nederland

Sabir K. niet uitgeleverd dankzij ‘gunst en wonder van Allah’

Door Eric Vrijsen - 21 november 2014

Sabir K. mag niet worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten. De rechter is het met K. eens dat de rol die de CIA heeft gespeeld bij de marteling van K. nog niet is opgehelderd.

De Nederlands-Pakistaanse terreurverdachte Sabir K. mag niet aan de Verenigde Staten worden uitgeleverd. Dat heeft de rechter in Den Haag dinsdag in een kort geding bepaald, laat de advocaat van K., André Seebregts weten.

Seebregts had het geding aangespannen K.’s uitlevering te voorkomen. Volgens hem is de rol die de Amerikaanse geheime dienst CIA heeft gespeeld bij de aanhouding en marteling van Sabir K. in Pakistan, nog altijd niet opgehelderd. De rechter is dat met hem eens.

De rechter verbood K.’s uitlevering al eerder, omdat er te veel onzekerheid was blijven bestaan over de betrokkenheid van de Amerikanen. Maar in november vorig jaar werd K. opnieuw opgepakt voor uitlevering. Aanleiding was een brief van de Amerikaanse autoriteiten waarin staat dat de Amerikaanse politiediensten zoals de FBI er niets mee te maken hebben gehad.

Over Sabir K.

Sabir Ali K.’s moeder kwam uit Friesland, zelf groeide hij op in Den Haag, maar vertrok naar Pakistan – het land van zijn vader. Hij sympathiseerde met Al-Qa’ida en was volgens Amerikaanse inlichtingendiensten in 2010 betrokken bij de dood van 39 Amerikaanse militairen in Afghanistan.

De jihadstrijder zou mortieren hebben gesmokkeld en verborgen in de provincie Kunar. Ook zou hij daar een zelfmoordactie tegen een Amerikaans legerkamp hebben beraamd.

Al-Qa’ida

K. (27) heeft een dubbele nationaliteit. Hij is de eerste Nederlander die de Verenigde Staten in direct verband brengen met Al- Qa’ida. Na de zelfmoordactie in Afghanistan trok hij weer naar Pakistan, naar de stad Peshawar. Op 20 september 2010 stopten voor zijn huis zwarte SUV’s, waaruit gewapende mannen stapten die zijn deur intrapten en hem meenamen. K. werd maandenlang verhoord door Pakistans beruchte militaire inlichtingendienst ISI.

Op 29 april 2011 mocht hij de gevangenis verlaten. Een ISI-agent en een Nederlandse diplomaat zetten hem op een vlucht naar Amsterdam. Op Schiphol stond een arrestatieteam klaar. Op 23 juni 2011 vroegen de Amerikanen om zijn uitlevering. VVD-minister Ivo Opstelten (Justitie) bewilligde hierin, maar na drie jaar juridisch geharrewar zag het er tot voor kort naar uit dat K. hier blijft.

Hij zat twee jaar in detentie, maar woont nu weer bij zijn vader in Den Haag. K. leeft van een uitkering, hangt rond bij zijn nieuwe vrouw– ex-echtgenote en kind bleven achter in Pakistan – en speelt volgens het Amerikaanse blad TIME de hele dag Call of Duty op zijn computer. Dit laatste is volgens K. overigens wat overdreven.

Trauma’s

Op 11 juli nam de Hoge Raad de conclusie van advocaat-generaal mr. Frans Langemeijer over en besliste dat K. niet naar Amerika mocht. In een eerdere uitspraak werd al bepaald dat K. hier moet blijven, omdat hij door de ontberingen in de oorlogszone lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. In een Amerikaanse gevangenis zou hij de juiste therapie missen.

Inmiddels is gebleken dat K. daar gelijkwaardige zorg kan ondergaan. Waar het nu om draait, is of de Amerikanen hun recht verspeelden om K. als terrorismeverdachte te vervolgen.

Pardon? Mag niet meer worden beoordeeld of hij medeplichtig was aan de dood van 39 Amerikanen? Nee, redeneert mr. Langemeijer. Het staat vast dat K. in Pakistan werd gemarteld. En aangezien Nederland het Verdrag tegen foltering ondertekende, verdient hij bescherming. Door de eerdere folteringen in Pakistan is het onderzoek ‘besmet geraakt’. Op de Nederlandse staat rust namelijk de plicht om ‘folteringen wereldwijd uit te bannen’. Mogelijk verraadden de Amerikanen K. aan de ISI, wetende dat hij zou worden gemarteld. Daarom moest de Hoge Raad uitlevering verbieden.

Rol van Amerikanen

Of de Amerikanen de hand hadden in K.’s arrestatie, blijft mistig. Hij zelf zegt dat hij in een verhoorkamer vanuit een belendend vertrek een Engelssprekende vrouw hoorde. Dat is geen hard bewijs voor aanwezigheid van de CIA, maar volgens Langemeijer kun je geen zekerheden verlangen van een martelslachtoffer.

De Hoge Raad vroeg minister Opstelten vorig jaar na te gaan hoe dit zat. De Verenigde Staten hebben geen uitleveringsverdrag met Pakistan. Regelden de Amerikanen met Pakistan dat K. via Nederland zou overkomen naar New York? De landsadvocaat weigerde om juridisch-technische redenen deze kwestie op te helderen.

Verhaal van K.

Dit is volgens K.’s advocaat, mr. André Seebregts, wat er gebeurde: ‘De Amerikanen willen niet dat er vragen komen over de behandeling van terrorismeverdachten. Zouden ze daar één keer op antwoorden, dan ontstaat een ongewenst precedent. Daarom stelt Nederland liever geen vragen.’ K. werd volgens Seebregts in Pakistan ‘geschopt, geslagen, bedreigd met schijnexecuties, bedreigd met geweld tegen familieleden, blootgesteld aan extreme kou en slechte voeding’.

Maar dan is het toch prima dat de Amerikanen zijn transfer naar Nederland ritselden? De folteringen stopten en Opstelten kan hem naar de Verenigde Staten sturen onder voorwaarde dat hij niet de doodstraf krijgt.

Seebregts: ‘De Amerikanen vroegen Pakistan om K. te arresteren. Ze lieten hem acht maanden lang op de Pakistaanse manier verhoren. Toen er niks uitkwam, zeiden ze: geef hem nou maar via Nederland aan ons.’ In die redenering lokten de Amerikanen de folteringen uit en mag Nederland dat niet belonen door K. uit te leveren.

Nooit bewezen

Bewezen is deze gang van zaken echter niet. De Verenigde Staten hebben in een brief tegengesproken dat Amerika in Pakistan met ISI heeft samengewerkt bij de arrestatie van K. Ze hebben Nederland opnieuw om uitlevering gevraagd. Dat kan, want bij uitleveringen geldt niet het juridische principe ne bis in idem (niet twee keer voor hetzelfde).

Volgens minister Opstelten is het bezwaar tegen uitlevering daarmee van de baan. Advocaat Seebregts spande direct na de arrestatie van K. een kort geding aan om uitlevering tegen te houden. En deze actie heeft succes gehad.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.