nederland

Hoe drankrijders de afgelopen jaren extra zwaar werden gestraft

Door Servaas van der Laan - 03 maart 2015

Zelfs de zwaarste criminelen mogen in Nederland maar één keer voor hetzelfde vergrijp worden gestraft. Maar voor bestuurders met een borrel op maakte de overheid de afgelopen jaren een uitzondering.

Minister Melanie Schultz (VVD) van Infrastructuur en Milieu trapte eind vorig jaar al op de rem: vanwege ‘kritische vragen’ van de Raad van State adviseerde zij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) tijdelijk geen alcoholslotprogramma’s op te leggen.

Twee straffem

Die kritische vragen kwamen vlak nadat het gerechtshof in Den Haag had bepaald dat het opleggen van een alcoholslotprogramma zo’n zware maatregel is dat het kan worden beschouwd als een strafrechtelijke maatregel. Een automobilist naast het alcoholslot ook nog eens strafrechtelijk vervolgen mag volgens het ‘ne bis in idem-principe’ dus niet.

Dinsdag kwam daar nog eens de uitspraak van de Hoge Raad overheen. De hoogste rechter van Nederland oordeelde eveneens dat een dubbele straf voor drankrijders niet toelaatbaar is. Daarmee lijkt de overheid buiten het boekje te zijn gegaan met het alcoholslotprogramma.

Starre toepassing

De kritiek op het alcoholslotprogramma is niet alleen juridisch van aard. De kritische vragen van de Raad van State waren vooral ook gericht op de starre toepassing van het programma. Het CBR kijkt immers alleen naar de cijfers:  Wie een promilage blaast van tussen de 1,3 en 1,8, of meer dan 1 bij beginnende bestuurders, krijgt sowieso een alcoholslot ingebouwd of een rijontzegging van vijf jaar. Ook als het de eerste keer is. En dat terwijl de maatregel aanvankelijk was bedoeld voor notoire drankrijders.

Het CBR kijkt daarbij ook niet naar de achtergrond van de bestuurder. Wie bijvoorbeeld beroepsmatig in meerdere auto’s moet rijden, raakt door het alcoholslotprogramma zijn baan kwijt. Zo raakte een vrachtwagenchauffeur in diepe schulden omdat hij het slot niet kon betalen en daarom vijf jaar zijn rijbewijs kwijt was. De maatregel treft de één dus veel harder dan de ander. En dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel, vindt ook de Raad van State. De toepassing van de maatregel werd om die reden vorig jaar provisorisch aangepast.

Nog meer zorgen

En dan zijn er nog de zorgen over de monopoliepositie van het bedrijf dat als enige het alcoholslot van het CBR mag inbouwen. De hoge kosten (tot wel 5.000 euro) zouden wellicht omlaag kunnen gaan als ook andere bedrijven het slot zouden mogen leveren. Ervaringsdeskundigen klagen bovendien over de werking van het apparaat. Doordat het tijdens het rijden willekeurig om een blaastest vraagt, kan de verkeersveiligheid in gevaar komen.

Bovendien zou het apparaat ook aanslaan op eten en drinken waarin helemaal geen alcohol zit verwerkt. Tenslotte kan geen enkel onderzoek bewijzen dat het alcoholslot bijdraagt aan het verminderen van alcoholgerelateerde verkeersdoden. De echt notoire drankrijders weten het slot immers toch wel te omzeilen.

Massaclaim

De Stichting CBR Claim wil namens alle gedupeerde automobilisten een massaclaim indienen bij het CBR. De stichting vindt dat de overheid de kosten voor het alcoholslot aan deze personen moet terugbetalen.

Minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) wil nog niet reageren. Hij wacht eerst het oordeel van de Raad van State af dat woensdag komt. Ook het CBR weigert op de zaak in te gaan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.