nederland

Conclusie lijkt onontkoombaar: softdrugs maken dom

Door Simon Rozendaal - 22 oktober 2014

Het is niet bijster giftig en ook minder verslavend dan alcohol en tabak. Maar helaas gaat door cannabis wel je IQ met acht punten omlaag.

Natuurlijk, er zijn ergere drugs, maar het is een misvatting dat cannabis ongevaarlijk is. Vooral voor tieners en twintigers zijn softdrugs (marihuana, hasj, in welke verschijningsvorm dan ook) ronduit ongeschikt: het verlaagt hun intelligentie en tast hun schoolprestaties aan.

Dat softdrugs wel degelijk gevaarlijk zijn, is een standpunt dat dit weekblad met enige regelmaat herhaalt sinds 6 april 1996, toen Elsevier met een eigen studie naar de wetenschappelijke literatuur over cannabis kwam, en dat vorige week een gedegen ondersteuning kreeg in het wetenschappelijk tijdschrift Addiction.

Daarin publiceerde Wayne Hall een uitputtend rapport waarvoor hij 165 wetenschappelijke studies uit de afgelopen twintig jaar heeft bestudeerd over de gezondheidseffecten van cannabis. Hall is hoogleraar in Australië en Londen en wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie vaak ingeschakeld als cannabis-expert.

Giftig

Hall concludeert allereerst dat de wetenschappelijke literatuur over cannabisgebruik in het verleden vooral sociologisch van aard was (en niet zelden – maar dat zegt hij er niet bij – een vergoelijkende toon had). Maar in de twintig jaar daarna is er veel serieus natuurwetenschappelijk onderzoek bij gekomen.

Een van de redenen waarom cannabis altijd tot ‘zachte’ (soft) drug werd bestempeld, is dat cannabis weinig giftig is. De acute toxiciteit, de hoeveelheid die nodig is om iemand te vergiftigen en te doden, is immers hoog. Dat staat nog steeds als een paal boven water.

Op basis van dierstudies valt te schatten dat een dosis van 15 tot 70 gram THC (tetrahydrocannabinol, het actieve ingrediënt in cannabis) dodelijk is. Dat correspondeert met een paar duizend joints – geen verslaafde verstouwt zo’n hoeveelheid in één dag. Er is dan ook nog nooit iemand gestorven aan een overdosis cannabis – wat bij alcohol wel geregeld gebeurt. Ook is cannabis in vergelijking met andere genotmiddelen niet bijster verslavend.

Cannabis versuft wel en maakt mensen trager in hun reacties en motoriek. Voor het verkeer bijvoorbeeld is dat verontrustend. In het verleden was niet helemaal duidelijk of cannabis op zichzelf een gevaar vormde bij autorijden: mensen die cannabis gebruiken, hebben doorgaans ook alcohol gedronken.

Inmiddels is door betere onderzoekstechnieken duidelijk dat cannabis de kans op een ongeluk achter het stuur verdubbelt tot verdrievoudigt. Dat is minder dan het risico op een verkeersongeluk door alcohol bij vergelijkbare doses (dan is de kans zes tot vijftien keer zo groot). Maar het is wel degelijk een probleem.

Koploper

Vallen de giftigheid, de verslaving en de kans op ongelukken misschien mee in vergelijking met andere genotmiddelen, cannabis kent een aantal nadelen waarin het wel koploper is.

Zo verhoogt het de kans op schizofrenie. Hoogleraar psychiatrie aan de universiteit van Maastricht Jim van Os heeft daar in het verleden al diverse keren op gewezen. Zijn collega Hall schat dat het risico op de ziekte bij cannabisgebruikers 2,3 maal zo hoog is als bij anderen. Een ander cijfer dat hij noemt: studies in diverse landen (waaronder Nederland) hebben uitgewezen dat zo’n 13 procent van alle schizofreniegevallen aan cannabisgebruik te wijten zijn.

Daarbij komt dat de afgelopen twintig jaar, zo zegt Hall, duidelijk hebben gemaakt dat cannabis de intellectuele capaciteiten aantast. Vooral het geheugen en de opmerkzaamheid gaan achteruit. En er zijn sterke aanwijzingen dat dit blijvend is, dus niet herstelt na het afkicken.

Stevige cannabisgebruikers hebben een IQ dat acht punten lager ligt dan het gemiddelde. Daarmee hebben ze minder leervermogen dan 70 procent van hun leeftijdgenoten.

Dit is des te navranter omdat cannabis veel wordt gebruikt door jongeren in de schoolgaande leeftijd. Zoals leraar Pierre Diederen, die zelf jarenlang soft- en hard-drugs gebruikte, twintig jaar geleden al schreef: ‘Welke leraar in het voortgezet onderwijs kent niet de apathische leerling die niet vooruit te branden is, die een slecht gemaakte repetitie met een nonchalant gebaar terzijde schuift, die zich niet langer dan zes minuten kan concentreren en in de klas in een volledig sociaal isolement lijkt te verkeren?’

Schoolprestaties

Door joints versufte leerlingen presteren vanzelfsprekend minder. Hall wijst er in Addiction op dat de schoolprestaties van cannabisgebruikers substantieel lager zijn dan die van hun leeftijdgenoten. Hij stelt dat bij 17 procent van de jongeren die hun middelbare school niet afmaken cannabisgebruik de oorzaak is.

In theorie kan dat verband slechts een correlatie in plaats van een oorzakelijk verband zijn. De relatie zou zelfs omgekeerd kunnen zijn: dat dommerds meer cannabis gebruiken. Maar dat is onwaarschijnlijk. Er kan statistisch voor worden gecorrigeerd, MRI-scans geven aan dat er veranderingen optreden in de hersenen door cannabis en er is de grotere kans op schizofrenie.

De conclusie lijkt dus onontkoombaar: softdrugs verminderen het denkvermogen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.