nederland

Dinsdag besluit over horen informant douanier

Door ANP - 14 december 2016

ROTTERDAM (ANP) – De rechtbank in Rotterdam beslist dinsdag of een politie-informant als getuige mag worden gehoord in de zaak tegen de van corruptie verdachte douanier Gerrit G. (56) uit Kwintsheul.

De raadslieden van G. en zijn drie medeverdachten dringen daarop aan om te achterhalen wat de rol is van de informant van de criminele inlichtingendienst van de politie (TCI). De informant beroept zich op kennis over het georganiseerd doorlaten van coketransporten, wat in strijd zou zijn met de geoorloofde opsporingsmethoden.

Deze ,,Paul”, een in Colombia wonende Nederlander die zou werken voor het drugskartel in Medellin, heeft twee gesprekken met de douanier opgenomen. Die tapes lekten begin december uit. Daarop werd de douanier, tegen wie zestien jaar gevangenisstraf is geëist wegens het doorlaten van containers met drugs, weer vastgezet.

Het Openbaar Ministerie erkende woensdag dat Paul informant is geweest. Wel zei de officier van justitie onaangenaam verrast te zijn door diens inzet. Die zou gericht zijn geweest op mogelijk andere corrupte douaniers. Een getuigenis ziet het OM echter niet zitten. De man zou onbetrouwbaar zijn gebleken en de relatie is half oktober beëindigd. Daarnaast hebben diens heimelijke opnamen niets te maken met het strafdossier tegen de douanier en diens medeverdachten, aldus het OM.

De informant werd afgelopen zomer tijdelijk gehuisvest in een door justitie betaald appartement in Rotterdam, dat 350 euro per dag zou hebben gekost. In Colombia is hem een nieuw paspoort verstrekt. Tevens werd een opsporingsbevel voor de man tijdelijk opgeschort. Een vrijgeleide om hem te laten getuigen, is volgens het OM onaanvaardbaar.

Raadsman Jan-Hein Kuijpers van de douanier vindt dat de waarheidsvinding daarbij gebaat is. Dat kan door een vrijgeleide of ondervraging via een videoverbinding met Colombia. Hij betichtte de TCI en het OM van ongeoorloofde opsporingsmethoden. Hij verwees naar de opsporingsmethoden die zijn gebruikt in de jaren negentig in de IRT-affaire, die leidden tot een parlementaire enquête onder leiding van Maarten van Traa. ,,Als het waar is wat Paul mij heeft verteld, dan heeft justitie een heel groot probleem. Dit riekt naar Van Traa.”