Verhaal van de Dag

‘Explosieve’ onthulling in zaak-Wilders: ‘Dit proces moet onmiddellijk stoppen’

Door Matthijs van Schie - 09 september 2019

In het ‘minder-Marokkanen’-proces drongen topambtenaren op het ministerie van Justitie en Veiligheid in 2014 aan op een harde aanpak van Geert Wilders wegens ‘kwaadaardige’ uitspraken. Die onthulling van RTL Nieuws leidt tot grote verontwaardiging, niet alleen bij de PVV-leider, maar ook bij politici van links tot rechts.

Uit geheime documenten die RTL Nieuws via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) heeft opgevraagd, bleek zondagavond 8 september dat ambtenaren 0p het ministerie van Justitie en Veiligheid een zo stevig mogelijke aanpak van de PVV-leider wilden. In stukken uit de herfst van 2014 is te lezen hoe ambtenaren het Openbaar Ministerie (OM) voedden met argumenten vóór de vervolging van de PVV-leider. Zo werden zijn uitspraken – Wilders had op de verkiezingsavond 19 maart 2014 een zaal vol aanhangers gevraagd of zij ‘meer of minder Marokkanen’ wilden, waarna het publiek ‘minder’ scandeerde – betiteld als ‘kwaadaardig’ en ‘racistisch’.

Ook de reactie van Wilders op de oproep ‘minder, minder, minder’ die vanuit het publiek kwam, was volgens het ministerie noemenswaardig. ‘Ik zal de appreciatie van “dat gaan we regelen” bij het OM onder de aandacht brengen,’ schrijft een ambtenaar, nadat die er door een collega van op de hoogte was gebracht dat een dergelijke ‘actiebereidheid/aanzet om de daad bij het woord te voegen’ een rol speelde in eerdere zaken.

OM achtte ‘minder-Marokkanen’-uitspraken aanvankelijk niet strafbaar

Aanvankelijk zag het Openbaar Ministerie in de uitlatingen van Wilders geen reden voor een strafzaak, omdat die uitspraken ‘niet onnodig grievend’ zouden zijn. Een week voordat de PVV-leider op de verkiezingsavond de vraag om ‘meer of minder Marokkanen’ stelde, had hij op 12 maart 2014 tijdens een campagnebezoek aan Loosduinen ook al gezegd dat Den Haag een stad met ‘als het even kan wat minder Marokkanen’ moet worden. Het Openbaar Ministerie achtte ook die uitspraak destijds niet strafbaar, en wilde de zaak in eerste instantie seponeren.

De eerdere uitspraken van Wilders speelden voor de ambtenaren ook een belangrijke rol bij de eventuele vervolging door het Openbaar Ministerie. In een bericht met de vraag ‘Is het OM wel overtuigd van de wenselijkheid en haalbaarheid van vervolging?’ schrijven de ambtenaren dat er juridisch nauwelijks onderscheid is tussen de eerdere ‘minder Marokkanen’-uitspraak in Loosduinen en de uitlatingen tijdens de verkiezingsavond, een week later. Als dat onderscheid er al is, dan zou het de vraag zijn ‘of je het in de rechtszaal juridisch inhoudelijk kunt uitleggen,’ is te lezen in de brief.

Ambtenaren bespraken mogelijke verweren Wilders

Opmerkelijk is verder dat de ambtenaren mogelijke verweren van Wilders met elkaar bespreken, zoals dat de PVV-voorman zelf geen ‘minder’ heeft gezegd, en dat hij ‘alleen zegt wat Nederlanders in overgrote meerderheid vinden over Marokkanen en wat statistieken bewijzen: o.a. dat Marokkanen oververtegenwoordigd zijn in criminaliteit en dat 73 procent van de islamitische bevolking in Nederland de jihad steunt (was zijn hoofd motto in recente Kamerdebat)’.

Lees de reacties op de Stelling van de Dag van donderdag terug: ‘Wat je ook van Wilders vindt, dit had nooit mogen gebeuren’

Tevens blijkt uit de mailwisselingen dat uit het persbericht over de vervolging van de PVV’er een zin is geschrapt over een vergelijking tussen Wilders’ uitspraken en uitlatingen van Hans Spekman en Diederik Samsom. Zij hadden respectievelijk gezegd dat ‘Marokkanen die niet willen deugen’ moeten worden vernederd ‘voor de ogen van hun eigen mensen’ (2008), en dat Marokkaanse jongeren een ‘etnisch monopolie’ op bepaalde overlast hebben (2011). De PVV had aangifte van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie tegen de twee PvdA’ers gedaan, maar hun uitlatingen waren volgens het Openbaar Ministerie niet strafbaar. Het niet vervolgen van Spekman en Samsom ‘bewijst het politieke karakter van mijn flutproces,’ zei Wilders in april 2016.

Lees verder onder de tijdlijn

Opstelten, OM hebben politieke inmenging of beïnvloeding altijd ontkend

Hoewel het niet expliciet is verboden, komt het in Nederland zelden voor dat een minister of diens ambtenaren met het Openbaar Ministerie spreken over een strafzaak en helemaal niet bij die van een politicus. Normaal gesproken besluit het OM daar zelfstandig over. RTL Nieuws maakte eerder deze maand bekend dat toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) overleg had met het OM, nog voor het besluit tot vervolging bekend werd.

In dat overleg zou Opstelten hebben gezegd dat de PVV-leider moest worden vervolgd. Ook verkreeg RTL Nieuws een document met aantekeningen van Opstelten. Hij had daarop geschreven: ‘Bespreken. Zie vier punten OM.’ Zowel Opstelten als het OM heeft tot dusver altijd ontkend dat van politieke inmenging ooit sprake is geweest.

Wilders reageert woedend op de meest recente onthullingen, waaruit volgens hem blijkt dat het OM hem niet wilde vervolgen, maar dat na aandringen van het ministerie alsnog deed. De PVV-leider stelt dat het ministerie van Justitie en Veiligheid zich ‘niet vóór het besluit tot vervolging, niet na het besluit van vervolging’ nooit mag bemoeien met een rechtszaak. ‘Ze hebben gezorgd dat er toch werd vervolgd,’ zegt hij tegen RTL Nieuws, dat hem opzocht in Italië. ‘Dat gebeurt in Rusland en in Cuba nog niet.’

‘Deze rechtszaak moet nu stoppen,’ concludeert Wilders. ‘De Kamer moet, vandaag ben ik het, morgen kan het een ander zijn, dit met een parlementaire enquête tot op de bodem uit gaan zoeken’. Op Twitter voegt hij eraan toe dat Opstelten, premier Mark Rutte (VVD) en de huidige minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) ‘hier allemaal niet mee wegkomen’. De PVV-voorman gaat ze ‘bestoken tot alles boven tafel is en ze ervoor een hoge prijs hebben betaald’.

Kamerleden boos: ‘Dat gebeurt in Rusland, in China. Nu ook bij ons’

Andere partijen hebben eveneens verontwaardigd gereageerd. Zo noemt Forum voor Democratie-fractievoorzitter Thierry Baudet het ‘doodeng’ en ‘onacceptabel’ dat ‘een regering (…) parlementaire oppositie om politieke redenen gaat vervolgen. Tegen het advies van het OM in’. Dat gebeurt volgens hem in landen Rusland en China, maar ‘nu ook bij ons’. Baudet lijkt net als Wilders voorstander van een parlementaire enquête: ‘Parlement moet tanden laten zien.’

Wilders krijgt ook bijval van 50Plus-leider Henk Krol, die het net als de PVV-leider hoog tijd vindt om het proces te staken. ‘Ik zeg: over en uit. Dit ondermijnt het vertrouwen van de gewone burger. Laat nu eindelijk alles boven tafel komen.’ Tweede Kamerlid Maarten Groothuizen (D66) schrijft dat ‘het OM (…) geen buitendienst van het ministerie, maar een deel van onze magistratuur’ is. ‘Ambtenaren van het ministerie denken wel heel erg mee met de inhoud van de zaak.’ SP-leider Lilian Marijnissen stelt de vraag ‘waarom minister Grapperhaus hierover niet eerlijk is geweest’. Volgens haar is ‘opheldering snel nodig’.

Grapperhaus en Rutte willen niet reageren: ‘Lopende rechtszaak’

Grapperhaus geeft die opheldering in elk geval voorlopig nog niet. Net als na eerdere onthullingen in het proces-Wilders zegt de minister dat hem ‘uiterste terughoudendheid past ten aanzien van de overlegde documenten’. Daarom wil hij zich niet uitlaten over de onthullingen van zondagavond. ‘Juist omdat ik mij niet meng in individuele strafzaken.’

Toen premier Mark Rutte maandagochtend door RTL Nieuws naar zijn reactie werd gevraagd, reageerde de premier ontwijkend. ‘Daar kan ik echt niks over zeggen, dat is een zaak, daar heeft Grapperhaus al op gereageerd gisteren.’ Ook toen hem werd gevraagd of de Tweede Kamer wel genoeg was geïnformeerd, hield Rutte zich op de vlakte. ‘Het is een lopende rechtszaak, dus wij moeten ons daar in een scheiding der machten niet over uitlaten.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.