nederland

Hoge Raad wijst bezwaar Bouterse tegen drugsvonnis af: waarom?

Door Elif Isitman - 13 januari 2015

De Hoge Raad heeft het herzieningsverzoek van de Surinaamse president Desi Bouterse afgewezen. Hij maakte in mei vorig jaar bezwaar tegen zijn veroordeling voor drugssmokkel.

Die afwijzing kwam dinsdag.

De omstreden Surinaamse president werd in 1999 door het gerechtshof in Den Haag veroordeeld tot elf jaar cel voor zijn betrokkenheid bij de smokkel van 474 kilo cocaïne van Suriname naar Stellendam in 1997. Hij werd ook aangeklaagd voor onder meer drugstransporten, maar er was volgens de rechtbank te weinig bewijs dat hij daarbij betrokken was. Ook was er toen onvoldoende bewijs dat Bouterse leiding gaf aan het zogenoemde Suri-kartel. Politie en justitie achtten deze criminele organisatie verantwoordelijk voor de cocaïnesmokkel van Suriname naar Nederland. In hoger beroep werd de straf verlaagd tot elf jaar.

Bouterse werd door Suriname niet uitgeleverd aan Nederland en heeft hierom zijn straf nooit uitgezeten. Hij kan worden gearresteerd in landen die een uitleveringsverdrag hebben met Nederland.

Strafvermindering

Bij een herzieningsverzoek moet worden toegelicht waarom een getuige terugkomt op eerdere verklaringen. Volgens de Hoge Raad is dat in dit geval niet gebeurd: ‘Daarom levert deze nieuwe verklaring geen grond op om aan te nemen dat de eerdere belastende verklaringen onjuist zijn,’ aldus de toelichting van de Raad.

De veroordeling van Bouterse beruste voornamelijk op verklaringen van de Belgische kroongetuige Patrick van L. Hij getuigde toentertijd tegen Bouterse in ruil voor strafvermindering en is inmiddels op zijn belastende verklaring teruggekomen.

Inez Weski, de advocaat van Bouterse, stelde in het herzieningsverzoek dat de veroordeling was gebaseerd op ‘onbetrouwbaar onderzoeksmateriaal’. Ook twijfelde zij aan de integriteit van het politieonderzoek. Volgens de Hoge Raad zijn deze aannames ‘niet gemotiveerd’.

‘Politieke lading’

Het besluit is volgens Weski ‘niet te rijmen met de inhoud van het verzoek’. Volgens de strafpleiter zijn ze in het verzoek ‘uitgebreid ingegaan op de reden waarom de kroongetuige nu wel openheid van zaken heeft gegeven.’ Ook is er volgens haar nieuwe informatie gegeven die ondersteunt dat er valsheden in het onderzoek zijn gegeven. Zij vreest daarmee dat haar cliënt met het besluit ‘geen recht wordt gegund’. Zij gaat nu met Bouterse bespreken hoe ze dit verder aan gaan pakken.

Irvin Kanhai, de Surinaamse advocaat van de president vindt dat de uitkomst van deze zaak onderstreept dat er een politieke lading aan zit. Hij overweegt daarom het hele dossier openbaar te maken. Dit moet hij echter naar eigen zeggen nog wel met Bouterse zelf bespreken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.