nederland

Wordt vermeende ronselaar op vliegtuig naar Marokko gezet?

Door Tom Reijner - 26 augustus 2014

Oussama C., de Marokkaans-Nederlandse jihadist die wordt verdacht van het ronselen van jonge radicale moslims, moet mogelijk Nederland uit. De autoriteiten zouden plannen hebben om hem naar Marokko uit te zetten.

Dat melden bronnen rond het onderzoek naar de radicale moslim, die naast een Nederlands paspoort ook de Marokkaanse nationaliteit heeft, schrijft De Telegraaf dinsdag. Justitie zegt in een reactie niets te maken te hebben met een mogelijke uitzetting. Dat is een zaak voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

In juli meldde het Openbaar Ministerie aan Elsevier dat de achttienjarige man, die een maand eerder werd opgepakt, langer in de cel blijft zitten. Zijn voorarrest werd verlengd met negentig dagen. Waarvan wordt Oussama C. precies verdacht?

Jihad-reis

Justitie denkt dat C., een jongen uit Den Haag, radicale moslimjongeren rekruteerde voor de gewapende strijd in Syrië. Er zijn vermoedens dat de jihadist ook zelf bezig was met voorbereidingen voor een jihad-reis ‘onder de vlag van een terroristische organisatie’.

Ook had hij opruiende teksten verspreid, onder meer via sociale media. Op internet is hij actief onder de naam Abou Yazeed, waar hij zijn gewelddadige ideeën met zijn volgers deelt.

Hij is onderdeel van een harde kern van aanhangers van de Islamitische Staat. C. in de Schilderswijk en het Transvaalkwartier in Den Haag, die de buurt wijkbewoners terroriseren, zeggen buurtbewoners. Volgens de bewoners zou het gaan om zo’n honderd IS-sympathisanten.

Gevaarlijk

Onlangs werd bekend dat de jihadist in mei vorig jaar gevaarlijk dicht bij PVV-leider Geert Wilders is gekomen, toen die een bezoek bracht aan de Schilderswijk in Den Haag.

Op een foto van vorig jaar is te zien dat C. op zo’n twee meter afstand van Wilders staat en een foto neemt. Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is Wilders tijdens zijn bezoek geen moment in gevaar geweest.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.