nederland

Hoe Nederland in veertig jaar een immigratieland werd

Door Gertjan van Schoonhoven - 01 december 2014

In het najaar van 2014 telt Nederland 3,5 miljoen inwoners van buitenlandse komaf: 2 miljoen van niet-westerse herkomst, de rest uit westerse landen. Hoe werd Nederland een immigratieland?

Het is najaar 2014 en immigratieland Nederland staat op z’n kop. Niet voor het eerst en vast ook niet voor het laatst. De oogst van een nazomer.

De leider van een van de grootste fracties in de Tweede Kamer opent tijdens het Kamerdebat over de begroting voor 2015 weer eens de aanval op de Nederlandse moslimgemeenschap, en doet dat in bewoordingen die tien, laat staan twintig of dertig jaar geleden tot een schokgolf door het land zouden hebben geleid.

Nu is het al bijna politieke folklore – de afkeurende reacties van de premier en andere politiek leiders incluis. Toch blijft het opmerkelijk; decennialang meed Den Haag de immigratiekwestie als de pest. Nu gaan zelfs de Algemene Politieke Beschouwingen erover.

Typisch Nederland: altijd van het ene uiterste naar het andere.

Bevrijden

In Den Haag, stad van de vrede en het internationale recht, is de grotendeels door islamitische immigranten bewoonde Schilderswijk een belegerde veste. Enerzijds radicale moslimjongeren die het koppensnellerskalifaat van IS in Irak en Syrië een heel goed idee vinden. Anderzijds nationalistische witte actiegroepen die de Schilderswijk willen ‘bevrijden’.

Tientallen Nederlandse moslims en bekeerlingen uit gezellige plaatsjes als Delft, Huizen en Hilversum hebben zich metterdaad aangesloten bij de koppensnellers in Irak en Syrië – om daar vervolgens aan flarden te worden geschoten door Nederlandse straaljagers. De impact van de transnationale jihad op de nationale gemoedsrust is groot. Militairen mogen uit voorzorg niet meer in uniform over straat.

Vooralsnog minder bloeddorstig, maar toch goed voor veel lawaai, is het jaarlijkse Nationale Zwarte Piet-debat. Een nieuwe generatie Surinamers en Antillianen, vaak aan de Noordzee geboren, is het neerbuigende stereotype van Zwarte Piet zat. Witte Nederlanders die Piet zo zwart mogelijk willen houden, worden voor racist uitgemaakt – het kan verkeren.

Tjokvol

Dan is er nog de staatssecretaris van Justitie die boven het kabaal probeert uit te komen om duidelijk te maken dat de instroom van nieuwe groepen asielzoekers Nederland over de voeten loopt. Kwamen ze nog niet zo lang geleden bij duizenden uit roerig Eritrea, nu komen ze opeens bij duizenden uit het niet minder roerige Syrië. De opvang zit tjokvol.

Waar de staatssecretaris deze groepen nu weer moet bergen? Niet onterecht zegt hij dat Nederland deze mensen in nood moet helpen; hun land ligt in puin. Maar met wie zit de bestaande opvang dan vol? Niet-noodgevallen? Het asielapparaat is blijkbaar zo vastgelopen dat er voor zijn belangrijkste bestaansreden – humanitaire nood lenigen – geen ruimte meer is. De omgekeerde wereld.

Gastarbeiders

Hoe zijn we in dit land beland? Hoe is Nederland een immigratieland geworden en hoe heeft dat uitgepakt? In het najaar van 2014 telt Nederland 3,5 miljoen inwoners van buitenlandse komaf: 2 miljoen van niet-westerse herkomst (iets meer dan Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij elkaar), de rest uit westerse landen.

Hoe kon iets wat was bedoeld als tijdelijk, het rekruteren van goedkope gastarbeiders voor industrieën die, achteraf gezien, op het punt van omvallen stonden, zo’n permanent stempel op het land drukken?

Over die vraag gaat Enkele reis Nederland.

Wijsheid

Het boek wil aan de hand van artikelen uit Elsevier van de afgelopen veertig jaar laten zien hoe die metamorfose zich voltrok en tot welke kwesties en debatten dat leidde. De artikelen staan op een enkele uitzondering na in chronologische volgorde om redenen van transparantie: zo kwam het immigratievraagstuk in de loop van decennia in het blad terecht. De wijsheid van toen, geen wijsheid achteraf. Welke conclusie kun je eruit trekken?

Vooral een cynische, eigenlijk. In het debat over immigratie zat in veertig jaar meer variatie dan in de immigratie zelf. Die ging gestaag door, of het debat nou non-existent was, omfloerst, vergoelijkend of juist verhit. Eén van de artikelen in Enkele reis Nederland, ‘Woonstop aan de Maas’, laat in retrospectief zien dat al begin jaren zeventig de immigratie was gedoemd onbeheersbaar te worden.

Pogingen van de Rotterdamse PvdA om de immigratie, die de stad overviel en tot grote spanningen leidde, in banen te leiden met quota en spreiding, bleken taboe in Den Haag. Mocht niet van God en mocht niet van Europa. Zo is het gebleven. Pogingen om te komen tot iets als een nuchter, pragmatisch, selectief immigratiebeleid ketsten altijd af op ethische en verdragsrechtelijke argumenten. Mag niet, kan niet.

Kritiek

Het debat over de immigratiekwestie kent meer variatie. Ruwweg kun je vijf fasen onderscheiden: de fase van het ontkennen (jaren zeventig), van het goedpraten (jaren tachtig), van het bestrijden van kritiek (jaren negentig); de fase dat de ‘etnische Nederlander’ hardop zei wat hij ervan vond en aldus ging stemmen (de eerste tien jaren van de 21ste eeuw) en de fase dat jongere generaties immigranten, of hier geboren immigrantenkinderen, óók nadrukkelijk hun stem lieten horen.

In deze laatste fase zitten we nu: de Zwarte Piet-discussie en ook het rumoer dat sommige jonge moslims maken, zijn er de tekenen van. Het rumoer komt van immigrantenkinderen die definitief geen ‘gasten’ meer zijn, maar burgers van dit land, steeds vaker hier geboren en opgegroeid, die ook als zodanig willen worden gehoord en behandeld.

Dat dit de nodige spanning oplevert – en in het geval van de radicale moslims zelfs een heel onaangename dreiging – hoeft geen betoog.

Verschil

Wijlen socioloog Jacques van Doorn schreef twintig jaar geleden al: in multi-etnisch Nederland leven dezelfde onderlinge spanningen tussen de bevolkingsgroepen als in het multi-etnische, multireligieuze Nederlands-Indië van weleer. Dat was twintig jaar geleden waar, het is nu waar en over twintig jaar nog steeds.

Een ander land wordt Nederland niet meer. Ongetwijfeld zal het vaak betrekkelijk rustig zijn in dat land. Maar ongetwijfeld ook, zal dat land om de zoveel tijd op tilt slaan over kwesties die zijn terug te voeren op die fundamenteelste eigenschap van de multi-etnische samenleving: het onderlinge verschil.

Het is zinloos om van dit gegeven weg te kijken, wat iedere politicus doet die laf zegt dat ‘de multiculturele samenleving mislukt is’. Net zo zinloos is het om te doen of er nog een heel ander Nederland in het verschiet ligt: het Beloofde Land van het mono-etnische Nederland van de jaren vijftig.

Dat doet iedere politicus die pleit voor minder, minder, minder Marokkanen. Beide type politici zijn in gelijke mate valse profeten. Immigratieland Nederland is een feit en here to stay.

Kleurrijk

In Enkele reis Nederland gaat het, eerlijk is eerlijk, vooral over de problematische kanten van dat land. Daarmee kijkt het enigszins door een rietje. Immigratieland Nederland heeft ook niet- of minder problematische kanten, heel veel heel alledaagse aardige kanten ook. En vooruit, ook veel ‘kleurrijke’ kanten – een van die vele woorden die je na veertig jaar immigratiedebat niet meer kunt horen.

Als inwoner van Rotterdam is mijn postbode immigrant, mijn visboer, pizzakoerier en krantenjongen ook. Dito mijn slager, bloemist en vaak ook de man of vrouw die mijn ov-chipkaart controleert, de chef in mijn favoriete restaurant, mijn mondhygiëniste en ziekenhuispersoneel dat mijn kinderen ter wereld bracht.

Sommige van mijn favoriete voetballers, schrijvers en musici zijn immigrant. De jongen die in de kruipruimte kruipt om mijn cv te repareren, heet Mo, de jongen die mijn fiets repareert ook. Wat zeg ik? Mijn burgemeester is een immigrant!

Verleidelijk

Maar als het boek iets duidelijk maakt, dan is het wel dat zulke waarnemingen ook weer niet het enige kompas kunnen zijn. De verleiding is groot en menselijk om alleen naar de dingen te kijken die goed gaan, omdat je die nu eenmaal graag ziet. Het andere uiterste – alleen de slechte dingen zien – is even verleidelijk en menselijk.

Ook dat is niet goed, want het is niet alleen onterecht, het is ook onheus en ontmoedigend jegens de immigranten en hun kinderen die er wat van willen maken in Nederland. Die wat van immigratieland Nederland willen maken.

Dat laatste zal ook wel moeten. Enkele reis Nederland omvat veertig jaar artikelen over de immigratiekwestie, maar daarmee is niet gezegd dat die kwestie is afgerond. Het is een feit dat Nederland een immigratieland is geworden. Maar dat dit land klaar is, kan niemand met droge ogen beweren.

Máák er wat van, allemaal.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.