nederland

Haagse logica: zeven politieke doodzonden

Door Eric Vrijsen - 11 maart 2015

Buitenstaanders begrijpen er niks van dat minister Ivo Opstelten (en met hem staatssecretaris Fred Teeven) opstapte. Wat had hij eigenlijk misdaan? Maar politiek Den Haag kent zijn eigen logica. Elsevier formuleert zeven politieke doodzonden.

Politici struikelen zelden over de hoofdlijnen van het beleid. Of over grote bedragen. Bijna altijd gaat het – net als bij de VVD-bewindslieden Ivo Opstelten en Fred Teeven – om een akkefietje. Een venijnig detail uit het verleden blijkt opeens een politieke doodzonde. Wat is dat eigenlijk, een vertrouwensbreuk tussen bewindsman en parlement?

Eerst de cijfers. Sinds 1946 traden 30 kabinetten aan met in totaal 797 ministers en staatssecretarissen. Van hen traden er 113 voortijdig af. In 59 gevallen omdat ze een andere baan kregen. In 20 gevallen om persoonlijke redenen. In 17 gevallen was er een intern conflict in de ministerraad, de coalitie of de eigen partij die de bewindsman of -vrouw tot aftreden noopte. Eveneens in 17 gevallen moest de minister of staatssecretaris weg omdat het overduidelijk ontbrak aan vertrouwen in het parlement.

Voor de laatste drie kabinetten – Balkenende IV, Rutte I en II – zijn de cijfers als volgt. In totaal 75 bewindslieden, van wie er 10 tussentijds werden vervangen. Vier van hen kregen een baan elders; drie bewindslieden moesten weg na een intern conflict.

Toen na de onthulling van Nieuwsuur een ultieme zoekpoging een schermprint van oude betaalgegevens opleverde, was er voor Opstelten geen redden meer aan. De bewindsman moest toegeven dat er onder zijn verantwoordelijkheid veel te lang onduidelijkheid had bestaan over de omvang van de deal. Maandagavond 9 maart maakte de minister in een live uitgezonden persconferentie bekend dat hij zijn ontslag had ingediend. Ook voor staatssecretaris Fred Teeven was het over en uit.

Minister Ella Vogelaar (PvdA) voor Wonen en Integratie werd er door PvdA-vicepremier Wouter Bos in 2008 uitgebonjourd. Staatssecretaris Jack de Vries (CDA) van Defensie kon niet verder, toen uitlekte dat hij een relatie had met zijn militaire assistente. Staatssecretaris Co Verdaas (PvdA) van Economische Zaken moest in 2012 het veld ruimen wegens onterechte declaraties in zijn tijd als gedeputeerde in Gelderland.

Als het om aftreden gaat, is de politiek tamelijk ondoorgrondelijk. Ivo Opstelten moest weg omdat hij een betaling van veertien jaar geleden niet snel genoeg kon terugvinden in de afgedankte computersystemen van zijn departement. Maar PvdA-collega Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken suggereerde een jaar geleden dat Amerikaanse spionnen de gegevens van 1,8 miljoen telefoongesprekken hadden gestolen.

Hij moest later toegeven dat zijn eigen Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de gegevens stilletjes aan de Amerikaanse collega’s had verstrekt, en kwam ermee weg.

Zo bezien is de politiek inconsequent en oneerlijk. Toch zijn de regels voor politieke doodzonden tamelijk constant.

1 Kan de Kamer niet van je op aan, dan hang je

Dit is de absolute grondregel in de democratie. Parlementaire controle is onmogelijk als ministers de volksvertegenwoordiging informeren naar gelang het hun uitkomt. Wat een minister zegt, moet gewoon kloppen. Dit is geen sinecure, want er gaan dagelijks stapels documenten van de departementen naar de Tweede en Eerste Kamer.

De bewindslieden zelf zitten een paar dagdelen per week in de Kamer dingen uit te leggen. Als minister of staatssecretaris kun je daarop later tot in detail worden aangesproken. Sterker, je draagt zelfs de verantwoordelijkheid voor de gegevens die jouw voorgangers naar de Kamer stuurden. Een minister mag niks verzwijgen. Hij moet de volle waarheid spreken – op één belangrijke uitzondering na. In het belang van de staat mag, nee móet je informatie verbergen.

Maar gegevens uit gecompliceerde onderhandelingen die je uit oogpunt van staatsbelang níet met de Kamer deelde, kunnen opeens ter tafel komen. Dit overkwam in 1983 VVD-minister Gijs van Aardenne van Economische Zaken. Hij poogde de scheepsbouw te redden, maar het was een bodemloze put. Een enquêtecommissie vond zijn informatieoverdracht aan het parlement ‘onaanvaardbaar’. Van Aardenne bleef zitten als ‘aangeschoten wild.’

Het omgekeerde gebeurt ook. De afgelopen weken kwam een maalstroom op gang van politici die één voor één aftreden. Media maakten eerst jacht op VVD-Kamerlid Mark Verheijen. Want waarom zijn vroegere kompaan Jos van Rey – in 2012 afgetreden als Eerste Kamerlid – wél en Verheijen niet? Vervolgens kregen de media PVV-senator Marjolein Faber in het vizier. Opeens trokken Opstelten en Teeven alle vuur.

2 Belangenverstrengeling

Albert-Jan Evenhuis (VVD) was als staatssecretaris Midden- en Kleinbedrijf (1985-1989) nogal onbekend. Hij deelde subsidies uit aan kleine ondernemingen, waaronder Giethoorn Beheer BV. Dat was een bedrijf van zijn zwager en achterbuurman. Evenhuis maakte daar geen geheim van, maar hij verzweeg dat hij het bedrijf ook zelf flink geld had geleend. Waardoor hij indirect profiteerde van de subsidies. Toen het uitkwam, zette de VVD hem onmiddellijk aan de kant: belangenverstrengeling.

Tien jaar later had Annemarie Jorritsma (VVD) als burgemeester van Almere ook zoiets. Ze had te innige contacten gehad met bouwbedrijf Koop Tjuchem. Ingewikkeld verhaal. Ze overleefde, ook omdat ze als burgemeester goed aan de weg timmerde.

Van Gerd Leers (CDA) als burgemeester van Maastricht (2000-2010) kon eigenlijk hetzelfde worden gezegd. Populair in de stad. Maar hij had ook een vakantievilla gekocht in Bulgarije, waar ze hem nogal beduvelden. De burgemeester legde contacten met plaatselijke autoriteiten om via hen zijn belangen te regelen. Eerst kwam Leers ermee weg. Maar de voorvalletjes uit deze zaak bleven aanhouden. Er kwam een onderzoek: niet onwettig, wel in strijd met de gedragscode. Exit Leers.

Maar… zo gaat het niet altijd. Als ze je niet kunnen missen, kun je belangenverstrengeling overleven. De publiciteit is een monster dat altijd zoekt naar de zwakste plek. Wie heel sterk staat, kan veel hebben. In de politiek is niets zo succesvol als succes zelf. Premier Ruud Lubbers (CDA) bezocht in 1984 Kuweit en probeerde daar ook een zaak van zijn familiebedrijf Hollandia Kloos te regelen. Iets met een onbetaalde rekening voor een vliegtuighangar. Het hielp niet.

In 1989 schreef premier Lubbers aan de regering in Kuweit dat hij de diplomatieke betrekkingen had bevroren. Typisch geval van belangenverstrengeling. Met een fileermesje begon oppositiepartij PvdA de kwestie uit te benen. Maar Lubbers was populair en het CDA steunde hem voluit door te spreken over ‘Actie beschadiging lijsttrekker CDA’. Lubbers overleefde een kwestie die veel anderen fataal zou zijn geworden.

3 Te diep door het stof gaan of juist helemaal niet

Om een affaire te overleven, moet je in de Kamer spijt betuigen en beterschap beloven. In 2013 bleken Bulgaren massaal te frauderen met fiscale toelages. De Kamer reageerde boos, want staatssecretaris Frans Weekers (VVD) van Financiën had het laten versloffen. Hij besloot dat hij de zorg-, huur- en kindertoeslag voortaan naar één banknummer zou overmaken. Opeens bleven tienduizenden Nederlanders van hun toeslagen verstoken. Belastingtelefoon overbelast. Ombudsman verbolgen.

Kamer ziedend. In het debat, januari 2014, stond Weekers zich zo uitgebreid te verontschuldigen, dat het duidelijk was dat hij het niet meer aankon. Hij hield de eer aan zichzelf.

Robin Linschoten, VVD-staatssecretaris van Sociale Zaken tussen 1994 en 1996, was uit ander hout gesneden. Wegens een uitvoeringskwestie met de Ziektewet tikte een parlementaire onderzoekscommissie hem op de vingers. Linschoten ging in de tegenaanval: ‘Ik heb de Kamer naar eer en geweten geïnformeerd. Ik duld niet dat er ook maar één millimeter getwijfeld wordt aan mijn geloofwaardigheid.’ Hij eiste volledige rehabilitatie, maar kreeg een motie van wantrouwen. Einde politieke carrière.

Wie het goed lijkt te hebben aangepakt, is Ronald Plasterk (PvdA). Hij had in die spionagekwestie een ronduit zwak verhaal. Maar hij vertolkte het subliem en daardoor leek hij zijn departement toch onder controle te hebben. Plasterk trok het boetekleed aan. ‘Het was beslist zeer onverstandig. Ik bied mijn excuses aan.’ Had hij dan niet veel eerder moeten melden dat hij fout zat? Toen trok de minister zijn trukendoos open: ‘Dat kon niet. Dat was operationele informatie.’ Het belang van de staat verzette zich tegen openbaarmaking. De voltallige oppositie kwam met een motie van wantrouwen, die de meerderheid van VVD en PvdA echter verwierp. Formeel komt een minister dan versterkt uit de strijd: expliciete steun van het parlement.

Maar publicitair is het toch beschadigend en als minister weet je: dit was eens maar nooit weer. Recidive wordt je in Den Haag zwaar aangerekend.

4 Vroegere decadentie, opschepperij en leugentjes

PvdA-staatssecretaris Co Verdaas en VVD-Kamerlid Mark Verheijen traden af wegens bonnetjes uit een eerdere periode als gedeputeerde. Rommelen met declaraties is onvergeeflijk. Vergissen kan, maar je mag de schijn niet tegen hebben. Niet zozeer de omvang van de bedragen telt, maar de stijl en de decadentie die eruit spreken.

Tekenend is het geval van PvdA’er Bram Peper, die als burgemeester van Rotterdam (1982-1998) groots en meeslepend leefde en declareerde. Toen hij eenmaal minister van Binnenlandse Zaken was, begonnen media die declaraties op te rakelen. Peper eiste schadevergoedingen, die hij – dat dan weer wel! – ten goede zou laten komen aan de nijlpaarden en olifanten in het ‘dikhuidenverblijf’ van diergaarde Blijdorp. Geestig.

In 2000 trad Peper af. Niet uit schuldbesef, maar omdat hij zich als ambteloos burger makkelijker kon verdedigen in strafrechtelijke procedures dan als minister. Uiteindelijk werd Peper wegens een fout van een accountant vrijgesproken.

Aantredende bewindslieden willen hun cv nog weleens oppoetsen en dat kan fataal uitpakken. Klassiek is Charles Schwietert (VVD), kortstondig staatssecretaris van Defensie. Hij deed zich ten onrechte voor als doctorandus en voormalig dienstplichtig officier. Binnen een paar dagen was hij weg.

Philomena Bijlhout, LPF-staatssecretaris voor Emancipatie in 2002, moest al na een paar uurtjes vertrekken. Ze had gezegd dat ze in Suriname na de Decembermoorden van 1982 geen banden meer had met Desi Bouterse, maar er dook een foto op uit 1983: gekleed in het uniform van een militie.

5 Ambtelijke fouten én eigen beoordelingsfouten

Een minister is aanspreekbaar op alles wat zijn duizenden ambtenaren uitspoken. Maar je kunt iemand niet ontslaan voor iets wat hij gewoon niet kon weten. Toch leeft die gedachte sterk: de Carrington-doctrine.

Lord Carrington was minister van Buitenlandse Zaken in het Verenigd Koninkrijk toen in 1982 de Argentijnen de Falkland-eilanden inpikten. Een bloedige zeeslag volgde. Carrington stelde zichzelf op als zondebok. Iemand moest de schuld krijgen. In Nederland wordt Carrington vaak ten voorbeeld gesteld, maar in praktijk treden nooit bewindslieden af wegens puur ambtelijke fouten. Er is altijd een verband met beoordelingsfouten door de politicus zelf, vooral bij het informeren van het parlement. Uitzondering: het aftreden van Piet Hein Donner (CDA) en Sybilla Dekker (VVD) wegens de Schipholbrand in 2005.

6 Er zijn doden gevallen

Donner en Dekker konden als ministers niet in de gaten houden of de bouwvergunning voor het detentiecentrum op Schiphol wel klopte. Of er voldoende rookmelders aan de plafonds hingen. Maar de Onderzoeksraad Voor Veiligheid kwam met een rapport vol ambtelijke onvolkomenheden en een schokkende animatiefilm van de brand. Er vielen elf doden. Bovendien waren er verkiezingen in aantocht. Donner en Dekker traden af.

7 Je vergist je in tijd en plaats

Politici moeten weten in welke tijd ze leven. Dat bepaalt wat wel en wat niet mag. Klassiek is het voorbeeld van Loek Duyn. Hij was een Noord-Hollandse veehouder en kwam in 1986 voor het CDA in de Kamer. Zijn televisiedebuut was verpletterend. Een cameraploeg van de NOS volgde hem toen Duyn een koe hielp bij het kalven.

Daarbij gebruikte hij een geboortekrik, die toen al was verboden wegens dierenleed. Duyn overleefde de affaire, maar werd een jaar later door de politie aangehouden wegens rijden onder invloed. Weer een jaar later kreeg hij opnieuw een fikse boete. Hij parkeerde zijn auto op een invalideparkeerplaats.

Ruud Lubbers, de absolute teflonman van Den Haag, moest in 2005 weg als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen in Genève wegens ‘ongewenste seksuele intimiteiten’. Of hij nu een Amerikaanse medewerkster ter bemoediging een hand op de schouder had gelegd, dan wel of er meer aan de hand was, werd nooit precies duidelijk. Waar Lubbers zich in elk geval in vergiste, was het verschil tussen de Nederlandse en de Amerikaanse cultuur. Wat in Nederland een soort compliment was, kwam in Genève bijna neer op aanranding.

Ook Opstelten is het slachtoffer van een vergissing in de politieke cultuur. In het vorige kabinet kwam hij overal mee weg door zijn zware basstem op te zetten en mede te delen dat hij de zaak zou aanpakken. Opeens stonden de sterren anders. Opstelten onderschatte volledig hoelang de Kamer hem zou blijven lastigvallen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.