Verhaal van de Week Premium Corner

Strijd tegen het coronavirus: de tussenstand

17 juni 2020

Het is vier maanden geleden dat het eerste geval van corona opdook in Nederland. Tijd om de voorlopige balans op te maken. Wat weten we inmiddels over het virus, en wat is nog onzeker? Een overzicht in 16 vragen: over aerosolen, ­antistoffen en het risico van een tweede golf.

1. Hoeveel Nederlanders hebben COVID-19 gehad?

Er zijn volgens het RIVM bijna 49.000 Nederlanders positief getest op het coronavirus. Van hen zijn er bijna 12.000 in het ziekenhuis opgenomen. Meer dan 6.000 zieken zijn overleden.

Naast de geregistreerde gevallen moeten er echter veel meer besmettingen zijn ­geweest. Onderzoeksinstituut Nivel, dat gegevens uit huisartsenpraktijken verzamelt, raamt het aantal patiënten met COVID-19 tussen de 75.000 en 103.500. En kijk je naar de oversterfte in Nederland tijdens de pandemie, dan ligt het aantal doden door COVID-19 vermoedelijk bijna twee keer zo hoog als de officiële cijfers laten zien.

2. Wat zegt dat over de dodelijkheid van het virus?

Het aantal van 6.000 sterfgevallen op bijna 49.000 positief geteste gevallen zou betekenen dat het virus een sterftecijfer heeft van 12 procent. Het cijfer wordt opgedreven doordat in Nederland weinig is getest en dan alleen bij mensen met duidelijke symptomen. Juist degenen die weinig last hebben van het virus duiken niet op in de statistieken.

Zelfs het aantal van 103.500 corona­gevallen is vermoedelijk aan de lage kant, omdat mensen met milde klachten zich niet zo snel zullen melden bij de huisarts. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat de zogeheten infection fatality rate (het aantal doden afgezet tegen het aantal positief getesten) op tussen de 0,3 en 1 procent. Sommige studies denken eerder aan circa 0,06 procent. Naarmate de tijd vordert, en de behandeling verbetert, zal het sterftepercentage in elk geval dalen. Bij een ‘gewone’ griepgolf ligt het percentage rond de 0,1 procent.

3. Welke rol spelen mensen zonder symptomen in de verspreiding?

Tijdens de persconferentie van de WHO op 8 juni werd een vraag gesteld over asympto­matische verspreiding – door iemand zonder symptomen – en in haar antwoord liet de Amerikaanse epidemioloog Maria Van Kerkhove de woorden ‘heel zeldzaam’ vallen. Patiënten zonder symptomen verspreiden het virus nauwelijks, was de boodschap die bij velen bleef hangen. Het kwam de WHO op kritiek te staan van andere epidemiologen. Want was de rol van deze verspreidingsroute wel echt zo klein? Van Kerkhove voegde een dag later aan haar boodschap toe dat het weliswaar zeldzaam lijkt, maar dat het een complex vraagstuk is en dat de precieze rol nog onduidelijk is.

Meer over dit onderwerp: Met leefstijlinterventie corona te lijf

Dat geldt ook voor de presymptomatische verspreiding, de verspreiding voordat iemand symptomen ontwikkelt. Het gebeurt, maar in welke mate is nog de vraag. De WHO en het RIVM gaan er nog vanuit dat mensen vooral anderen besmetten als zij symptomen hebben, via relatief grote druppels die zij verspreiden door niezen, hoesten of praten.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van Elsevier Weekblad. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van Elsevier Weekblad blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Word abonnee

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner
Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.