Verhaal van de dag

Falend systeem van inburgeren blijft nog even bestaan

28 mei 2020

Inburgeren in Nederland is een drama. Sinds de jaren negentig is er een inburgeringsbeleid en sindsdien worstelt de politiek er al mee. Om de paar jaar wordt het beleid omgegooid omdat het niet werkt of omdat een nieuw kabinet zich wil laten gelden. Dan weer moet de gemeente het doen, dan weer de markt.

De goedwillende nieuwkomer voegt zich in de bureaucratie en wordt geholpen door vrijwilligers en organisaties als VluchtelingenWerk, maar ook door malafide bureautjes. Niet zelden gaat het om migranten die de Nederlandse bureaucratie goed blijken te doorgronden en er lustig op los frauderen. Is het niet met het persoonsgebonden budget of andere zorg dan wel met de inburgering. De jeugdzorg blijkt trouwens ook een goudmijn.

Fraude door 101 taalscholen

Fraude met inburgeringsgeld is niet nieuw. In mei 2019 meldde minister voor Integratie en Inburgering Wouter Koolmees (D66) dat zijn inspectie in amper twee jaar tijd 390 meldingen had gekregen van fraude door 101 taalscholen.

De Volkskrant beschreef hoe dat in zijn werk gaat. Het komt erop neer dat er overheidsgeld bestemd voor cursussen wordt geïnd zonder dat die cursussen worden gegeven.

Belastinggeld verdwijnt in verkeerde zakken

Kennelijk is het moeilijk om een systeem te bedenken dat nieuwkomers helpt om goed in te burgeren zonder dat er belastinggeld in de verkeerde zakken verdwijnt. Niet alleen fraude is het probleem, de uitvoering hapert aan alle kanten.

Slechte uitvoering van inburgering is niets nieuws

Ook dat is niks nieuws. In het eerste inburgeringsstelsel uit de jaren negentig van de vorige eeuw namen de gemeenten het voortouw. Maar de uitvoering was zwak en het rendement laag. Te veel inburgeraars staken er amper iets van op.

Een nieuw systeem

Dus kwam er in 2006 een nieuw systeem. Dit keer onder de ambitieuze leiding van minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk (toen nog VVD). Met een examennorm, eigen verantwoordelijkheid voor de migrant en de gemeenten aan het stuur, zou iedere nieuwkomer goed kunnen inburgeren. De gemeenten konden cursussen inkopen bij ROC’s, maar ook bij private aanbieders. Een echte markt.

Wie al in Nederland woonde maar slecht of geen Nederlands sprak, moest de schoolbankjes in. En wie vanuit het buitenland naar Nederland wilde komen, moest in principe eerst een inburgeringscursus volgen om kennis van de taal en samenleving op te doen.

Korting op inburgeringsbudgetten

De praktijk bleek weerbarstig. Bovendien gooide de financiële crisis roet in het eten. In de Miljoenennota 2011 werd een forse bezuiniging aangekondigd op het inburgeringsbeleid met een korting op de inburgeringsbudgetten voor gemeenten.

Komt er dan eindelijk een verplichte inburgering voor Turkse nieuwkomers? ‘Turken dwingen tot inburgeren is mogelijk’

Het kabinet-Rutte II vond in 2013 dat ‘mede door de grote inspanningen van gemeenten’ een forse inhaalslag was gemaakt en de eigen verantwoordelijkheid weer belangrijker kon worden. Gemeenten waren niet langer verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden.

Sindsdien krijgen nieuwkomers financiële steun via een sociaal leenstelsel en vervult DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) een spilfunctie.

Vernietigend rapport Nationale Ombudsman

In 2018 verschenen evaluerende rapporten over de praktijk. Onder meer de Nationale Ombudsman kraakte de uitvoering van het falende systeem waardoor inburgeraars een valse start in Nederland maken. De reden: de meeste nieuwkomers zijn helemaal niet in staat om zelfstandig hun weg te vinden in het labyrint dat het stelsel is.

Bovendien blijkt het systeem zeer vatbaar voor fraude. De inburgeraar kan voor de cursus een lening krijgen van maximaal 10.000 euro. Voor vluchtelingen geldt een kwijtscheldingsregeling, tenminste als ze binnen drie jaar alle examens halen. Wie dat niet doet, houdt een schuld en krijgt een boete.

Nooit een les volgen en toch slagen

In de praktijk blijkt het mogelijk om geen lessen te volgen en toch geld te innen. Het bemiddelende bureau pikt een flink graantje mee en constateert dat de cursist, die nooit een les volgde, is geslaagd.

Minister voor Integratie en Inburgering Wouter Koolmees (D66) gooit het roer dus maar weer om. Gemeenten krijgen opnieuw de regie.

Maar die laten zich niet zomaar opzadelen met deze oude taak. Het overleg tussen Koolmees en de gemeenten verloopt stroef, zoals  blijkt uit dit overzicht. En dus zou het nieuwe stelsel eerst in juli 2020 ingaan, toen  in januari 2021 en is het intussen alweer uitgesteld tot juli 2021.

Koolmees moest vaststellen dat de voorbereidingen meer tijd kosten. Hij gaf gemeenten intussen wel al meer geld – 40 miljoen euro – om ‘alvast te groeien naar de regierol op inburgering in het nieuwe stelsel’.

Niet nog een keer in het pak laten naaien

De gemeenten laten zich na eerdere decentralisaties niet nog een keer in het pak naaien, zoals bijvoorbeeld gebeurde toen ze taken overnamen van het Rijk en Den Haag meteen een flinke bezuiniging inboekte.

Koolmees heeft trouwens al een paar keer beterschap beloofd bij de aanpak van de fraude. De bedoeling is dat het straks allemaal beter gaat als de gemeente verantwoordelijk wordt voor de persoonlijke begeleiding van de nieuwkomer.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.