verhaal van de dag

Van Dissel onderbouwt versoepeling, maar heeft geen bewijs voor effect mondkapjes

07 mei 2020

Langzaam gaat Nederland de komende maanden van het slot. Dat maakte premier Mark Rutte (VVD) woensdagavond bekend. In de Tweede Kamer legde RIVM-directeur Jaap van Dissel donderdag de wetenschappelijke onderbouwing uit van de versoepeling. Vooral over de mondkapjes in het openbaar vervoer en de heropening van de horeca kwamen Kamervragen.

Mensen mogen weer naar buiten, al dienen ze drukte te vermijden. Het openbaar vervoer gaat vaker rijden en de terrassen gaan op 1 juni weer open. De prettige vooruitzichten die premier Rutte woensdag schetste, zijn volgens Van Dissel te danken aan het succesvol indammen van het virus.

Minder coronapatiënten

Van Dissels presentatie in de Kamer begon met goed nieuws: er wordt meer getest en er zijn minder ziekenhuisopnames van COVID-patiënten. De verspreiding van het virus neemt af. Van de geteste patiënten blijken vooral mensen boven de vijftig besmet te zijn. Bij jongeren onder de twintig komt het virus nauwelijks voor.

Nederland lijkt daarmee de eerste piek voorbij te zijn. Dat blijkt ook uit het aantal coronagevallen op de intensive care. Woensdag lagen daar 628 COVID-patiënten, inmiddels ruim onder het vastgestelde plafond van 700. Die grens was voor het RIVM een voorwaarde om de ‘intelligente lockdown’ te kunnen versoepelen.

Reproductiegetal minder belangrijk

Daarnaast stelde het RIVM nog vier andere voorwaarden, waaronder meer testcapaciteit en contactonderzoek. SP-Kamerlid Maarten Hijink vroeg naar de reden om nu al te versoepelen. Volgens Van Dissel voorspellen modellen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een verdere afname van het aantal patiënten. Hij noemde Hijink te pessimistisch.

Van Dissel nuanceerde het belang van het zogeheten reproductiegetal, dat aangeeft hoeveel mensen door één coronapatiënt worden besmet. Was dat eind februari nog 2,5 nieuwe besmetting per COVID-patiënt, inmiddels ligt dat getal op minder dan één.

Kamerleden wezen Van Dissel erop dat na de Deense versoepeling van de maatregelen het reproductiegetal er steeg van 0,6 naar 0,9. Zij vrezen dat in Nederland de verspreiding van het virus weer zal toenemen en het getal opnieuw boven de 1 zal uitkomen. Volgens Van Dissel kan het getal inderdaad variëren, maar wordt het minder belangrijk als Nederland meer gaat testen. Vanaf 1 juni kan iedere Nederlander met klachten worden getest. Daardoor ontstaat een beter beeld van de verspreiding, aldus Van Dissel.

Geen onomstotelijk bewijs voor effect mondkapjes

Ook over de mondkapjesplicht in het openbaar vervoer waren Kamervragen. Vanaf 1 juni is gezichtsbescherming daar verplicht. Volgens Van Dissel is het een politiek besluit: ‘Het effect van een mondmasker is niet eenduidig.’ Anderhalve meter afstand houden en geregeld de handen wassen, blijft veel effectiever, benadrukte Van Dissel.

Ook over de gedeeltelijke heropening van de horeca was Van Dissel sceptisch. Het Outbreak Management Team, dat het kabinet medisch adviseert over het bedwingen van het coronavirus, heeft nog geen oordeel over de kabinetsplannen voor de horeca. Rutte kondigde woensdagavond aan dat cafés en restaurants weer open mogen, maar dat er maximaal dertig mensen binnen mogen zijn, op anderhalve meter afstand van elkaar. Voor terrassen geldt geen limiet.

Het OMT moet daar nog naar kijken, zei Van Dissel. Of de heropening van de baan is als het aantal besmettingen in Nederland weer toeneemt, is nog onduidelijk. Van Dissel ziet geen reden om de versoepelingen in te trekken zolang de situatie, zoals nu, beheersbaar is.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.