nederland

University colleges: uitblinken mag. Nee, moet!

Door Floortje Gunst - 20 augustus 2014

De Nederlandse University Colleges groeien enorm aan populariteit. Het aanbod van geïnteresseerde studenten is overweldigend, de selectie streng

Op de trappen van het oude rechtbankgebouw aan de Noordsingel in Rotterdam zit eerstejaarsstudent Roan Laenen (19) na college na te praten met zijn medestudenten. In het imposante gebouw zetelt tijdelijk het nieuwe Erasmus University College. De studenten daar zijn zich bewust van de hooggespannen verwachtingen die het College van ze heeft. De huisslogan is niet voor niets: ‘The E is for Excellence’.

Te makkelijk

‘Ik ben blij dat ik eindelijk word uitgedaagd. De middelbare school ging me erg makkelijk af,’ zegt Laenen. ‘Nu werk ik hard. Ik probeer het uiterste uit mijn vakken te halen. Je bent dan niet meteen een nerd.’ Als een van de eerstejaars een zeven haalt, vragen zijn medestudenten: ‘Wat er is misgegaan?’ De studenten besteden zo’n veertig uur per week aan hun studie. Herkansingen zijn er niet.

Net als het Erasmus University College opende ook de Academy of Technology and Liberal Arts & Sciences (ATLAS) in Enschede in september 2013 haar deuren. De Rijksuniversiteit Groningen begint in 2014 met een driejarige Liberal Arts-opleiding naar Amerikaans model. Zij voegen zich bij de reeds bestaande zes University Colleges in Nederland.

De University Colleges bieden een brede Engelstalige bachelor-opleiding: Liberal Arts & Sciences. Studenten stellen zelf een programma samen, waarbij ze drie disciplines combineren: geesteswetenschappen, sociale en exacte wetenschappen. In het eerste jaar komen alle disciplines evenveel aan bod, in het tweede jaar kiezen ze een hoofdrichting. Daarnaast volgen ze vakken bij de andere vakgebieden. Er wordt ook veel aandacht besteed aan academische vaardigheden als schrijven, presenteren en debatteren.

Biljarttafel

De eerste lichting van het Erasmus University College woont voorlopig in het trendy The Student Hotel aan de Oostzeedijk, totdat er definitieve huisvesting is. Roan Laenen pakt een zilverkleurige fiets met hotellogo uit het rek. De fiets is bij de kamerhuur inbegrepen. ‘De internationale studenten moesten op dag één leren fietsen,’ zegt Laenen, zelf geboren en getogen in Nijmegen.

De studenten eten samen in het lowbudgetrestaurant van het hotel, er is een gaming room, waar een pingpong­tafel en een biljarttafel staan, en een fitnessruimte. In de bibliotheek op de begane grond staan alle studieboeken die studenten het eerste jaar nodig hebben. Laenen:

‘Iedereen is hier continu bezig met studeren, muziek maken of activiteiten organiseren. Daardoor is het makkelijk om productief te zijn. Je komt vanzelf in een soort ritme.’ In de boekenkast op zijn kamer op driehoog staan de biografie van Steve Jobs en een boek over Apple. Over tien jaar hoopt hij bij een creatief marketingbureau te werken. Waar weet hij nog niet. Net als de meeste studenten van het College voelt hij zich niet beperkt tot Nederland.

Prestigieus

In totaal studeren nu bijna 3.500 Nederlandse en buitenlandse studenten aan een van de prestigieuze University Colleges. University College Utrecht is opgericht in 1997 en daarmee het oudste. Maastricht, Middelburg, Leiden, Tilburg en Amsterdam volgden. De belangstelling is groot. Alleen al het Amsterdam University College krijgt jaarlijks tweeduizend aanmeldingen voor driehonderd plekken.

De selectiecriteria verschillen per University College, maar in het algemeen geldt dat studenten goede cijfers moeten hebben voor Engels en wiskunde, en een duidelijke motivatie. Daarnaast is het de bedoeling dat studenten kunnen en willen bijdragen aan het campusleven. Goede sociale vaardig­heden en enige culturele bagage zijn dan ook een pre.

Het collegegeld dat Nederlandse studenten aan de University Colleges betalen, is ongeveer twee keer zo hoog als het wettelijke collegegeld van 1.906 euro (voor studiejaar 2014-2015). Een van de redenen is dat het onderwijs op de University Colleges kleinschalig is. De klassen bestaan uit maximaal 25 studenten. Ze hebben wel gewoon recht op studiefinanciering en kunnen een beurs aanvragen.

Mummie

‘Het is echt geen grapje. Kijk maar,’ zegt Francesco Maiolo, die het vak Introduction to Political Theory geeft aan het University College Utrecht. Tot grote hilariteit van de studenten tovert de Italiaanse docent een foto tevoorschijn van een houten kabinet met daarin het gemummificeerde lichaam van Jeremy Bentham (1748-1832), Brits filosoof en oprichter van het University College London. Het kabinet staat op het campusterrein van de Britse universiteit. De docent legt uit dat Bentham grondlegger is van het utilitarisme. Volgens deze ethische stroming is het doel van het menselijk handelen het geluk van de gemeenschap, ofwel het grootst mogelijke geluk voor het grootst aantal mensen. Een Argentijnse student vraagt hoe je geluk kunt meten. ‘Geluk is toch subjectief?’ Er ontstaat een felle discussie.

‘Iedereen heeft hier een eigen mening en wil die graag laten horen,’ zegt tweedejaarsstudent Eline Oskam (21) na afloop van het college. Ze loopt over de binnenplaats van de voormalige Kromhoutkazerne in Utrecht naar de eetzaal. Oskam koos voor het University College Utrecht, omdat ze een brede interesse heeft en zich niet meteen wilde specialiseren. ‘Ik vind psychologie leuk, maar geschiedenis en filosofie ook. Ik wil me graag breed ontwikkelen. Je kunt hier een eigen curriculum samenstellen.’

Verbanden

Oskam koos als hoofdrichting Social Science en daarbinnen psychologie en recht. Daarnaast volgt ze vakken als Political Theory, Modern History en Spaans. Studenten zijn ook verplicht om naast het Engels een andere vreemde taal te leren. Aan de Universiteit Utrecht volgt ze nog een extra vak: forensische psychologie. ‘We worden aangemoedigd om verbanden te leggen tussen de verschillende vakgebieden,’ zegt Oskam. Zo schreef ze voor het vak Modern History een essay over de invloed van de Vietnamoorlog op het ontstaan van de ideeën over posttraumatische stressstoornissen. ‘Je krijgt een bepaalde creativiteit in denken, omdat je continu schakelt tussen disciplines. Dat is later ook waardevol. Om een goede psycholoog te zijn, moet je ook iets van filosofie afweten.’

Oskam schuift met een dienblad aan bij een groepje studenten dat achter in de gigantische eetzaal zit. De studenten komen hier elke dag voor lunch en diner. Ze schakelt over op het Engels en vertelt dat ze in het eerste jaar met een meisje uit Zuid-Korea in huis woonde. Bijna de helft van de studenten van het University College Utrecht komt uit het buitenland, net als een groot deel van de docenten. De studenten lijken zich moeiteloos te bewegen in de internationale omgeving. ‘Je werkt en woont samen met studenten die een heel ander perspectief hebben. Dat geeft een bijzondere dynamiek en verbreedt je horizon,’ zegt Oskam. ‘Ik kan me nu veel beter verplaatsen in anderen. Daar heb ik later als psycholoog ook plezier van. Ik leer hier omgaan met verschillen in nationaliteit, milieu en religie. Daardoor oordeel ik minder snel over anderen.’

Welbespraakt

De geschiedenis van de Liberal Arts-opleidingen gaat ver terug. Het waren de oude Grieken die hun leerlingen volgens dit principe onderwezen en hen vormden tot moedige, welbespraakte en erudiete personen. Deze aanpak vormde de basis van de eerste Europese universiteiten, zoals Oxford en Cambridge. Terwijl dit type onderwijs in de Verenigde Staten altijd de norm is gebleven, verloor het op het Europese continent terrein. De brede bachelor-opleiding maakte ook in Nederland plaats voor een groot aanbod aan specialistische opleidingen. ‘Studenten moeten zich daardoor nu veel te vroeg specialiseren. Daardoor is de studie-uitval enorm,’ zegt Marijk van der Wende, dean van het Amsterdam University College. De University Colleges spelen volgens haar in op de tekortkomingen van het hoger onderwijs: ‘De nadruk is bij universiteiten te veel op onderzoek komen te liggen, waardoor er weinig aandacht is voor onderwijs en academische vaardigheden als schrijven, presenteren en debatteren.’

Ook bij de reguliere opleidingen gaan steeds meer stemmen op om van de bachelor een brede basisopleiding te maken. ‘De University Colleges zijn een voorbeeld van hoe het wel kan.’ Ze zijn volgens Van der Wende bovendien een antwoord op de sterke behoefte aan meer differentiatie in het hoger onderwijs. ‘Door de massificatie van het hoger onderwijs is er voor topstudenten geen plek meer. We hebben het landschap heel plat gemaakt.’

Harry Potter

‘Ik krijg hier altijd het gevoel dat ik op kasteel Zweinstein van Harry Potter ben,’ zegt Zarah Pattianakotta (19), tweedejaars student van het University College Roosevelt. Ze doelt op de Burgerzaal van het gotische stadhuis van Middelburg. Het College gebruikt de statige zaal met glas-in-lood­ramen en kroonluchters voor de introductie van de eerstejaarsstudenten. Pattianakotta wist al op de middelbare school dat ze naar ‘Oxford in Zeeland’ wilde. Ze is geboren in Middelburg. Haar grootouders kwamen in de jaren vijftig in de Molukse gemeenschap in Middelburg wonen; haar ouders trouwden in de trouwzaal van het stadhuis.

De tweedejaarsstudent deed tweetalig vwo. Het was voor haar dan ook niet meer dan logisch om een Engelstalige vervolgopleiding te gaan doen. Ook de meeste andere studenten van de University Colleges deden al tijdens hun middelbare school iets extra’s: Roan Laenen ging op uitwisseling naar Turkije en koos Spaans als extra vak, Eline Oskam studeerde tussen 3 en 4 vwo een jaar aan een high school in de Verenigde Staten. ‘Soms voel ik me hier wel heel gewoon. Iedereen heeft een uitgebreid cv en veel studenten hebben als kind over de hele wereld gewoond,’ zegt Pattianakotta. Ook de Nederlandse studenten van het College zijn, net als op de andere University Colleges, veelal opgegroeid in het buitenland, omdat hun ouders diplomaat zijn of bij Shell werken.

Discussies

Pattianakotta zit klaar voor haar volgende college: Human Rights and World Reli­gions van jurist en columnist Naema Tahir. De studenten hadden als opdracht een zaak te analyseren die bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft gediend. Een Nederlands-Egyptische student geeft een presentatie in vloeiend Engels over de zaak die de Britse film­regisseur Nigel Wingrove eind jaren tachtig aanspande tegen de Britse regering. Haar medestudenten zitten aan een U-vormige tafel. De student vertelt dat de aanleiding voor de zaak de 18 minuten durende film Visions of Ecstasy was, waarin de heilige Teresa Jezus verleidt. De British Board of Film Classification weigerde de film een classificatie te geven, vanwege het vermeende godslasterlijke karakter. De regisseur begon hierop een juridische procedure, die eindigde bij het Europees Hof. Hij vond dat hij in zijn vrijheid van meningsuiting was beperkt, maar verloor de zaak.

De student laat een stukje van de film zien. ‘Vinden jullie de uitspraak terecht nu jullie de inhoud van de film kennen?’ vraagt ze aan haar medestudenten. Ze legt uit welke wetsartikelen er zijn gebruikt bij de uitspraak. De docent stelt een aantal kritische vragen. Die weet ze zonder al te veel moeite te pareren. ‘Je leert hier snel om je in een debat staande te houden,’ zegt Pattianakotta. ‘De meesten zijn verbaal heel sterk. Als je nog niet communicatief vaardig was, dan word je dat hier vanzelf wel.’

Retorica

Ongeveer 20 procent van het curriculum van de Liberal Arts-opleidingen bestaat uit vakken als presenteren, debatteren en argumenteren. Idee van de University Colleges is dat studenten zich niet alleen ontwikkelen tot academicus, maar ook tot democratisch wereldburger. ‘Retorica is bij ons een kernvak. We zien het als onze taak studenten op te leiden tot betrokken intellectuele en democratische burger,’ zegt Barbara Oomen, dean van het University College Roosevelt.

De University Colleges besteden elk op hun eigen manier aandacht aan de ontplooiing van studenten. Zo heeft het University College Roosevelt het project Going Glocal. Studenten gaan in de zomer een aantal weken naar Namibië of Mexico. Bij terugkomst geven ze gastlessen op Zeeuwse basisscholen over bijvoorbeeld fair trade. Oomen: ‘We stimuleren studenten om maatschappelijke betrokken te zijn. Idee is dat ze straks een bijdrage kunnen en willen leveren aan de samenleving.’

Studenten van het Amsterdam University College kunnen community projects doen als onderdeel van het curriculum. Timo Maas (22) organiseert elke vrijdag activiteiten voor de leerlingen van het Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord die een profielkeuze moeten maken. Hij helpt de leerlingen met de keuze en krijgt zelf een goed beeld van wat er in het onderwijs speelt. En hij krijgt er ook gewoon punten voor.

Succes

Een deel van het succes danken de University Colleges volgens Oomen aan het feit dat de studenten niet alleen samen studeren, maar ook met elkaar op een campus wonen. Ze stimuleren elkaar op academisch vlak én op sociaal gebied.

Iedere eerstejaarsstudent is automatisch lid van de studentenvereniging van de University Colleges.

De studenten organiseren zelf een breed scala aan activiteiten: van yoga tot debatwedstrijden, zanglessen, rugbytrainingen en fotografiecursussen. Oomen: ‘Het sociale en het academische leven zijn met elkaar verweven. Studenten leren daardoor inspraak organiseren, luisteren naar anderen en omgaan met minderheidsgroepen.’

Salsadansen

In een donker zaaltje op de campus in Utrecht staan veertien danskoppels. Salsamuziek schalt uit de boxen. Derdejaarsstudent Tycho Tromp (20) pakt de hand van zijn partner vast en zwaait haar over de dansvloer. ‘Smile to your lady,’ roept de student die aanwijzingen geeft. Tromp had niet gedacht dat hij ooit zou salsadansen, bekent hij later. Toch gaat hij nu elke maandagavond naar salsales. Als de les is afgelopen, haast Tromp zich naar zijn kamer. Om 20.00 uur begint het concert dat hij heeft georganiseerd in het auditorium. Zelf zal Tromp een stuk van Chopin spelen. ‘Ik hoop dat de piano is gestemd,’ zegt hij terwijl hij zich snel scheert en zijn tanden poetst. De derdejaarsstudent volgt het premedical-traject. Hij hoopt na het afronden van zijn bachelor toegelaten te worden tot het masterprogramma Selective Utrecht Medical Master van de Universiteit Utrecht.

Met twee dozen wijn onder zijn arm loopt hij naar het auditorium, een sfeervolle zaal met hoog plafond en echte theaterlampen. Eén voor één komen de muzikanten binnengedruppeld. Twee meisjes – zwarte jurkjes, hoge hakken – gaan op het podium staan en stemmen hun viool. Als de zaal volzit, dimt Tromp de lichten en heet het publiek welkom. Dat bestaat uitsluitend uit studenten. Er is de hele avond geen docent te bekennen. Alle activiteiten op de campus worden door de studenten zelf georganiseerd. Het eerste optreden is van een meisje dat een deel van de Canto Ostinato van Simeon ten Holt speelt. Na haar optreden schuift ze de piano opzij en betreedt een koor, bestaande uit elf meisjes en drie jongens, het podium. ‘Ze zijn echt vooruitgegaan. Vorig jaar zongen ze nog een stuk valser,’ fluistert een student achter in de zaal.

Niet iedereen neemt even actief deel aan het campusleven. Sommige studenten vinden het leven in de bubble, zoals ze de campus vaak noemen, benauwend. Eline Oskam heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om lacrosse – een populaire teamsport in de Verenigde Staten – te blijven spelen bij haar club in Utrecht. Afgelopen zomer deed ze met het Nederlands team mee aan het wereldkampioenschap in Canada. ‘Ik vind het fijn om een paar keer per week even weg te zijn van de campus en andere mensen te spreken. Anders wordt je wereld wel heel beperkt.’

Hoge verwachtingen

Na drie jaar mogen de studenten zich bachelor of arts of bachelor of sciences noemen. De verwachting is dat ze het ver zullen schoppen. Maar waar komen ze precies terecht? Statistieken van het University College Utrecht laten zien dat 45 procent van de alumni een vervolg­opleiding in het buitenland doet. De populairste buitenlandse universiteiten zijn de London School of Economics, de University of Oxford en University College London. Bijna 20 procent doet uiteindelijk een promotietraject. Van de alumni komt eenderde terecht in het onderwijs en de wetenschap, nog eens eenderde in het bedrijfsleven en 14 procent in de politiek.

De studenten zelf maken zich weinig zorgen over de vraag of ze later goed terechtkomen. ‘Als ik een gastlezing bijwoon van Jan Peter Balkenende of Jaap de Hoop Scheffer, kijk ik niet meer zo tegen hen op als vroeger,’ zegt Janneke Wagner (17), eerstejaarsstudent van het Erasmus University College. ‘Ze zitten op plekken waar ik ook ooit terecht kan komen.’ Aan zelfvertrouwen geen gebrek. Straks als ze klaar is, heeft ze een wereldwijd netwerk. ‘Je leert hier allemaal studenten kennen die het ver gaan schoppen. Die contacten zijn heel waardevol.’ Als kind droomde Wagner er al van om in Sjanghai, New York of Berlijn te wonen. ‘Ik voel me aangetrokken tot de wereld. Ik vind het zonde om er niet op uit te gaan.’

De studenten van de University Colleges kunnen niet wachten om de hooggespannen verwachtingen waar te maken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.