nederland

Moestuin oubollig? ‘Groenten verbouwen is echt iets magisch’

Door Liesbeth Wytzes - 27 maart 2015

Tot zijn verbazing heeft Jelle Medema (21) opeens een succesbedrijf: De makkelijke moestuin. Een ontmoeting met de man die heel Nederland aan het moestuinieren krijgt.

Als je naar het noorden rijdt, door, door, door, tot je denkt dat je bijna het einde van de wereld hebt bereikt – dan ben je in Den Andel, in Noord-Groningen, een dorp van vijfhonderd mensen. Daar, tegenover het prachtige romano-gotische kerkje uit de dertiende eeuw, met losstaande toren, en naast de dodenakker met scheefgezakte zerken, bevindt zich het zenuwcentrum van De makkelijke moestuin.

Dat is het ouderlijk huis van Jelle Medema, waar hij met zijn moeder Saskia Naber en beste vriend Robbin de Weerdt een eigen bedrijf heeft: De makkelijke moestuin. In de tuin een aantal bakken: makkelijke moestuinen. Er is nog niet veel te zien, het is te koud.

Medema woont tegenwoordig in de stad Groningen. Begrijpelijk, want hoe mooi Den Andel (‘Naandel’, zeggen Groningers) ook is, het is er ook zeer stil. Te stil voor iemand van net 21.

Moestuinieren

Jelle Medema – slordig bruin haar en nog wat pukkeltjes – is relaxed, spraakzaam, opgewekt en bescheiden. Er zullen niet veel leeftijdsgenoten zijn met een eigen bedrijf en een grote hartstocht voor moestuinieren.

‘Op school zeiden ze: “Jelle, waar ben je mee bezig?” Ik was sowieso niet de meest standaardleerling op school, in Winsum. Ik was een skateboarder, en dat was daar echt not done. We waren met een groepje en hoorden er echt niet bij. Niet dat we losers waren. Meer de outcasts. Iedereen zat op voetbal en wij skateboarden. Maar mijn skateboardvrienden vonden het ook raar dat ik een moestuin had.’ Hij merkt het nog steeds, als hij uitgaat. Oudere mensen vinden het leuk, maar onder de twintig verklaren ze hem voor gek. Voor die mensen heeft een moestuin iets oubolligs, iets voor bejaarden.

Die snappen het nog niet. ‘Ze zeggen: “Waarom neem je geen gewone baan? Wat dóe je de hele dag, zit je bieten te oogsten?” Maar ik vind het heel erg leuk.’ Medema is typisch voor de grote trend van terug naar de natuur, de behoefte aan gezond, ‘eerlijk’ eten. Wat is er dan beter dan groenten die je zelf hebt gekweekt?

Medema’s ouderlijk huis staat midden in een boomgaard, met kersenbomen en perenbomen. Zijn ouders – nu met de vut – werkten allebei als purser bij KLM en vlogen de hele wereld over. ‘En ze zijn gaan wonen in… Den Andel.’ Hij spreekt de plaatsnaam met lichte verbijstering uit.

‘Ik heb een oudere broer en we groeiden op met veel vliegen en leuke reizen. En dan kwamen we weer terug in the middle of nowhere. Maar ja, ik zou niet zeggen dat we echte plattelandsjongens zijn. Over het algemeen zijn de mensen hier in de buurt wat anders. Heel veel komen nooit buiten de provincie Groningen, en dan heb je toch een iets ander wereldbeeld.’

Hij vindt het platteland mooi, maar ziet zichzelf toch als stadsmens. ‘Toen ik 15, 16 was, ging ik al op stap in de stad. Maar ik vind het ook cool op het platteland, ik vind het fijn om in een auto rond te rijden waar helemaal niks is.’

Moestuin

Toen Jelle 8 was, dacht zijn moeder dat een moestuin wel leuk zou zijn. ‘Ze wilde een echte traditionele moestuin, ze had gehoord dat de Groninger klei heel goed was. En ik dacht: dat wil ik ook wel proberen. Het leek me heel bijzonder dat je uit een zaadje een hele plant kon laten komen. Dat vinden meer kinderen van die leeftijd wel interessant. Maar dat werd een groot drama. Ik heb het denk ik drie weekjes gedaan, en het was allemaal onkruid. Het was echt huilen. Ik moest elke dag onkruid wieden en mijn plantjes gingen dood. Dat was niks. Mijn moeder is er later ook mee opgehouden, het was te veel werk naast haar drukke baan.’

Zes jaar later kwam zijn moeder terug van een reis naar Amerika met een boek, Square Foot Gardening, van Mel Bartholomew.

‘Die man dacht: waarom is een moestuin zo veel werk en zo moeilijk, kan het niet wat makkelijker? Die had een systeem bedacht waaruit alle zware taken en klussen zijn weggesloopt. Ik las het en ik dacht niet zozeer: ik wil moestuinieren. Ik was 14. Ik dacht: als iets zo makkelijk kan zijn, waarom doet heel Nederland dan zo moeilijk over moestuinieren en waarom is het zo dat mensen echt het hele weekeinde met gebogen rug in een volkstuincomplex staan, als het ook makkelijk kan? Dat sprak me heel erg aan en ik ging het ook proberen. En toen kwam ik erachter dat zelfs ik, die geen kamerplant in leven kan houden, kon moestuinieren.

‘Ik heb Mel gevraagd of ik er een website over mocht maken en ben zelfs gecertificeerd Square Foot Gardening-trainer geworden.’ Met Bartholomew heeft Medema goed contact, met diens CEO minder. ‘Die eiste 10 procent van mijn omzet. Nou, dat kan helemaal niet. Echt achterlijk.’

Lui

Medema omschrijft zichzelf als iemand die het zichzelf liever niet moeilijk maakt, zeker op school, waar hij van de havo naar het vmbo ging. ‘Ik ben eigenlijk lui,’ zegt hij. ‘Ik zoek altijd naar de makkelijkste weg, de kortste weg. Dat werd me op school niet in dank afgenomen.’

Misschien is dat zo, maar het blijkt nergens uit. Medema is juist ondernemend. Want eenmaal bezig, raakte hij steeds meer in de ban van de moestuin en zo heeft hij in zes jaar tijd eigenlijk ongemerkt een eigen bedrijf opgezet. Laatst vroeg iemand hem naar zijn businessplan. Moest hij lachen, want dat heeft hij natuurlijk nooit gehad! Het bedrijf groeide eigenlijk net als de plantjes in zijn makkelijke moestuin: bijna vanzelf. Hij maakte een website, met hulp van zijn moeder, en binnen de kortste keren kreeg hij heel veel enthousiaste reacties.

‘En toen heb ik er echt een passie voor gekregen. Door alle hartverwarmende mails die ik kreeg. Het is allemaal door vragen van mensen gekomen. Eigenlijk weet ik nog steeds niets van planten.’

Dat lijkt een beetje overdreven. Hoe werkt die makkelijke moestuin? Simpel, inderdaad. In een houten bak leg je een stuk antiworteldoek, tegen onkruid. Daarbovenop komt een speciale aardemix die bestaat uit een deel turfmolm, een deel compost en een deel vermiculiet. Vermiculiet is een mineraal dat zo wordt behandeld dat het water goed vasthoudt. De aarde verdeel je in vakjes en in elk vakje zaai je iets anders.

‘Die mix doe je er één keer in, duurzamer kan het niet. Alleen de compost moet je aanvullen, dat is voedsel voor je plantjes en dat eten ze op.

‘Als je alles zo voorbereidt, de bak goed naar het licht richt en de planten erin zet van klein naar groot, zodat ze geen schaduw op elkaar werpen, hoef je vanaf dat moment alleen nog maar water te geven. Soms waait er een onkruidzaadje in, dat pluk je gewoon weg.’ Een volwassene kan het hele seizoen van zijn moestuin eten.

Op deze manier is een moestuin onderhouden een kwestie van vijf minuten per dag. ‘Echt bizar! In het begin had ik nog niet echt zoiets van, wauw, groenten verbouwen. Al is het wel echt iets magisch. Maar het was meer zo dat ik vond dat heel Nederland dit moest weten. Want je denkt dat je afhankelijk bent van de supermarkt en zo, en nu ineens blijkt: hé, ik zou zelf wel een tijdje kunnen overleven als de anarchie uitbreekt! En ik kan supergezond eten! Zelfs op die leeftijd vond ik dat geweldig. Het leuke is dat dit werkt. Ik kreeg gelijk al mails van mensen die hun hele leven een moestuin hadden gehad, maar te oud waren om die nog bij te houden. Met de makkelijke moestuin kan dat dus wel. En voor kinderen is het ook heel leuk om uit hun eigen tuintje te kunnen eten.’

Enthousiasme

Eerst deed hij de moestuin erbij, want hij zat nog op school. De website kreeg snel al veel bezoekers, er kwamen adverteerders, en binnen een jaar moest hij zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Zo breidde het bedrijfje uit, want mensen wilden niet alleen antwoord op hun vragen, maar vroegen ook om kant-en-klare aardemix, zakjes zaad, bakken.

Dat is nu allemaal te koop via de webshop. Maar je kunt ook alles zelf maken, daar heeft Medema geen enkel bezwaar tegen. Het gaat hem erom dat hij zijn enthousiasme voor de moestuin met zo veel mogelijk mensen kan delen.

Elke ochtend rijden Medema en De Weerdt de stad uit, naar Den Andel. Het assortiment zaden wordt tegenwoordig verstuurd vanuit een verzendhuis, want dat werd gewoon te veel. ‘We hebben die producten zelf ontwikkeld, maar we versturen ze niet meer zelf. Vorig jaar zaten we hier tot aan het plafond met de pakketjes, dat kon gewoon echt niet meer. En we willen er geen werknemers bij, dan raak je toch wat van je vrijheid kwijt.’

De eerste bak timmerde Jelle zelf, voor zijn inmiddels overleden opa. Maar ook dat is uitbesteed, aan een ambachtelijk timmerbedrijf uit de Biblebelt dat zo christelijk is dat ze niet in de krant willen. De vermiculiet komt van Pull in Rhenen, een grote fabriek in isolatiemateriaal.

Medema was een vroege leerling en ging van school toen hij vijftien was. Hij deed daarna een versnelde mbo-opleiding multimedia design.

‘Toen kreeg ik vrij snel een heel leuke baan bij een bedrijf in Groningen, een klein designbedrijf waar we allemaal apps maakten. Maar op een gegeven moment – ik was toen 19 – kon ik het er niet meer naast doen en moest ik kiezen. Toen ben ik fulltime doorgegaan met De makkelijke moestuin. En toen is mijn beste vriend er ook bij gekomen.’

Netwerken

Inmiddels bestaat er een netwerk van makkelijke moestuiniers door heel Nederland en er komen er elk jaar meer bij. Mensen kunnen een pallet makkelijke moestuinmix kopen, dan ben je een verkooppunt waar andere mensen hun zakken aarde kunnen ophalen. De zakken per post opsturen gaat niet: te zwaar en te duur. Er zijn 130 van die verkooppunten en daar ontstaan weer hele netwerken van vriendschappen en mensen die plantjes met elkaar ruilen.

‘We hebben vorig jaar iets van 35.000 zakken verkocht en dit jaar gaan we dat wel verdubbelen.’ Een zak bevat 40 liter aardemix en kost 10 euro. Een pallet bestaat uit 50 zakken en voor een bak van 120 bij 120 heb je 6 à 7 zakken aardemix nodig. Met bezorgkosten ben je alles bij elkaar maximaal 370 euro kwijt, en dan kun je jarenlang je eigen groenten eten.
‘In deze tijd is het heel erg druk, want as we speak rijden er vrachtwagens door Nederland met pallets moestuinmix en moestuinpakketten.’

De zaken gaan goed. Geld blijft in het bedrijf en Medema keert zichzelf elke maand 2.000 euro uit – niet slecht als je net
21 bent. Leeftijdsgenoten die hem eerst raar vonden, zijn nu allemaal jaloers.

Op dit moment zijn hij en De Weerdt bezig een instructiefilmpje op te nemen, want sommige mensen zíen liever hoe ze het moeten doen dan dat ze het lezen. Voor de laatste groep heeft Medema inmiddels een boek geschreven, dat uiteraard De makkelijke moestuin heet, en net zo vrolijk en toegankelijk is geschreven als Medema praat. Op het omslag zie je hem tussen de zonnebloemen en de bomen met een gitaar. Hij speelt namelijk in een rockbandje, Basket. Laatst hebben ze nog opgetreden in Simplon – ‘een heel leuk poppodium in Groningen’. Vorig jaar brachten ze een ep uit.

‘Die gitaar is dan mijn gereedschap. Je verwacht iemand met een schep of een hark, maar dit doe ik vaak in de moestuin. Even chillen, even zitten, en dan speel ik op die gitaar. Je ruikt de geuren, je ziet beestjes, de zon schijnt door de bladeren heen… Ik heb in de moestuin vaker de gitaar in mijn handen dan een schepje.’

Zaaikalender

Het boek is door een paar fases gegaan: eerst was het ‘een beetje knullig’, niet hardcover en print on demand. De laatste versie is een professioneel boek, met een uitneembare zaaikalender zodat je weet wat je wanneer het beste kunt zaaien. Inmiddels heeft Medema ook een boek gemaakt voor kinderen, Jelle’s tuinschrift, door hem zelf geïllustreerd.

Hij en Robbin kennen elkaar van school. Dat ging zo. ‘Robbin liep op een gegeven moment over het schoolplein en toen zong hij een liedje. Ik zei: “Whoa, jij hebt echt een goeie stem, laten we vanavond even jammen met de gitaar erbij.” En toen zei hij: “Nou, dat is goed.” En toen waren we in één keer beste vrienden.’

Voor het geld doet hij het niet. Dat is leuk, het geeft vrijheid. Hij wil graag veel van de wereld zien en dat kan als je wat geld hebt. ‘Ik hoef geen supermegabedrijf te hebben en ik heb totaal geen behoefte om rijk te worden en in een villa te wonen.’

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.