nederland

Toelichting bij ‘Kiezen voor een gezonde gemeente’

Door Ruud Deijkers - 12 maart 2014

Voor het onderzoek naar de financiële gezondheid van gemeenten gebruikte Elsevier exclusieve gegevens van Deloitte. Deloitte inventariseerde deze gegevens uit de officiële jaarrekeningen van alle gemeenten over 2010, 2011 en 2012.

De gegevens van Deloitte zijn aangevuld met informatie over de gemiddelde woonlasten per huishouden van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).

Met de financiële gegevens voerde Elsevier een zogeheten ‘financiële stresstest’ uit. Hiervoor berekende Elsevier over de volgende vijf punten een oordeel: woonlasten, nettoschuld, eigen vermogen, doorgeschoven lasten en externe financiering. Het gemiddelde over deze vijf scores geeft een totaalbeeld van de financiële gezondheid van gemeenten. Naast dit totaaloordeel is bovendien informatie gegeven over het weerstandsvermogen. Dat geeft aan of een gemeente voldoende buffer heeft om risico’s op te vangen.

Alle oordelen staan in weekblad Elsevier van 15 maart 2014. Een overzicht van de financiële gegevens, weergeven in euro’s per inwoner is hier te vinden. Hieronder staan alle gegevens uit het onderzoek naar de financiële gezondheid van gemeenten uitgelegd.

Achtergrondkenmerken

Gemeenten
Uitgangspunt is de gemeentelijke indeling op 1 januari 2014.

Aantal inwoners
Het aantal inwoners op 1 januari 2012, het meest recente jaar waarover financiële gegevens beschikbaar zijn. De gegevens zijn afkomstig van het CBS.

Financiële gegevens

Woonlasten
Het bedrag dat een meerpersoonshuishouden in 2013 gemiddeld betaalt aan ozb, reinigingsheffingen en rioolrecht. Uitgangspunt is een huis met gemiddelde waarde in de gemeente. De woonlasten zijn omgerekend naar de gemeentelijk indeling van 2014. Gegevens komen van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), een instituut van de Rijksuniversiteit Groningen.

Nettoschuld
De schuld per inwoner in 2012. Debiteuren, doorgeleend geld en banktegoeden zijn buiten beschouwing gelaten. Gemeenten waar de nettoschuld met minstens 25 procent toenam tussen 2010 en 2012 krijgen een ‘pijltje omhoog’. Gemeenten krijgen een ‘pijltje omlaag’ als de schuld met minstens 25 procent afnam. De overige gemeenten krijgen een ‘open rondje’

% schuld op totale lasten
Nettoschuld als percentage van de totale lasten (exploitatie) in 2012.

Brutoschuld
Het bedrag dat gemeenten hebben aangetrokken van derde partijen, zowel op de korte als lange termijn, weergegeven in euro’s per inwoner.

Eigen vermogen
Welk deel van alle bezittingen financierde een gemeente met eigen vermogen en dus niet met vreemd vermogen? Het eigen vermogen is berekend in euro’s per inwoner. Het eigen vermogen geeft aan hoeveel reserves een gemeente heeft. In het eigen vermogen van Amsterdam en Zaanstad is ook erfpacht meegerekend.

Voorraad grond
De voorraad grond in euro’s per inwoner die een gemeente nog moet zien te verkopen.

Doorgeschoven lasten
Alle investeringen in euro’s per inwoner die nog terugverdiend moeten worden door gemeenten. Denk aan grond, ontwikkelingsplannen, wegen, gebouwen, groenvoorzieningen en riolering. Voor grond en ontwikkelingskosten is het onzeker of, dan wel wanneer deze investeringen zich terugverdienen. De andere investeringen belasten toekomstige begrotingen met rente en afschrijving.

Totale lasten
Geeft aan hoeveel een gemeente in 2012 per inwoner heeft besteed (exclusief mutaties reserves).

Externe financiering
Het deel van de bezittingen (materiële vaste activa) dat een gemeente per saldo heeft gefinancierd met vreemd vermogen. Het vreemd vermogen is verminderd met de financiering van de grondexploitatie en de financiering van de financiële vaste activa.

Weerstandsvermogen
De verhouding tussen de beschikbare buffer van een gemeente (weerstandscapaciteit) en de verwachte risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat naast (stille) reserves uit bezuinigingsmogelijkheden en belastingcapaciteit.

De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel ruimte een gemeente nog heeft om de onroerendezaakbelasting te verhogen tot een vastgestelde norm (de ‘macronorm’) wordt bereikt. Gemeenten maken zelf een schatting van de risico’s. Wanneer de ratio van het weerstandsvermogen ‘1’ is, is er precies voldoende capaciteit om risico’s op te vangen (V). Als deze ratio lager is dan 1, is er te weinig buffer (O). Als de ratio ‘2’ of meer is, is er wellicht te veel capaciteit ten opzichte van het risico (XL). Dit kan echter ook betekenen dat er weinig risico’s zijn, of dat er bijvoorbeeld nog veel belastingcapaciteit is, omdat de ozb relatief laag is.

Financiële gezondheid
Het gemiddelde over woonlasten, nettoschuld, eigen vermogen, doorgeschoven lasten en externe financiering vormt het totaaloordeel over de financiële gezondheid. Het geeft in een oogopslag weer hoe gemeenten er financieel voor staan.

Berekening van resultaten

Voor de woonlasten, nettoschuld, doorgeschoven lasten, externe financiering en het eigen vermogen berekende Elsevier een oordeel. Hiervoor is vastgesteld hoe een gemeente er in vergelijking met andere gemeenten voorstaat.

Een gemeente krijgt het oordeel ‘zeer goed’ (++) als zij beter scoort op een onderdeel dan 90 procent van alle gemeenten (++), ‘goed’ als  zij beter presteert dan 70 procent (+), ‘gemiddeld’ (+/-) als zij bij de 40 procent gemeenten met een gemiddelde score behoort, ‘slecht’ (-) als zij slechter presteert dan 70 procent van alle gemeenten en ‘zeer slecht’ (–) als zij slechter presteert dan 90 procent van alle gemeenten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.