nederland

Zo kunnen ouders en kinderen irritaties vermijden

24 september 2014

Volwassen kinderen ergeren zich vaak aan hun ouders, maar voelen zich daarover ook schuldig. Door die ouders beter te begrijpen, kan veel wrijving worden vermeden.

Probeer maar eens als zestigplusser de eerste schreden op Facebook te zetten, of een Twitteraccount aan te maken. Zelfs als je geen digibeet bent, al dertig jaar op een computer werkt en goed weet om te gaan met je smartphone, kom je toch voor een hoop vragen te staan. Maar geen nood, gelukkig zijn er de kinderen. Die willen vast wel even helpen met een stoomcursus als ze weer eens langskomen.

Hoewel? Ineens schiet het eigen gedrag tegenover je moeder je weer te binnen. Hoe gek ze je vroeger kon maken met haar vragen, meestal telefonisch, over bijvoorbeeld e-mail: ‘Ik drukte op een knop en nou is alles weg! Wat is ermee gebeurd?’ Of: ‘Waarvoor is die knop waar Ctrl op staat?’

Achteraf heb je spijt dat je haar zo vaak hebt afgewimpeld, niet wat geduldiger en aardiger bent gebleven. Waarom was dat nou zo moeilijk? Waarom ontstaat er zo vaak irritatie en wrijving tussen oudere ouders en hun volwassen kinderen, ondanks dat ze zeer aan elkaar gehecht zijn?

Begrip

In een artikel in de Scientific American Mind noemen wetenschappelijk onderzoekers een aantal redenen voor deze eigenaardige frictie waarbij niemand zich wel voelt. Een beter begrip van de ouders zou bij kinderen veel ergernis kunnen wegnemen, zo stellen zij.

In de eerste plaats onderschatten volwassen kinderen hoezeer hun ouders zich nog steeds betrokken blijven voelen bij hun wel en wee en hoeveel zorgen ze zich blijven maken. Uit diverse onderzoeken blijkt dat ouders emotioneel meer blijven investeren in hun volwassen kinderen (en eventueel kleinkinderen) dan andersom.

Hoewel ouders, nadat de kinderen het huis uit zijn, weer hun eigen leven zijn gaan leiden, blijft hun levensgeluk sterk gekoppeld aan dat van hun kinderen. Gaat het met een of meer van die kinderen niet goed, bijvoorbeeld door echtscheiding of ziekte, dan gaat het ook niet goed met de ouders. Ze liggen wakker van de zorgen. Sterker, ze maken zich vaak meer zorgen over de problemen van hun kind dan dat kind zelf.

Kinderen van oudere ouders zijn zich hiervan vaak niet bewust en ergeren zich aan al dat getob en gestress van hun ouders. Maar ze zouden die sterke betrokkenheid ook kunnen zien voor wat het is: oprechte bezorgdheid en verdriet, en daarmee rekening kunnen houden, zeggen deskundigen. Als ze niet willen dat hun ouders overstuur raken, dan moeten ze slecht nieuws doseren of desnoods pas vertellen als de kwestie is opgelost.

De verhouding wordt soms ook bemoeilijkt doordat oudere ouders niet alleen emotioneel blijven investeren in hun kinderen, maar ook graag tot in lengte van dagen op andere manieren willen blijven bijdragen aan hun welzijn en geluk. Door ze financieel te helpen, als dat mogelijk is. Door ze van advies te dienen. Door ze werk uit handen te nemen, de tuin te doen, de boekhouding, klusjes, op de kleinkinderen te passen, enzovoort.

Volwassen kinderen zijn soms geneigd die hulpvaardigheid van hun ouders te zien als verkapte bemoeienis. Als dat inderdaad zo is, kunnen ze dat beter uitspreken en hun ouders leren zichzelf in dat opzicht beter te beheersen. Maar volwassen kinderen kunnen de hulpvaardigheid van hun ouders ook erkennen en waarderen als oprechte pogingen om te helpen en er hun voordeel mee doen.

Want er valt, zeker in de nieuwe participatiesamenleving, veel te winnen door projecten te zoeken waarmee beide partijen wat opschieten: ouders zijn gelukkig dat ze iets nuttigs voor hun kinderen kunnen doen en kinderen zijn blij dat hun iets uit handen wordt genomen door iemand die ze kunnen vertrouwen.

Vergissingen

Een van de grootste vergissingen die volwassen kinderen kunnen maken, is de verstandelijke vermogens van hun ouders onderschatten – denken dus dat die het allemaal niet meer zo goed kunnen bijhouden en begrijpen. Gevallen van dementie daargelaten natuurlijk.

Oudere ouders zitten soms vastgeroest in oude manieren en gewoonten en hebben geen behoefte om continu veranderingen in hun leven aan te brengen en onmiddellijk nieuwe gadgets te kopen. Waarom zou je Spotify nemen als je een kast vol cd’s van je favoriete muziek hebt? Dat ze behoudend zijn, niet onmiddellijk overal in meegaan, maakt ze nog niet achterlijk.

Natuurlijk gaat iedereen op oudere leeftijd lichamelijk en cognitief achteruit. Maar over het algemeen compenseren oudere mensen hun geheugenproblemen met een grotere algemene ontwikkeling en meer levenservaring en wijsheid dan hun kinderen hebben. Ze worden dan ook niet graag door hun kinderen onderschat, laat staan als kind behandeld.

Soms vragen ze hun zoon of dochter om advies. Ze verwachten dat op een volwassen niveau te krijgen, zoals ook andersom gebeurt. Ze verwachten ook enig geduld, want niet alles gaat meer even snel en soepel als toen ze nog jonger waren.

Het kost meer moeite om nieuwe zaken te leren.Kinderen zijn niet zelden sceptisch als ouders aankondigen iets nieuws te willen leren en daarbij hun hulp nodig te hebben. Maar in plaats van deze pogingen om ‘bij de tijd’ te blijven te ontmoedigen, kunnen kinderen ze juist beter stimuleren. Want door hun ouders wegwijs te blijven maken in de nieuwe wereld, slaan ze twee vliegen in één klap: vader en moeder blijven langer boeiend én zelfstandig.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.