Den Haag

Niet alleen koude piepers waren reden voor wekelijkse persconferentie

Door Arendo Joustra - 18 januari 2020

Vrijdag werd herdacht dat de wekelijkse persconferentie een halve eeuw geleden is geïntroduceerd door toenmalig premier Piet de Jong. Volgens Mark Rutte omdat De Jong niet tijdens het avondeten wilde worden gestoord door journalisten die wilden weten wat er tijdens de wekelijkse minsterraad was besproken.

Maar Piet de Jong vond het niet alleen lastig, maar ook onjuist. ‘Want de journalisten stelden niet allemaal dezelfde vragen, en soms hoorde ik mezelf een antwoord weer net iets anders formuleren. Het wordt immers zo saai als je steeds hetzelfde zegt. Maar door die verschillende vragen en antwoorden kreeg je de volgende dag in de krant soms wel heel uiteenlopende verhalen. Ik vond het ook oneerlijk dat niet alle journalisten werden geïnformeerd: de een belde wel, de ander belde niet,’ vertelde Piet de Jong in juli 1988.

Lees ook de speciale editie Piet de Jong

Hier te bestellen

Dit ongenoegen leidde tot een gesprek met de Rijksvoorlichtingsdienst, waarbij De Jong voorstelde elke vrijdag voor de televisie op te treden en een persconferentie te houden. ‘Dan zijn we er in één klap af, dan weet iedereen het precies.’ Zijn ideeën sloten aan bij de geest van de jaren zestig. Burgers benutten niet alleen de vrijheid van meningsuiting, maar eisten ook dat ze informatie kregen. De Commissie Heroriëntatie Overheidsvoorlichting, naar haar voorzitter de commissie-Biesheuvel genoemd, speelde in die tijd met een soortgelijke gedachte als De Jong en adviseerde juni 1970 de premier voortaan elke week het kabinetsbeleid te laten toelichten.

Na omzwerven vaste stek in Nieuwspoort

De Jong was toen al begonnen met zijn persconferenties, die hij hield in de zeventiende-eeuwse Statenzaal, het rechthoekige vertrek dat evenwijdig aan de Trêveszaal ligt, waar de ministerraad vergadert. In verband met de restauratie van beide zalen, verhuisde de bijeenkomst al snel naar het toenmalige ministerie van Justitie aan het Plein. Daar hield De Jong zijn persgesprek in de schitterende en vele etages tellende bibliotheek met gietijzeren trap en balustrades, waar tegenwoordig de Tweede Kamer zijn boekenverzameling bewaart.

Uiteindelijk vond de persconferentie een vaste stek in Nieuwspoort, het in maart 1962 geopende perscentrum. In de beginjaren leidde de voorzitter van de Parlementaire Pers de bijeenkomst om te benadrukken dat de premier gast was van de parlementaire journalisten. Later werd die taak overgeheveld naar de perschef van de premier, die immers van de hoed en de rand weet.

Geen man voor lange verhalen

De Jong beperkte zich tot korte mededelingen over de onderwerpen die op die dag in de ministerraad waren besproken. Tijdens de vergadering vertelde hij zijn collega’s wat hij ongeveer ging zeggen en die vonden het ‘prachtig’. Vaak begeleidde hij de perscommuniqués met een droog commentaar. ‘Dan heb ik hier nog een pamfletje over een vleesbesluit, afijn, kijkt u zelf maar,’ klonk het dan laconiek.

Het lag niet in de aard van De Jong om lange verhalen te houden. ‘Daar houd ik niet van. Bovendien wordt het daar nooit duidelijker door. Integendeel, lange uitweidingen leiden weer tot misverstanden omdat iedereen er weer wat aan gaat breien, een soort exegese van wat het precies betekent en dan lees je tot je stomme verbazing soms dingen in de krant waarvan je denkt, hoe krijgen ze het voor elkaar. Lieve hemel, dit staat wel heel ver van mijn opvattingen.’

Tot diep in de nacht met journalisten bellen

De voorgangers van Piet de Jong informeerden de journalisten heel karig. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig werd het Algemeen Nederlands Persbureau op maandagmorgen ontvangen door de directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst, die zelf weer was geïnformeerd door de secretaris van de ministerraad, Hans Middelburg. Het ging daarbij alleen om informatie over benoemingen en afgeronde besluiten.

Halverwege de jaren zestig is het premier Jo Cals die na afloop van de ministerraad met journalisten belde om ze te informeren over de besluiten van het kabinet. Soms was hij daar tot diep in de nacht mee bezig. Zijn opvolger Jelle Zijlstra deed het anders. Hij nodigde regelmatig een groepje gespecialiseerde journalisten uit. Dat had hij gedaan toen hij nog minister was en hij pakte deze gewoonte op toen hij premier werd. Ze mochten hem niet citeren en Zijlstra nodigde de journalisten niet uit als premier, maar ‘vermomd als minister van Financiën’.

Dit artikel is gebaseerd op hoofdstuk 7: ‘De vrijdagavond: de one-man-show als machtsmiddel. De persconferentie’ uit Arendo Joustra en Erik van Venetië, De geheimen van het torentje. Praktische gids voor het premierschap (1993).

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.