Commissie-ambtenaar Paul van Buitenen bracht Cressons gerommel aan het licht. Het Parlement benoemt inmiddels een ombudsman die onderzoek kan doen naar misstanden binnen EU-instellingen.

34. Het lijkt soms of het Parlement belangrijker doet dan het is. Klopt dat?

Het Parlement slaagt er telkens in zichzelf machtiger te maken dan het formeel is. Onderzoeken naar bijvoorbeeld de staat van de democratie in andere EU-landen of geassocieerde landen zoals Turkije krijgen door media-aandacht als vanzelf gewicht. Premier Rutte noemde het Europees Parlement een ‘feestcommissie op zoek naar een feest’. Beter gezegd: een machtsplatform op zoek naar macht. Het Parlement krijgt vaak een voet tussen de deur.

35. Het Verenigd Koninkrijk doet toch mee aan de verkiezingen?

Ja. Het Verenigd Koninkrijk zou in maart de Europese Unie verlaten, maar heeft op 11 april voor een tweede keer uitstel gekregen van de 27 regeringsleiders van de andere EU-landen. Het land heeft nu de tijd tot donderdag 31 oktober. Het hangt ervan af of in het Britse Lagerhuis een meerderheid is voor een uittredingsovereenkomst die als overbrugging kan dienen voor een nieuwe relatie met de EU. Vooralsnog ontbreekt een meerderheid in het Lagerhuis voor een uittredingsovereenkomst die ook voor de 27 EU-landen acceptabel is.

36. Wat betekent dit?

Het Verenigd Koninkrijk is nog altijd EU-lid en is dus verplicht om verkiezingen voor het Europees Parlement uit te schrijven voor zijn 46 miljoen kiesgerechtigde burgers. Op dinsdag 2 juli is de eerste plenaire vergadering van het Parlement, in Straatsburg. Als het Verenigd Koninkrijk dan nog steeds EU-lid is, moet het de 73 Parlementszetels innemen waarop het recht heeft.

37. Wat gebeurt er met de Britse zetels als de Britten de EU verlaten?

Dan wordt het Europees Parlement verkleind van 751 naar 705 leden. Daarnaast worden 27 Britse zetels ‘verdeeld’ over de blijvende landen. Nederland krijgt er drie bij, want het is ­onderbedeeld. Het Nederlandse zetelaantal stijgt dan van 26 naar 29. Als de Brexit niet doorgaat, blijft alles bij het oude.

38. Wordt de uitslag in Nederland meteen op donderdagavond 23 mei bekend?

Nee. Doordat in de meeste EU-landen op zondag wordt gestemd, is afgesproken dat de uitslag pas op zondag na sluiting van de laatste stembussen wordt gepubliceerd. Anders kunnen de verkiezingen in andere landen worden beïnvloed.

Londen, met op de voorgrond de Tower Bridge over de Theems. Zolang de strijd over de Brexit niet is beslecht, maakt het Verenigd Koninkrijk nog deel uit van de EU. Foto: iStock

39. Hoeveel verdient een lid van het Parlement?

Tot 2009 verdienden Europees Parlementsleden hetzelfde als de nationale parlementsleden in hun eigen land. Dit leidde tot enorme verschillen. Zo kwam een Italiaanse europarlementariër met meer dan 300.000 euro thuis, veertien keer meer dan dat van in 2004 toegetreden landen uit Midden- en Oost-Europa.

Inmiddels zijn de salarissen gelijkgetrokken. Per maand is dat bruto 8.757,70 euro. Na aftrek van belastingen en sociale premies blijft daarvan 6.824,85 euro over. Ter vergelijking, een lid van de Tweede Kamer krijgt 7.705,12 euro bruto per maand.

40. Blijft het daarbij?

Nee. Europees Parlementsleden genieten vooral veel financiële voordelen buiten hun vaste inkomen. Per maand krijgen zij 4.513 euro belastingvrij om naar eigen inzicht te besteden. In 2018 besloot het Parlement dat de leden niet hoeven te verantwoorden waaraan zij dit bedrag uitgeven.

Verder krijgt een europarlementariër vlieg- en treinkaartjes vergoed en 53 cent per kilometer als zij of hij de auto neemt. Daarnaast wordt ook nog eens tweederde van de medische kosten vergoed. Voor elke vergaderdag in Brussel of Straatsburg krijgt een europarlementariër 320 euro verblijfskosten (een hotel, maaltijden). Wie minder uitgeeft, mag de rest gewoon houden.

41. Mogen de leden nog wat naast hun parlementaire werk doen?

Ja. Europees Parlementsleden mogen bijverdienen. Zo bleek in 2018 uit een studie van Transparency International dat sinds het aantreden van het zittende Parlement eenderde van de leden tussen de 18 en 41 miljoen euro had bijverdiend. De Parlementsleden hebben samen 1.366 nevenfuncties, betaald en onbetaald. En dat aantal groeit.

42. Om welke bedragen gaat het?

De Italiaanse socialist Renato Soru kreeg naast zijn wedde als Parlementslid als directeur van Telecombedrijf Tiscali 1,5 miljoen euro, het Litouwse Parlementslid Antanas Guoga verdiende 1,3 tot 1,4 miljoen euro bij als pokerspeler. De Belg Guy Verhofstadt was nummer drie onder de bijverdieners: 920.000 tot 1,4 miljoen euro.

43. Hebben Nederlanders ook neveninkomsten?

Nederland kent nauwelijks bijverdieners, al was het maar omdat vrijwel geen enkele Nederlandse europarlementariër ondernemer is en een bedrijf heeft.

De Italiaanse hoofdstad Rome. Italië was net als Nederland lid van EU-voorloper EEG, maar wordt steeds eurosceptischer. Foto: iStock

44. Geeft het Parlement financiële steun aan politieke partijen?

Ja, heel curieus. Het Europees Parlement financiert partijen en hun denktanks – met ruim 40 miljoen euro per jaar. Dit maakt dat het Parlement tegen de wens van de Parlementsmeerderheid de belangrijkste financier is van EU-sceptische partijen die in hun eigen land minder of geen belastinggeld tot hun beschikking hebben. Dat geldt onder meer voor het Britse UKIP, dat geen enkele zetel in het Lagerhuis heeft. UKIP kon dankzij de ruime EU-steun en het platform dat het Parlement biedt tegen de EU ageren en dwong zo het referendum over de Brexit af. De Duitse secretaris-generaal van het Parlement Klaus Welle wil nu dat er minder geld gaat naar kleinere partijen. Dat zijn meestal EU-sceptische partijen.

45. Hoeveel kost het Europees Parlement?

Volgens cijfers van het Parlement zelf 1,95 miljard euro per jaar. Bijna de helft daarvan gaat naar de zevenduizend medewerkers, onder wie vertalers en assistenten, 22 procent gaat naar de europarlementariërs, en 13 procent naar de gebouwen in Brussel, Straatsburg, Luxemburg en de vertegenwoordigende kantoren in de 28 EU-landen. Die 1,95 miljard wordt betaald uit de EU-begroting van 165,8 miljard euro (2019).

46. Ten slotte, wat zijn de hoofdthema’s dit jaar, naast meer of minder (of geen) EU?

De verkiezingen voor het Europees Parlement pakken meestal uit als een soort referenda over zittende nationale regeringen. In alle landen spelen andere thema’s. In het Verenigd Koninkrijk de Brexit. In dat land leidt de Brexit-partij van Nigel Farage de peilingen, met een kwart van de stemmen. In Frankrijk is de verkiezing een stemming over de steun voor president Macron. In Nederland is klimaat een thema. Maar het is natuurlijk aan de kiezer om te bepalen waarom en op wie hij of zij stemt. En of hij of zij dit eigenaardige Europees Parlement überhaupt legitimiteit wil geven door te stemmen.

Europees Parlement kwam er door Brits-Frans gechicaneer

Het Europees Parlement zoals we dat nu kennen, is het gevolg van een concurrentiestrijd tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk over de macht in West-Europa, na de Tweede Wereldoorlog.

Het Verenigd Koninkrijk wilde een samenwerking op zetten tussen soevereine staten om tegemoet te komen aan de roep, onder meer van de Britse premier Winston Churchill, om tot een verenigd Europa te komen. Binnen zo’n Europa zou het Verenigd Koninkrijk als sterkste West-Europese economische en militaire macht als vanzelfsprekend domineren.

Het Verenigd Koninkrijk initieerde daarom in 1948 het Congres van Den Haag. Daar werd besloten de Raad van Europa op te richten. Deze Raad van soevereine Europese landen bestaat nog altijd en zetelt in de Franse stad Straatsburg.

Frankrijk counterde de ‘Britse’ Raad van Europa met een eigen plan voor een verenigd Europa: de Schuman-verklaring, genoemd naar de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman, maar het geesteskind van diplomaat en zakenman Jean Monnet (1888-1979). Monnet wilde, gesteund door de Verenigde Staten, komen tot een Verenigde Staten van Europa. Landen zouden hun macht geleidelijk afstaan. De eerste stap was de vorming in 1951 (Verdrag van Parijs) van een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)waarbij landen macht overhevelden naar een Hoge Autoriteit.

 

Het was een revolutionair plan waarvan Monnet wist dat de Britten dit nooit zouden accepteren. Het Verenigd Koninkrijk had niet gevochten voor de eigen soevereiniteit én die van andere landen, om die op te geven. De Schuman-verklaring was aldus een Franse zet tegen de ‘Britse’ Raad van Europa. De Britten zagen het gevaar en wilden dat de ‘Franse’ Hoge Autoriteit voor Kolen en Staal onder de controle zou worden gebracht van de assemblee van de Raad van Europa. Deze assemblee bestaat nog altijd en is samengesteld uit nationale parlementsleden van aangesloten landen.

 Monnet was geen democraat maar zijn voorstel voor een assemblee was een noodgreep

Monnet reageerde daarop door op de tweede dag van de onderhandelingen tussen Frankrijk, West-Duitsland, Italië en de Benelux-landen over de EGKS, zélf de instelling van een assemblee voor de Hoge Autoriteit voor te stellen. Monnet stond niet bekend om zijn warme gevoelens voor democratie, en wilde met de Hoge Autoriteit een elitebestuur in West-Europa installeren. Maar met het voorstellen van een assemblee voor ‘zijn’ EGKS sneed hij eenieder de pas af die de Hoge Autoriteit niet democratisch genoeg vond in vergelijking met de Raad van Europa.

 

Monnets assemblee zou als ‘representant van de volkeren’ de nieuwe Hoge Autoriteit voor Kolen- en Staal moeten controleren en adviseren. De assemblee ging bestaan uit 78 nationale parlementsleden uit de zes EGKS-landen.

Tot frustratie van Monnet eiste Nederland overigens dat de Hoge Autoriteit geen eigenstandig machtsorgaan zou worden, maar onder controle zou komen van de zes EGKS-landen. En zo gebeurde het.

Monnets autoritaire Hoge Autoriteit werd zo tegen zijn zin gesandwiched. Als vlucht naar voren schoof hij er zelf een assemblee onder, en de Nederlanders zetten de Raad van Ministers erboven. Tot op de dag van vandaag duurt die situatie voort: de Raad van Ministers is het machtigst, dan volgt de Europese Commissie (opvolger Hoge Autoriteit) en dan het Europees Parlement (opvolger van de assemblee).

Zo is de assemblee die later uitgroeide tot het Europees Parlement een bastaard van Brits-Frans gechicaneer om de macht in (West-)Europa.

Enigszins ironisch is dat zowel de parlementaire assemblee van de Raad van Europa als het Europees Parlement in het Franse Straatsburg is gevestigd. Sterker nog, de assemblees van de ‘Britse’ Raad van Europa en de ‘Franse’ Europese Unie vergaderen in Straatsburg in met elkaar verbonden gebouwen. Lange tijd gebruikte de assemblee van de Europese Unie zelfs de vergaderzaal van de assemblee van de Raad van Europa. Ze hebben nog meer gemeen: beide zijn het toneel van eindeloos veel omkopingsschandalen, gerommel met declaraties en ander wangedrag.

Jean Monnet (rechts) en de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer. Foto: AFP/ANP

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.