nederland

Is de irritatie over fietsers in het verkeer wel terecht?

Door Nikki Sterkenburg - 04 november 2014

Nederlandse fietsers kampen met een reputatieprobleem. Maar het wangedrag lijkt niet structureel te zijn en zorgt ook niet voor grotere onveiligheid in het verkeer.

Gevaarlijk worden Nederlandse fietsers niet gevonden, maar de tweewielerende groep kampt wel met een serieus reputatieprobleem. Met zijn drieën naast elkaar fietsen, niet stoppen voor het zebrapad en onderwijl nog even door rood rijden, wielrenners die in grote groepen over het fietspad racen.

Of fietsers die al sms’end en whatsappend doortrappen en via hun oordoppen naar muziek luisteren, waardoor ze het overige verkeer niet meer horen en niet zien aankomen.

Het zijn veelgehoorde klachten. De Amsterdamse stadskrant Het Parool wijdde begin dit jaar een bijlage aan de overlast die fietsers veroorzaken. En in het Brabants Dagblad pleitte verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen onlangs voor een cultuuromslag. En die zou niet uitsluitend moeten worden bereikt door meer controles. Ook cursussen, overheidscampagnes en educatieve programma’s op scholen moeten eraan bijdragen.

Irritatie

Het gedrag van fietsers is voor ruim tweederde van de medeweggebruikers een bron van irritatie. Onderzoeksbureau MWM2 presenteerde in september een onderzoek waaruit blijkt dat 70 procent van de Nederlanders vindt dat fietsers zich slecht aan de verkeersregels houden.

Wielrenners roepen de meeste ergernis op. In Zuid-Limburg is sinds dit jaar het aantal toertochten beperkt, na aanhoudende klachten over overlast door recreatieve fietsers.

Maar ondanks de overlast die kennelijk wordt ervaren, lijkt het gedrag van fietsers niet te leiden tot meer onveiligheid op de weg. Het aantal fietsers dat overlijdt als gevolg van een verkeersongeval, schommelt al jaren tussen de 180 en 200 – in 2013 waren het er 184.

Daarmee rijst de vraag hoe terecht de irritatie is. Stedenbouwkundig onderzoeker Marco te Brömmelstroet van de Universiteit van Amsterdam concludeerde in 2012 dat fietsers weliswaar regels overtreden, maar weinig structureel wangedrag vertonen.

Infrastructuur

Ook Saskia Kluit (41), adjunct-directeur van de Fietsersbond, heeft niet het idee dat het gedrag van fietsers verslechtert. Ze schat de groep structureel overlastgevende fietsers op ongeveer 5 procent.

‘Dat je asociale mensen op de fiets tegenkomt, komt doordat er asociale mensen zijn; 95 procent van de fietsers houdt zich doorgaans aan de regels. Je ziet wel op plekken waar de infrastructuur niet goed is afgesteld – waar mensen bijvoorbeeld lang voor rood moeten staan – dat fietsers sneller geneigd zijn om de regels te overtreden.’

Kluit noemt als voorbeeld het Utrechtse Westplein. ‘Vroeger kon je het kruispunt in een keer oversteken, tegenwoordig moet het in twee keer. Dan zie je dat fietsers doorfietsen wanneer er geen auto aankomt. En in Amsterdam zie je dat de stad niet is ingesteld op zo veel fietsers. Het fietsgebruik groeit sneller dan het netwerk van fietspaden.’

Toch ziet zij geen aanleiding om met campagnes de fietser aan te spreken op zijn gedrag. ‘Zo’n 90 procent van de Nederlanders fietst. Dus als 70 procent zich ergert aan andere fietsers, dan hebben ze het over zichzelf. Wat dat betreft ligt de oplossing heel dichtbij.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.