nederland

Na cruiseschip maakt Rotterdam zich op voor nieuwe kolos

Door Servaas van der Laan - 20 november 2014

Nadat het mega-cruiseschip Oasis of the Seas Rotterdam aandeed voor een opknapbeurt, is het nu tijd voor het echte werk. Tegen het einde van het jaar wordt de Pieter Schelte, het grootste schip ter wereld in spe, verwacht op de Tweede Maasvlakte.

Al sinds 1987 is de Nederlandse ondernemer Edward Heerema met zijn offshorebedrijf Allseas bezig met wat het grootste schip ter wereld moest worden.

Woensdag ging de Pieter Schelte, een supercatamaran met een oppervlakte gelijk aan acht voetbalvelden, bij Daewoo Shipyard in Zuid-Korea eindelijk te water.

Gevaarte

En nog is het gevaarte niet af. De Pieter Schelte zet op dit moment koers naar Rotterdam waar het in het binnenmeer van de Tweede Maasvlakte zal worden afgebouwd. De Alexiahaven moest er speciaal voor worden uitgediept, maar daarmee is Rotterdam wel één van de spaarzame havens in de wereld waar een dergelijk gevaarte kan aanmeren.

Eerder werd al de Wilhelminakade voor 7 miljoen euro verbouwd om de Oasis of the Seas, volgens sommigen het grootste cruiseschip ter wereld, te kunnen herbergen.

Onstuimige geschiedenis

De Pieter Schelte is nog niet af, maar het gevaarte heeft nu al een onstuimige geschiedenis. Allereerst was er gedoe om de naam. Edward Heerema vernoemde het schip naar zijn vader Pieter Schelte Heerema die, naast offshore-pionier ook officier van de Waffen-SS was in de Tweede Wereldoorlog.

Hierover ontstond in 2008 een politieke discussie toen bleek dat Allseas een overheidssubsidie had gekregen van 800.000 euro. SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen vroeg zich af of de overheid wel een schip moest financieren dat de naam draagt van een oud-SS’er. Toenmalig minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven (CDA), beëindigde die discussie door te stellen dat de overheid zich bij subsidieverlening niet hoeft te bemoeien met de naam van een schip. Naamgeving is immers aan de reder, niet aan de overheid.

Oplichting

Die 800.000 euro was overigens maar een schijntje in vergelijking met de 1,3 miljard euro die het hefschip totaal moest kosten. Om aan het totale bedrag te komen zocht Edward Heerema naar verschillende manieren om extra geld te generen. Zo gaat hij in 2011 in zee met Paul Sultana, een zakenman uit Malta, schrijft het Financieele Dagblad.

Heerema legt 100 miljoen euro in die een zakenpartner van Sultana mag beleggen. De belegging in schuldbewijzen, waar zelfs de Amerikaanse Central Bank betrokken bij zou zijn, blijkt een valse truc. Door oplettendheid van de Britse politie verliest Heerema uiteindelijk ‘slechts’ 12 miljoen euro. Hij stort het bedrag van zijn privé-rekening terug in de kas van Allseas.

Droom

De tegenslagen hebben Edward Heerema nooit kunnen tegenhouden zijn droom waar te maken. In 1947 vertrok zijn vader naar Venezuela om daar uit het niets een succesvol bedrijf in waterconstructies op te bouwen. Terug in Nederland maakt hij van de Heerema Groep één van de grootste offshore-bedrijven ter wereld. Edward, aanvankelijk enig erfgenaam van het bedrijf, werd na een ruzie uit het familiebedrijf verdreven en richt in 1985 Allseas op.

Ook dit bedrijf groeide uit tot een internationale reus op het gebied van offshore-installaties en transport. De bouw van het grootste schip ter wereld staat symbool voor dit succes. Het schip kon dan ook maar naar één man worden vernoemd: Pieter Schelte Heerema, de man met het omstreden verleden die het in 1947 in Venezuela allemaal in beweging bracht.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.