nederland

Waarom er risico’s kleven aan een goed bedoelende hulpverlener

11 november 2014

Hulpvaardigheid is een positieve en lonende eigenschap die we in onszelf en in anderen moeten koesteren. Maar zoals met veel eigenschappen kan het ook doorschieten, te veel van het goede worden.

Het begon met af en toe een boodschap doen voor moeder, die zelf niet meer goed ter been was. Daarna kwam ze aanzetten met pannetjes soep of met stoofpeertjes – ‘die vind je vast wel lekker’. Op een gegeven moment stond ze ongevraagd buiten de ramen te zemen, ‘want ik ben toch bezig met die van mezelf’.

Dat ging allemaal nog wel, maar toen ze op een zeker moment door de achterdeur binnenrende om de telefoon op te nemen, was de maat vol. ‘Wat doe je?’ vroeg moeder bits vanuit haar luie stoel. ‘Oh, ben je toch wakker?’ antwoordde de buurvrouw verrast. ‘Ik dacht, de telefoon gaat zo vaak over, ze ligt vast te slapen. Ik zal even voor haar opnemen.’

Reddende engel

Deze buurvrouw is een typisch voorbeeld van een hunkerende hulpverlener, een persoon die het goed bedoelt, maar zozeer opgaat in haar rol van reddende engel dat ze zonder het zelf te merken de grenzen overschrijdt van wat wenselijk en aanvaardbaar is.

Nu de overheid ons aanmoedigt om in de nieuwe participatiemaatschappij meer klaar te staan voor een ander, is het belangrijk om als hulpbehoevende én als hulpverlener de grens tussen normale hulpvaardigheid en abnormale opdringerigheid goed in de gaten te houden.

Want voor je het weet, wordt die grens overschreden en vallen over en weer boze woorden. Degene die hulp behoeft krijgt het benauwd, degene die de hulp verleent, voelt zich niet gewaardeerd.

Sociale wezens

Natuurlijk is andere mensen willen helpen een nobele, prijzenswaardige eigenschap die goed bij ons past. We zijn sociale wezens. Inlevingsvermogen en hulpvaardigheid zitten evolutionair in ons – uitzonderingen daargelaten.

Als anderen lijden, hebben we de natuurlijke neiging om ze te troosten, te helpen, het leed te verlichten. Uit het Onderzoek Gezinsvorming van 2013 blijkt dat 80 procent van de Nederlanders in het jaar ervoor hulp heeft verleend aan gemiddeld drie personen in de directe omgeving.

In drie van de tien gevallen gaat het om kinderopvang of hulp bij de dagelijkse verzorging. Lang werd aangenomen dat we dat geheel belangeloos doen. Hooguit hopen gelovigen er na hun dood een plekje in de hemel mee te bemachtigen. Maar hier en nu hoeven we er niets voor terug, was de gedachte.

Stoofpeertjes

Psychologisch onderzoek heeft echter aangetoond dat we helemaal niet zo onzelfzuchtig zijn als we anderen helpen. We willen er wel degelijk op allerlei manieren voor worden beloond, ook al zijn we ons daar niet zo van bewust.

We verwachten bijvoorbeeld dankbaarheid, om te beginnen van degene die we helpen, maar liefst ook van andere direct betrokkenen. De eerdergenoemde buurvrouw wilde niet alleen uitgebreid door moeder worden bedankt voor haar stoofpeertjes, maar ook door de dochters die geregeld bij moeder op bezoek kwamen. ‘Wat fijn dat u zo goed voor haar zorgt,’ wilde ze horen.

Als we een ander helpen, willen we ook graag van allerlei mensen in de omgeving bevestiging krijgen dat we iets bijzonders doen, iets nobels. Vrienden, buren, de tennisclub. Liefst opgediend met een vleug bewondering. Heel diep vanbinnen willen we ons zelfs een beetje superieur, een buitengewoon mens kunnen voelen als we de helpende hand reiken.

Zelfbeeld

Volgens psychologen verwachten we al deze beloningen niet voor niets. Ze dienen om ons zelfbeeld en ons zelfvertrouwen op te poetsen. En onze reputatie, want onderzoek heeft uitgewezen dat hulpvaardige en vrijgevige mensen in het algemeen aardiger en aantrekkelijk er worden gevonden dan meer egoïstische mannen en vrouwen.

Hulpvaardigheid is een positieve en lonende eigenschap die we in onszelf en in anderen moeten koesteren. Maar zoals met veel eigenschappen kan het ook doorschieten, te veel van het goede worden.

Sommige mensen hebben de onweerstaanbare neiging om continu goed te doen. Hoe lager hun zelfbeeld, hoe groter de behoefte kan zijn om met goede daden almaar dankbaarheid, bevestiging en bewondering te vergaren. De aandrang kan zelfs ziekelijk worden. De Engelsen noemen het niet voor niets de disease to please.

Privacy

Kan te veel helpen kwaad? Jazeker. De scheidslijn tussen gewoon helpen en opdringerig gedrag is vrij dun en niet altijd even helder. Veel mensen waarderen wel enige hulp, maar willen niet te afhankelijk worden van een ander. Ze koesteren hun autonomie en hun privacy. Ze willen ook niet almaar dankbaar hoeven zijn.

Hulpbehoevenden doen er dus goed aan om, van meet af aan, concreet aan te geven wat ze op bepaalde momenten wel en niet van een helper willen. Toegegeven, het is makkelijker gezegd dan gedaan om een goed bedoelende hulpverlener af te houden. Maar het kan nodig zijn om de onderlinge sfeer goed te houden.

Dol op hulp

Sommige mensen zijn juist dol op hulp, ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Ook hierin schuilt een risico. Want voor je het weet ben je als hulpverlener continu hun problemen aan het oplossen, terwijl zij die worden geholpen achterover leunen of zelfs nieuwe problemen creëren om verzekerd te blijven van hulp.

Zo’n vicieuze cirkel lost niets op. De hulpverlener wordt misbruikt, de psychische beloningen blijven uit. In dit geval moet juist degene die helpt een grens kunnen trekken: dit is wat ik voor je wil doen, en meer niet.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.