nederland

Waar gaan verkiezingen 18 maart echt over?

Door Carla Joosten - 05 maart 2015

Eerste Kamer, provincies, waterschappen. Er staat veel op het spel op woensdag 18 maart. Waarover gaat het echt? In zeventien vragen alles over de provincies, van opcenten en verrommelling tot vispassages.

1 Waar gaan de verkiezingen van woensdag 18 maart over?

Die dag worden de leden van de Provinciale Staten en de waterschappen gekozen. Indirect gaat het ook om de Eerste Kamer. De op 18 maart te kiezen 570 leden van Provinciale Staten kiezen op 26 mei de 75 leden van de Eerste Kamer.

2 Hoe zit het provinciebestuur in elkaar?

Provinciale Staten fungeren als parlement: ze zijn de volksvertegenwoordiging van de provincie en kiezen een dagelijks bestuur: Gedeputeerde Staten. Provinciale Staten bepalen het beleid van de provincie en controleren de uitvoerders van het beleid – Gedeputeerde Staten dus. Voorzitter van zowel Provinciale Staten als Gedeputeerde Staten is de commissaris van de Koning, die op voordracht van de Staten door de Kroon, ofwel de regering (Koning en ministers) wordt benoemd.

3 Waarmee houden de twaalf provincies zich bezig?

Met de inrichting van het landelijk gebied, de bereikbaarheid van de regio, met regionaal economisch beleid, cultuur en sport. Ze wijzen locaties aan voor bedrijfsterreinen, gaan over de aanleg van wegen en fietspaden, over het openbaar vervoer en over het waterbeheer. Provincies voeren ook landelijke wetten uit, zoals over de aanleg van nieuwe natuur, en zien toe op de naleving van milieuwetten voor lucht, bodem en water. De provincies houden ook toezicht op de gemeenten.

4 Hoe worden de provincies gefinancierd?

Ze krijgen voor de uitvoering van hun taken geld uit het provinciefonds van het Rijk. In 2015 krijgen ze samen 950 miljoen euro, ongeveer 56 euro per inwoner. De provincies krijgen niet evenveel, de rijksbijdrage hangt af van inwonertal en grootte. Over de besteding van het geld gaan de provincies zelf. Voor wegen en openbaar vervoer krijgen ze geld dat alleen voor dit doel is bestemd. Nog eens 1,5 miljard euro verdwijnt in de vorm van opcenten (een opslag op de wegenbelasting) in de schatkist van de twaalf provinciehuizen.

5 Is iedereen overtuigd van het nut van de provincie?

Al vele decennia doen politici pogingen om het landsbestuur aan te passen aan de veranderde tijd. Het nut van provincies – ook wel het middenbestuur genoemd – wordt vaak betwist. Ook het kabinet-Rutte II (VVD en PvdA) had plannen voor nieuwe landsdelen, maar die liggen alweer in de prullenbak. Het bouwwerk van Thorbecke is moeilijk te ontrafelen. Wel duiken geregeld nieuwe samenwerkingsverbanden op, zoals de metropoolregio Amsterdam, die van Den Haag-Rotterdam en die van Eindhoven.

6 Zijn de provincies misschien overbodig?

Dat verwijt krijgen ze vaak. De felste aanklacht kwam in 2007 van bestuurskundige Klaartje Peters, nu bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan Maastricht University, die niet de structuur maar de cultuur in provincies op de hak nam. Provinciebestuurders zouden te veel bezig zijn met het opblazen van hun ego’s en zich allerlei taken toe-eigenen. Daarop volgde weerwoord. Zo wees het Interprovinciaal Overleg erop dat provincies juist met hun streekplannen verrommeling van het landschap tegengaan.

Ook werd gewezen op de cruciale rol die de provincies in het verleden hebben gespeeld bij de elektrificatie van Nederland (zie vraag 8). Het debat over het bestaansrecht van de provincies is grotendeels verstomd. De crisis heeft ervoor gezorgd dat provincies hun aandacht voor de economie hebben vergroot. Ze proberen hun regio aantrekkelijker te maken voor bedrijven en werknemers en trachten innovatie te stimuleren. Samenwerking met universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen leidt tot de komst van de ene na de andere ‘campus’ in de provincie.

7 Dus de provincies zijn inmiddels onomstreden?

Integendeel. De schandaaltjes zijn niet van de lucht. De tijd dat commissarissen van (toen) de Koningin dikbetaalde bijbaantjes hadden, zoals Elsevier in 2005 onthulde, is voorbij. De mores werden na het schandaal erover strenger. Nu zijn het de financiën van de provincies die de aandacht trekken.

In Noord-Holland werd oud-gedeputeerde Ton Hooijmaijers (VVD) veroordeeld wegens corruptie, valsheid in geschrifte en witwassen. Hij had zich laten betalen door bedrijven die zaken wilden doen met de provincie. Het financieel beleid krijgt ook meer aandacht door de verplichting sinds 2005 dat de provincies een rekenkamer hebben die beleid en uitgaven controleert op doelmatigheid en doeltreffendheid.

Veel aandacht trokken de afgelopen jaren vooral de Statenleden die ruzie schopten of hun taak verzaakten. Vooral de PVV verloor het ene na het andere Statenlid. Van de 69 Statenleden die in 2011 voor de PVV aantraden, heeft de PVV er 38 over. De rest stapte op of splitste zich af. Zo verlieten in Friesland drie van de vier PVV’ers de fractie. In Noord-Holland verschenen twee Statenleden die zich beiden hadden teruggetrokken uit de PVV helemaal niet meer op vergaderingen, maar ze kregen wel betaald.

8 Hoe komen sommige provincies aan hun vermogen?

Door de verkoop van elektriciteitsbedrijven. Dat gebeurde de afgelopen jaren in Noord-Holland, Friesland, Groningen, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Die provincies hadden vanaf begin twintigste eeuw de elektrificatie op zich genomen. In andere landen gebeurde dat – veel trager – door nationale overheden. Al in 1939 hadden alle Nederlanders toegang tot het elektriciteitsnet en liep Nederland voor op andere Europese landen.

De verkoop van de bedrijven verklaart deels de actuele rijkdom van enkele provincies. Kampioen is Gelderland, dat sinds 2000 bijna 6,2 miljard euro verdiende aan Nuon (4,4 aan opbrengst van de verkoop en 1,8 aan dividend en rente). Daarmee heeft ze van alle provincies het meest verdiend aan haar energiebedrijf.

9 Waaraan besteden ze het geld?

In eerste instantie potten de provincies het geld op. Overijssel en Noord-Holland waren de eerste die in 2009 het geld gingen uitgeven, al snel volgden de andere. Doelen: energie en innovatie, maar ook fietspaden, restauratie van monumenten en veel vispassages. Noord-Brabant riep een Breedbandfonds, Groen Ontwikkelfonds (‘voor Brabantse natuur’) en Brabant C (cultuurfonds) in het leven.

Ook Limburg en Gelderland kwamen met tal van nieuwe steunregelingen. Waar subsidies in Den Haag worden afgebouwd, worden ze in de provincie geregeld weer in het leven geroepen.

Geld is macht, zo bleek, want het imago van de meeste provincies veranderde van ietwat tobberig orgaan in een machtig, want rijk bestuur. Het beeld rees van de provincie als pinautomaat. De Zuidelijke Rekenkamer kondigde eind vorig jaar al aan eens goed de tanden te zetten in onderzoek naar de besteding van de zogeheten Essentgelden. Dagbladen De Gelderlander en De Stentor berekenden dat Gelderland al 2,9 miljard heeft uitgegeven en Noord-Brabant 2,35 miljard.

10 Wie doen er mee aan de verkiezingen?

CDA, Democraten 66 (D66), PVV, GroenLinks, PvdA, 50PLUS, SP en VVD doen mee in alle provincies. De ChristenUnie ontbreekt alleen in Limburg. De SGP doet niet mee in Friesland, Groningen en Limburg. De Partij voor de Dieren ontbreekt alleen in Zeeland.

Andere deelnemers dingen in één of twee provincies naar zetels, zoals Jezus Leeft in Noord-Brabant, Flevoland, Utrecht en Zuid-Holland. In tien provincies hebben lokale partijen de krachten gebundeld in provinciale lijsten.

11 Over welke onderwerpen gaan de verkiezingen?

Hoewel de verkiezingen draaien om het bestuur van de provincies, zijn ze van landelijke betekenis omdat het ook getrapte verkiezingen voor de Eerste Kamer zijn en het kabinet nu al geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer (zie vraag 13).

De politieke leiders zullen zich daarom profileren met eigen thema’s en die zijn veelal landelijk: van de zorg en economie tot immigratie en radicale islam. De gaswinning in Groningen speelt niet alleen in die provincie een rol in de campagne, maar heeft haar weerslag in heel het land. Niet alleen wegens de gevolgen voor de schatkist van een eventuele vermindering of zelfs staken van die winning, maar ook omdat dit thema toont hoe ‘Den Haag’ met de provincies omspringt.

Een thema dat in meer provincies speelt, is de komst van windmolenparken. De plannen daartoe zijn in Den Haag gesmeed en stuiten op toenemende weerstand in de provincies. Zo vindt commissaris van de Koning in Drenthe Jacques Tichelaar (PvdA) het ‘onaanvaardbaar’ dat het kabinet vijftig windmolens in zijn provincie wil bouwen.

In de kustprovincies Zuid- en Noord-Holland zijn het VVD-wethouders die zich in toenemende mate verzetten tegen de windmolenparken die op zee zouden moeten komen. Los daarvan spelen in elke provincie lokale kwesties in min of meerdere mate een rol: van de aanleg van wegen tot openbaarvervoervoorzieningen.

12 Welke verkiezingen zijn er nog meer op 18 maart?

De waterschapsverkiezingen en de eilandsraadsverkiezingen. Sinds 2010 zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba als Caribisch Nederland onderdeel van Nederland en geldt voor verkiezingen op deze eilanden de Nederlandse Kieswet.

Bij de waterschapsverkiezingen worden de algemene besturen van 23 waterschappen gekozen. Het waterschapsbestuur lijkt op dat van een gemeente: een algemeen bestuur dat rechtstreeks door de kiezer wordt gekozen en dat op zijn beurt hoogheemraden kiest (zeg maar de wethouders van een gemeente). De dijkgraaf is vergelijkbaar met de burgemeester.

De 23 waterschappen doen het waterbeheer: dijken, schoon water, onderhoud van duinen en een goede stand van het grondwater. Ze heffen daartoe belastingen, die pakweg 2,6 miljard per jaar bedragen. Afhankelijk van het waterschap variëren die heffingen van 215 tot 440 euro per jaar.

13 Waarom zijn de provinciale verkiezingen van belang voor de landelijke politiek?

Omdat de leden van Provinciale Staten op 26 mei de leden van de Eerste Kamer – ook wel senaat – kiezen. De Eerste Kamer is een van de twee Kamers van de Staten-Generaal, bestaat uit 75 leden, behandelt alle wetsvoorstellen nadat die door de Tweede Kamer zijn aanvaard en moet die dan aannemen of verwerpen.

Het kabinet-Rutte II heeft nu al grote problemen om zijn voorstellen door de Eerste Kamer te krijgen, omdat de dertig zetels van regeringscoalitie VVD-PvdA te weinig zijn voor een meerderheid. Maar door de steun van de zogenoemde constructieve oppositie, de partijen in de Tweede Kamer die in ruil voor toezeggingen van het kabinet steun geven aan de hoofdlijnen van kabinetsbeleid (D66, ChristenUnie, SGP), kreeg het kabinet toch vaak steun voor voorstellen.

De kans is groot dat het na de verkiezingen ook met de steun van deze partijen geen meerderheid in de senaat haalt, waardoor het nog moeilijker wordt om wetsvoorstellen aanvaard te krijgen. Een dergelijke positie verzwakt het kabinet en brengt het mogelijk in gevaar.

14 Wat is de invloed van lokale partijen bij deze verkiezingen?

In bijna alle provincies doen lijsten mee met een lokaal of regionaal karakter. Een aantal van deze partijen heeft ook een gezamenlijke kandidatenlijst voor de senaat. Door deze krachtenbundeling op landelijk niveau bestaat de kans dat de lokalen bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer meer dan de ene zetel van nu halen. Aangezien één zetel in de senaat al het verschil kan maken, tellen ook de ‘lokalen’ dus echt mee.

15 Hoe zijn de provincies ontstaan?

In het gebied dat nu Nederland en België bestrijkt, waren al voor de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zeventien provincies of gewesten die de Nederlanden vormden. In 1579 tekenen de opstandige staten Holland, Zeeland, Gelre, Utrecht en Groningen de Unie van Utrecht. Daarin verklaren de ondertekenaars zich solidair tegen de Spaanse overheersing. Later sluit een aantal Brabantse en Vlaamse steden zich bij deze Unie aan.

Als Republiek der Zeven Verenigde Provinciën beleefden de provincies hun bloeitijd (1579-1795), ze hieven belasting en hadden een eigen munt. De zeven provincies werkten samen: afgevaardigden van Provinciale Staten beraadslaagden in de Staten-Generaal in Den Haag over defensie en buitenlandse kwesties.

Tot op heden heet het parlement (Eerste en Tweede Kamer samen) Staten-Generaal. De Franse Tijd (1795-1813) luidde het einde in van de Republiek en het begin van de natiestaat. De oude provinciale indeling werd hersteld, maar de federatieve structuur verdween: de natie was geboren.

De Grondwet van 1814 en de Provinciewet legden de taken en bevoegdheden van de provincies vast. Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) voegde er met zijn Grondwet van 1848 de definitieve verhouding tussen gemeenten, provincies en Rijk aan toe. Provinciebestuurders verwijzen graag naar dit ‘Huis van Thorbecke’, waarvan ze zelf een pijler vormen.

16 Waarom is 2015 bijzonder voor de Eerste Kamer?

In 1815 werden Nederland en België verenigd. Vooral de Belgen drongen aan op invoering van een tweekamerstelsel. De Belgische hogere standen waren bang hun invloed te verliezen en stelden voor dat er naast de Tweede Kamer ook een Hogerhuis voor Adel kwam.

Op verzoek van de Noord-Nederlanders werd het lidmaatschap van de Eerste Kamer niet beperkt tot de adel, maar benoemde de Koning de leden ‘uit hen die door diensten aan den Staat bewezen, door hunne geboorte of gegoedheid onder de aanzienlijksten van de lande behoren’. Sinds 1848 kiezen Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer. Op 16 oktober 2015 wordt het tweehonderdjarig bestaan van de Staten-Generaal binnen het Koninkrijk der Nederlanden herdacht.

17 Moet je nu wel of niet stemmen?

De opkomst schommelt doorgaans iets boven de 50 procent. Een krappe meerderheid van de Nederlanders vindt de provincie dus best belangrijk – belangrijker dan het Europees Parlement in elk geval. Die verkiezing trok in 2014 37,3 procent van de kiezers.

De vermogenspositie per inwoner

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.