Interview

Stijn Schoonderwoerd: ‘Ik bepleit de radicale nuance’

Door Gertjan van Schoonhoven - 19 juni 2019

Vijf jaar is Stijn Schoonderwoerd (53) nu directeur van het Tropenmuseum, dat zichzelf opnieuw uitvond en de bezoekersaantallen ziet stijgen. Bang om zijn nek uit te steken, is hij niet.

Na ruim een uur praten hapert Stijn Schoonderwoerd voor het eerst even. ‘Uh… nog een kop koffie? Daar wil ik even over nadenken…’

Stijn Schoonderwoerd (1966) is sinds 2014 directeur van het Nationaal Museum van Wereldculturen, ontstaan uit een fusie. Eerder was hij onder meer zakelijk directeur van Het Nationale Ballet. Hij woont met zijn gezin in Haarlem.

De vraag was: stel, u gaat de politiek in en wordt premier. Zijn er dan lessen die u als directeur van het Tropenmuseum hebt geleerd, waar u iets aan hebt?

Okay, beetje moeizame vraag misschien. Maar wel een die voor de hand ligt. Want Schoonderwoerd is toch een soort directeur multiculturele samenleving sinds hij in 2014 de baas werd van het nieuwe Nationaal Museum van ­Wereldculturen. Daarin gingen drie musea op – gedwongen door de bezuinigingen van het eerste kabinet-Rutte: het Tropenmuseum in Amsterdam, het ­Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal. In 2017 kwam het Wereldmuseum in Rotterdam daarbij.

Het KIT moest in één klap zijn jaarlijkse subsidie inleveren

De fusie was de uitkomst van wat Schoonderwoerd omschrijft als een ware ‘doodsstrijd’. De voormalige koloniale pronkkamer in het Oosterpark in Amsterdam maakte deel uit van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Dat moest van financier Buitenlandse Zaken in 2011 in één klap zijn jaarlijkse subsidie van 20 miljoen euro inleveren. Zo’n beetje de helft daarvan was voor het Tropenmuseum. Er kwam een reddingsplan, waarbij Schoonderwoerd als directeur van Museum Volkenkunde in Leiden, nauw betrokken was. Als ‘Leiden’, ‘Amsterdam’ en ‘Berg en Dal’ fuseerden tot één rijksmuseum met drie locaties, was 5,5 miljoen per jaar voor het Tropenmuseum voldoende.

Aldus geschiedde. Vijf jaar later trekken de musea gezamenlijk zo’n 450.000 bezoekers per jaar, en hebben ze een paar recordjaren achter de rug. Schoonderwoerd: ‘Dus ja, de politiek kan iets in beweging zetten wat bij nader inzien nieuwe mogelijkheden oplevert. Je zou kunnen zeggen dat het museum floreert. We hebben de goeie toon te pakken.’

Er werden vraagtekens gezet bij de relevantie van dit type museum

Ook in een ander opzicht heeft het Tropenmuseum zichzelf opnieuw uitgevonden. Vijf tot tien jaar ­geleden werden vraagtekens gezet bij de relevantie van dit type museum. Schoonderwoerd vertelt een veelzeggende anekdote over wijlen burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA). Die vond een ‘wereldmuseum’ op zich best nuttig in een stad met 180 culturen. ‘Ik ben ontzettend blij dat jullie zijn gered.’ Maar, zei hij: ‘Jullie hebben wel een probleem. Al die ouwe spullen, wat moet je ermee?!’

Die ‘ouwe spullen’ – zeg maar het complete koloniale Nederlandse erfgoed – als winkeldochters van het verleden. Maar Schoonderwoerd en zijn staf zagen juist mogelijkheden. ‘Wij vonden dat het aan ons was om duidelijk te maken dat maatschappelijke rol en collectie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zodat ­niemand ooit nog op het idee zou komen om het Tropenmuseum te sluiten, zoals ook niemand op het idee komt om het Rijksmuseum te sluiten.’

Kortom: het Tropenmuseum wilde ­laten zien dat het relevant is. ‘We hebben ook de schoonheid van het gebouw in ere hersteld. Als je binnenkwam, was het met al die kluisjes net het gemeentelijk zwembad. Maar het belangrijkste is dat we de draai hebben gemaakt van ver weg en vroeger, naar hier en nu. Dit museum gaat over de issues waarop je stuit als je de krant openslaat. Identiteit, migratie, verschillen, overeenkomsten, culturele beïnvloeding, samen­leven in een mondialiserende wereld. Maar ook kolonialisme, slavernij, Zwarte Piet. Die kluwen, dat wespennest van issues.’

Advies gevraagd aan een kritisch zwart collectief

Er kwam een speciale galerij over ­slavernij: Heden van het slavernijver­leden. In 2021 volgt een opstelling over het ­koloniale verleden: De erfenis. Een tentoonstelling over gender is op komst. Het museum zoekt bij al die thema’s nadrukkelijk de samenwerking met ‘klankbordgroepen’, met ervaringsdeskundigen uit minderheidsgroepen, en ook activisten.

Zo werd voor Heden van het slavernijverleden advies gevraagd aan het kritische zwarte collectief Decolonize the Museum (dekoloniseer het museum). Een standbeeld van een naakte Afrikaan met een erectie verdween op hun advies naar het depot – niet respectvol. Verder steekt het museum zijn nek uit met opvallende uitgaven en standpunten.

Zo verscheen vorig jaar Words Matter, een lexicon voor de museumwereld over welke woorden mogelijk omstreden zijn en waarom. Met uitleg over de oorsprong van die woorden, waarom bepaalde mensen ze omstreden vinden en met alternatieven. ‘Slaaf’ gebruikt het museum niet meer, ‘blank’ ook niet. Dat is nu: ‘tot slaaf gemaakte’ en ‘wit’.

Foto: Guido Benschop

Niet meer moeilijk doen over teruggave van koloniale objecten

Ophef was er onlangs ook toen Schoonderwoerd voorstelde om niet meer moeilijk te doen over teruggave van koloniale objecten. Als het roofkunst is, sowieso terug­geven, ongeacht wat ermee gebeurt. Bij ­teruggaveclaims van door nazi’s geroofd Joods kunstbezit is dat ook het uitgangspunt. Toch is Schoonderwoerd niet het type van knuppel-in-hoenderhok. Eerder een behoedzame, open denker en prater, die geen vraag ontwijkt, behalve de vraag of hij thuis ook ‘tot slaaf gemaakte’ zegt. Polariseren wil hij juist niet.

Deze week, zegt hij een beetje ­gepijnigd, heeft hij al drie keer ­iemand horen zeggen dat die ‘ontzettende jeuk krijgt van het woord “verbinden”’. Dat raakt hem wel, want het Tropenmuseum wil dat juist zijn: een verbindende factor in een samenleving die, zoals hij zegt, ‘in een kramp zit’ over al die beladen multiculturele thema’s.

 ‘Activisten zijn nodig. Ze lopen voor op de hartslag van de samenleving’

‘Ik vind dat musea de verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen aan een harmonieuze samenleving. We worden met publiek geld gefinancierd! Musea zijn plaatsen waar mensen naartoe komen in een ontvankelijke modus. Om te luisteren, dingen tot zich te nemen.

‘We proberen empathie te stimuleren, elke tentoonstelling te benaderen vanuit een menselijke invalshoek. We zijn een museum over mensen. Iemand die praktiserend katholiek is, herkent denk ik dingen in het verhaal van iemand die vertelt over hoe het is om op hadj te gaan, op bedevaart naar Mekka. “Dat heb ik zelf ook met Kerstmis.” Of: “Ik wil zelf ook nog graag naar Lourdes.” Het is makkelijker om te luisteren naar een menselijke beleving.’

Vroeger benadrukten volkenkundige musea het exotische en het verschil met andere culturen en volkeren. ‘O, de Maori! Wat is het toch een mooi nobel volk!’ Nu, zegt hij, gaat het veel meer over wat mensen en culturen delen. ‘We willen laten zien dat mensen dezelfde vragen stellen, maar andere antwoorden geven. Dus ja, we verschillen, maar er is ook veel wat ons bindt.’

In zijn ideale museum lopen allerlei bevolkingsgroepen tegelijk

In Schoonderwoerds ideale museum lopen allerlei bevolkingsgroepen tegelijk rond. Zoals vandaag: islamitische families die komen voor de fraaie expositie Verlangen naar Mekka met topstukken uit het British Museum, tot – een galerij verder – jonge liefhebbers van Japanse games en mangastrips die voor de populaire tentoonstelling Cool Japan komen.

 ‘Dit museum gaat over de issues die in de krant staan’

Heel diverse groepen bij elkaar – dat ziet hij graag. ‘Ook de klassieke museumbezoeker met museumjaarkaart die mooie dingen uit Indonesië wil zien. We kunnen de kachel niet stoken als we die van ons vervreemden. En dat willen we ook niet. Want die bezoeker willen we juist graag ook andere dingen laten zien.’

Verbinden dus – wat voor jeukwoord het ook is. Maar hoe groot is de wederzijdse interesse nou echt? Komt iedereen niet gewoon af op de eigen ‘cultuur’? ‘Dat is een terechte vraag, die ons ook bezighoudt. Aan de ene kant wil je inclusief zijn. Maar tegelijk ben je dat niet als je iets programmeert voor een specifieke doelgroep. Dat dilemma is er natuurlijk.’

Ik zou het jammer vinden als het een te zeer geïsoleerd museum wordt’

Het is een van de redenen dat hij worstelt met het slavernijmuseum dat Amsterdam graag wil. ‘Ik zou het jammer vinden als dat te zeer een geïsoleerd ­museum wordt. Als dat uitsluitend gedragen en bezocht wordt door de zwarte gemeenschap in de Bijlmer, dan mis je voor een deel je doel: een breder publiek trekken. Je wilt dat iedereen dat verhaal ziet. Zegt: dit is ook onze geschiedenis. En niet: dat is hun zwarte bladzijde.’

Kan een slavernijmuseum een blanke directeur hebben? ‘Het gaat niet om diens kleur, maar om wat die directeur gaat doen, of het een museum wordt van en voor iedereen. Vanuit emancipatie en erkenning zou het wel heel goed zijn als het geen witte directeur wordt. Maar het voordeel van een witte directeur kan zijn dat die uitstraalt: dit is ook mijn verhaal. Ons verhaal.’

Het museum werkt nauw samen met ervaringsdeskundigen en activisten

Zelf werkt het Tropenmuseum zoals gezegd samen met ervaringsdeskundigen en activisten, bijvoorbeeld uit de zwarte gemeenschap. ‘Musea hebben de waarheid niet meer in pacht. Vroeger zei de conservator: zo zit het. Dat is meer en meer: wij zijn niet de enige autoriteit. Wij zijn behoorlijk geradicaliseerd als het om de nuance gaat. Kwesties door meer lenzen bekijken.

‘Daarom werken wij graag samen met activisten. Activisten zijn nodig in een samenleving. Vrouwenkiesrecht, homo-emancipatie, vijfdaagse werkweek – het was zonder activisten allemaal niet tot stand gekomen. Activisten lopen voor op de hartslag van de samenleving.

‘Maar je moet wel oppassen dat het geen eenzijdig verhaal wordt, uit de context gezongen. Het verhaal van de koloniale tijd, de Gouden Eeuw, is breed, complex en genuanceerd. Die context heb je altijd nodig, omdat je anders een zwart-witverhaal krijgt. Witte mensen fout, zwarte mensen slachtoffer.

Geen speelbal van welk kamp dan ook

‘We willen geen speelbal zijn van welk kamp dan ook. Daarom is het belangrijk dat we zelf aan de knoppen zitten. Wij schrijven de teksten. Het komt voor dat we keuzes maken waarmee onze klankbordgroepen het niet eens zijn. Woorden, wat je wel en niet laat zien, daar is niet altijd overeenstemming over.’

En ja, het Tropenmuseum ‘moet ook weer niet het Nationaal Museum van Wereldproblemen worden’. ‘Bij Heden van het slavernijverleden wilden we niet een donker, maar een licht en transparant ontwerp. We willen niet dat bezoekers denken, o, dit wordt zware kost, die zaal sla ik over. Schuld en boete. Het moet uitnodigend zijn.’

Laveren dus. Ook soms op eieren lopen. ‘Op Verlangen naar Mekka ligt in een vitrine een historische, islamitische afbeelding van de profeet. Dat is voor sommige moslims ­absoluut onacceptabel, voor andere niet. Dan heb je een spanningsveld. Wij wilden juist laten zien dat “de” islam niet ­bestaat. We hebben een gaas over de ­afbeelding gelegd, en een tekst opgenomen: “Deze prent bevat een afbeelding van de Profeet.” Dan moet je een knopje indrukken en kun je hem zien. Zo geven we de mensen die hem willen zien de mogelijkheid, en wie hem niet wil zien, hoeft hem niet te zien. Daar hebben we lang over nagedacht.’

‘Ik denk dat we veel minder voorzichtig zijn geworden’

Is dat niet een teken dat musea steeds preutser worden? Banger voor de lange tenen van minderheden? Integendeel, zegt hij. ‘Vroeger zouden we bepaalde onderwerpen helemaal niet behandelen. Lieten we “mooie dingen” zien. Bij de prent van de Profeet was het makkelijker geweest om die niet te tonen. Dan heb je niemand die klaagt. Nee, ik denk dat we juist veel minder voorzichtig zijn geworden. We gaan het maatschappelijk debat aan, durven daarin te opereren.’

Hij hoopt zo iets te kunnen doen aan de ‘kramp’, de verharding die is geslopen in het debat over al die beladen onderwerpen van de multiculturele samenleving. Empathie bevorderen. ‘In divers samengestelde teams moet je ook meer je best doen om elkaar te begrijpen.’

Het museum doet dat met tentoonstellingen, kleinschalige debatavonden (de serie Ongemakkelijke Gesprekken), het lexicon Words Matter en met Schoonderwoerds pleidooi voor ruimhartige teruggave van gestolen koloniaal erfgoed. Patstellingen doorbreken, iets in gang zetten dat vastzit – dat is het doel. ‘Heel lang hebben musea over teruggave van koloniale roofkunst gezegd: we willen het er niet over hebben, want het is ingewikkeld. Heel ingewikkeld! Dan krijg je dat die mensen alleen maar bozer worden. We willen uit de patstelling, uit de kramp. Dat kan maar op één manier, door ermee aan de slag te gaan.’

‘Ik bepleit de radiale nuance’

Lees meer over de tentoonstelling Verlangen naar MekkaAantrekkingskracht en commercie van bedevaartsoord Mekka

Enfin, vandaar die vraag. Stel dat u premier zou worden…

Na de denkpauze komt het antwoord. ‘Kijk, ik bepleit net de radicale nuance. Het politieke bedrijf is er juist op gebouwd om verschillen uit te vergroten. Dat vind ik er ook onaangenaam aan. Het is denk ik ook waarom het zo slecht lukt om maatschappelijke problemen op te lossen. Het vergt soms leiderschap om dingen niet zwart-wit te maken.

‘Het is veel moeilijker om te zeggen: jij hebt ook wel een beetje gelijk, er zitten meer kanten aan. Dat vereist meer durf en leiderschap dan om het zwart-wit te maken. Dan hoef je niet te bewegen. En bewegen anderen dus ook niet.

‘Als je de stap wel zet, begeef je je op onbekend terrein. Ik weet ook niet waar we uitkomen met het koloniaal erfgoed. Wie weet krijgen we duizenden claims tegelijk en hebben we helemaal de menskracht niet om die allemaal goed te behandelen. Dat is heel spannend. Straks blijkt het achteraf mijn grootste fout te zijn geweest. Ik weet het ook niet! Maar dat is geen reden om het niet te doen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.