nederland

Ophef over windmolens: komen toeristen nog wel naar zee?

Door Jenny Velthuys - 26 september 2014

De voorgenomen bouw van windmolenparken houdt de gemoederen aan de kust al maanden bezig. Wat zijn de voor- en tegenargumenten?

Het huis van Albert Korper (66) staat pal aan de kust van Zandvoort. Van achter het grote raam in de keuken kun je de golven zien rollen. Beneden op het strand zeulen kleine figuren in zwarte wetsuits grote planken naar de branding. In de verte dobberen vier donkere stippen: surfers die liggen te wachten op de beste golf.

Korper woont er sinds de jaren zeventig. Hij en zijn vrouw zijn dol op het vrije uitzicht. Dagelijks zien ze hoe toeristen met hun camera’s de zonsondergang vastleggen. Maar de laatste jaren verschijnt aan de lege horizon bebouwing.

Mistige najaarsdag

Eind september 2007 werd 23 kilometer uit de kust van IJmuiden windmolenpark Amalia geïnstalleerd. Zelfs op een mistige najaarsdag kan Korper de plek aanwijzen. ‘Zie je dat schip?’ Hij wijst op een wit zeiltje dat licht lijkt te geven tegen de onstuimige watervlakte. ‘Daarboven en dan een beetje naar rechts. Daar.’

Net als andere bewoners en ondernemers in Zandvoort vreest Korper dat de masten in de verte het einde inluiden van het uitzicht op de Noordzee zoals we dat kennen. Doordat de kust een beetje in een baaivorm loopt, zullen veel gemeenten aan zee op de parken uitkijken. Het verandert de horizon ingrijpend.

Korper: ‘Je krijgt dan een soort stroboscopisch effect: door het draaien van de wieken zal de horizon constant in beweging lijken. En bij een sterke westenwind gaan we ze horen. Elke wiekslag hoor je dan: zoefff, zoefff.’

Grootschaligheid

Het begon allemaal met een uitspraak van Tweede Kamerlid Jan Vos (PvdA) op 15 januari 2013. Sinds eind 2012 onderzoeken het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu de mogelijkheden om windmolenparken dicht bij de kust te bouwen.

Het kabinet wil dat in 2023 16 procent van het energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen als zon, wind en water. Daarom moet tegen die tijd 4.450 megawatt uit wind op zee zijn gerealiseerd. Belangrijke voorwaarde van het kabinet is zekerheid voor investeerders. Bovendien moet hernieuwbare energie op termijn goedkoper worden. Dat is volgens investeerders alleen mogelijk door grootschaligheid en innovaties.

Tijdens een debat over de begroting van Economische Zaken stelde Vos dat ‘het al snel zo’n 40 procent goedkoper is om een nearshorepark te ontwikkelen’.

Horeca

Op 24 april 2014 nuanceerde Vos die uitspraak in De Telegraaf. Het kostenvoordeel bleek minder groot dan verwacht. Maar het onderzoek in opdracht van EZ-minister Henk Kamp (VVD) naar de ‘plussen en minnen’ van nearshorewindmolenparken loopt nog steeds.

Tenminste… De conclusies worden maar niet bekendgemaakt. In december 2013 lekte het voorlopige rapport uit. Daaruit bleek dat nearshore windmolenparken een ernstige impact hebben op de van toerisme afhankelijke economieën van kustgemeenten als Zandvoort.

Bij windmolens in het zicht zorgen wegblijvende toeristen voor een drastische daling van de horecaomzet: zesduizend arbeidsplaatsen kunnen verloren gaan. Daarnaast bleek dat de ontwikkeling en de exploitatie van nearshorewindparken niet meer dan een halve procent goedkoper zijn dan van windmolenparken buiten de 12-mijlszone in de internationale wateren.

Kroketten

Werner Coenraad (48) runt inmiddels 28 jaar de Zandvoortse strandtent Club Nautique. Binnen klinkt loungemuziek, obers lopen af en aan met broodjes Van Dobben-kroketten. Op de tafel waaraan Coenraad zit, ligt een foto van het strand. Op de foto oogt de zee blauw en kalm als op een zomerse dag. Er zijn alleen dertig windmolens in het water gefotoshopt. Op 5,4 kilometer afstand uit de kust.

Het is op basis van deze foto dat 22 procent van de ondervraagde toeristen ‘op’ Zandvoort aangaf niet meer naar de kust te willen komen.

Olie

Voor Coenraad was dát in eerste instantie de reden om zich in windmolens te verdiepen. Hoewel ze nu erg succesvol zijn, zou de omzet enorm kunnen dalen. Met zijn compagnon Maarten levert het weleens discussies op. Coenraad: ‘Die is ontzettend milieubewust. Je moet hier in de keuken komen kijken, hij scheidt werkelijk álles.

Maarten vindt windmolens daarom wel een mooi gezicht. Omdat hij er een “groene” associatie mee heeft. Ik snap dat wel. Maar hij is verkeerd geïnformeerd. Achter elke windmolen staat een gas- of olie-installatie. Zo “groen” zijn ze dus ook weer niet.’

Kernenergie

Ook Korper is sceptisch over windmolens. ‘Wind is geen betrouwbare energiebron. In India en China zijn ze bezig met de ontwikkeling van kerncentrales op basis van thorium, een metaal waarmee je veilig en schoon kernenergie kunt produceren. Maar hier is de milieulobby zo sterk, daar kom je niet tussen met kernenergie.’

De ontwikkeling van kernenergie uit thorium zit echter nog in de experimentele fase. Sceptici vrezen dat thorium nooit een serieus alternatief voor uranium kan worden.

Voorlopig blijft de discussie in Nederland daarom over ‘schone energie’ gaan. En dus ook over windmolens. Wat betreft Korper en Coenraad is het prima, als de windmolens maar uit het zicht worden gebouwd.

Korper pleit als voorzitter van Stichting Vrije Horizon voor plaatsing van alle windmolens op IJmuiden-Ver, ruim 40 kilometer uit de kust. ‘Dan heeft niemand er last van.’ Inmiddels heeft de stichting via een petitie 9.700 handtekeningen verzameld.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.