Verhaal van de Dag

Is de kritiek van koning Willem-Alexander op Wilhelmina terecht?

06 mei 2020

Misschien moet koningin Wilhelmina een beetje in bescherming worden genomen tegen haar achterkleinzoon Willem-Alexander. In zijn indrukwekkende toespraak op 4 mei liet deze weinig verhulde kritiek op haar horen. Dat deed de Koning toen hij zei dat ‘burgers in nood’ zich gedurende de nazibezetting in de steek voelden gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, ‘al was het maar met woorden’. De Koning: ‘Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet. Het is iets dat me niet loslaat.’

Is de kritiek van koning Willem-Alexander op zijn overgrootmoeder terecht? Het zwijgen door de Nederlandse regering in ballingschap in Londen en het staatshoofd, koningin Wilhelmina (1880-1962), heeft de afgelopen decennia aanleiding gegeven tot menige polemiek onder historici. Die zou bekend moeten zijn bij historicus en premier Mark Rutte (1967), onder wiens verantwoordelijkheid koning Willem-Alexander (1967), zelf ook historicus, zijn 4 mei-rede heeft uitgesproken.

Cees Fasseur heeft houding van Wilhelmina verdedigd

Het is vooral haar biograaf prof.dr. Cees Fasseur (1938-2016) geweest, die de positie van koningin Wilhelmina heeft verdedigd door die te verklaren.

Zo namen de Nederlandse regering en het staatshoofd volgens Fasseur geen uitzonderingspositie in. Het goeddeels zwijgen – wat iets anders is dan verzwijgen – gold evenzeer voor de Britse en Amerikaanse regering. Tegenwoordig wordt de Tweede Wereldoorlog vereenzelvigd met de Jodenvervolging, en gezien de enormiteit ervan is dat begrijpelijk, maar dat was tijdens de oorlog zeker niet het geval.

Tegengaan van de massamoord op de Joden geen prioriteit Geallieerden

Bovendien was het bevrijden van de Joden of het tegengaan van de massamoord (bijvoorbeeld door het bombarderen van de spoorlijnen naar de kampen), helemaal geen prioriteit van de Geallieerden. Die hadden – hoe gek het tegenwoordig misschien ook klinkt – andere zaken aan hun hoofd. Bovenaan stond het verslaan van Adolf Hitler, met als goede tweede: ervoor zorgen dat de Sovjet-Unie niet te ver naar het Westen kon oprukken. Dit om te voorkomen dat een groot deel van Europa in de communistische invloedssfeer zou geraken.

Lees meer over de belangrijkste data in herdenkingsjaar 2020: Driekwart eeuw in vrijheid

Ook was in de beginperiode weinig bekend over het lot van de Joden. In oktober 1942 had Wilhelmina het over ‘het stelselmatig uitroeien’ van Joden. Maar het is de vraag of ze wel besefte dat dit ‘uitroeien’ letterlijk moest worden genomen. Eerder sprak ze over het lot van de Joden in november 1941 (na de Britse premier Winston Churchill) en later nog eens in december  1943.

Wilhelmina wilde geen onderscheid maken tussen bevolkingsgroepen

Volgens Fasseur heeft ze vooral geen onderscheid willen maken tussen de verschillende bevolkingsgroepen in bezet Nederland. Zo’n onderscheid had volgens hem afbreuk kunnen doen aan de onderlinge eensgezindheid en solidariteit. ‘Waren bij de onderduik en andere vormen van hulpverlening de joden als aparte groep behandeld, dan zou dit in de ogen van sommigen juist ongepast zijn geweest. Joden werden in dat geval opnieuw anders bejegend dan anderen conform de nazistische rassenleer,’ aldus Fasseur zijn zijn boek Wilhelmina. Sterker door strijd.

Volgens Fasseur was Wilhelmina vanaf het aan de macht komen van Adolf Hitler in 1933 fel anti-nazi. In zijn jarenlange onderzoek voor zijn biografie heeft hij haar ‘in woord of geschrift’ niet kunnen betrappen op antisemitische uitlatingen – ‘die voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland bepaald niet ongebruikelijk waren, ook in de kringen waar men dat niet direct zou verwachten’.

Geen schoonheidsprijs

Dat ze in 1939 heeft voorkomen dat in Elspeet, vlakbij Het Loo, een kamp voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland kwam, verdient volgens hem niet de schoonheidsprijs. Maar ook natuurbeschermingsorganisaties en de ANWB waren tegen, want die wilden de Veluwe als natuur- en recreatiegebied beschermen en zagen liever geen tijdelijk vluchtelingenkamp komen, aangezien dat makkelijk permanent kon worden.

Grunberg: herdenken moet een verlangen naar kennis in zich dragen

Het is goed dat Willem-Alexander bekende dat de houding van zijn grootmoeder hem niet loslaat. Zo hoort het ook, volgens de schrijver Arnon Grunberg (1971), die een half uurtje voor de Koning sprak in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Hij merkte op dat ‘herdenken meer zou moeten zijn dan een ritueel, dat het een verlangen naar kennis in zich zou moeten dragen, en dat gemeenplaatsen daarom de vijand zijn van betekenisvolle herdenkingsrituelen’.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.