nederland

Waarom witteboordcrimineel Van der Roest wordt gematst

Door Servaas van der Laan - 17 maart 2015

Oud PvdA-raadslid Bert van der Roest krijgt een lagere straf voor diefstal vanwege ‘terugkerende negatieve media-aandacht’. Bij zware geweldsplegers werkt de media-aandacht juist averechts.

Bert van der Roest, de PvdA’er die minimaal 26.241 euro uit de kas van de Utrechtse straatkrant Straatnieuws stal, komt goed weg. Naast een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, moet hij van de rechtbank in Utrecht een werkstraf uitvoeren van 240 uur. Dat is een uur schoffelen (of straatkrantjes uitdelen) voor iedere 100 euro die hij van Straatnieuws ontvreemdde.

Negatieve media-aandacht

De rechter hield bij het uitspreken van de straf rekening met de ‘aanzienlijke en steeds terugkerende negatieve media-aandacht’. De rechter noemde daarbij dat Van der Roest, van huis uit acteur, na zijn vertrek als raadslid en penningmeester bij Straatnieuws niet meer aan het werk is gekomen.

Van der Roest is dus volgens de rechter slachtoffer van de negatieve media-aandacht die op zijn daad (diefstal) volgde. Een dergelijke ‘publiciteitskorting’ zien we vaker bij ogenschijnlijk brave burgers die de fout in zijn gegaan.

Bekende voorbeelden

Bekend is de zaak rond vastgoedmagnaat Jan-Dirk Paarlberg die tot vier jaar celstraf werd veroordeeld omdat hij geld van de afgeperste Willem Endstra had witgewassen. De rechter oordeelde dat de grote aandacht voor de zaak een grote invloed had op het privé-leven van Paarlberg en op het voortbestaan van zijn bedrijven. De rechter gaf hem daarom in eerste aanleg een strafkorting van een half jaar.

Ook Willem Scholten, voormalig topman van het Rotterdamse Havenbedrijf, kreeg een mildere straf wegens omkoping omdat de negatieve aandacht in de pers van invloed zou zijn op het verdere werkzame leven van Scholten.

Tegenstelling

Jurist Anne de Groot ontdekte dat witteboordencriminelen vaak een milder vonnis krijgen opgelegd vanwege negatieve publiciteit, terwijl voor echte geweldplegers precies het omgekeerde geldt. De Groot deed onderzoek naar de invloed van publiciteit op 500 strafzaken en ontdekte dat dit bij delicten als fraude, witwassen, ontduiking of diefstal in ruim driekwart van de gevallen tot een lagere straf leidt.

Voor geweldplegers geldt precies het omgekeerde: daar werkt publiciteit juist verzwarend. ‘Strafrechters tonen zich een stuk minder meelevend als het gaat om de levensloop van geweldplegers na afloop van hun gevangenisstraf,’ schreef De Groot in 2012 in NRC Handelsblad. ‘De rechter leidt de strafverhogende factor, door de rechter getypeerd als ‘geschoktheid van de rechtsorde’, in deze gevallen expliciet af uit de hoeveelheid persaandacht die er is geweest voor de strafzaak. Wanneer kranten en journaals en masse met afschuw hebben gerapporteerd over de gruwelijkheden van de daad van de verdachte, dan zien strafrechters dit juist als een reden extra straf op te leggen,’ schreef De Groot. Zo kreeg Sander V., de moordenaar van het Dordtse meisje Milly Boele, een extra zware straf, achttien jaar cel plus tbs, omdat hij ‘de rechtsorde had geschokt’.

Coulance

Dat onderzoek stamt uit 2012. Uit recente uitspraken blijkt dat de rechter ook witteboordencriminelen niet altijd meer matst. Zo werden fraudeurs in de Klimopzaak wel zwaarder gestraft.

Toch geldt voor Van der Roest nog gewoon de oude regel: wie al door de media is gestraft, kan rekenen op coulance van de rechter.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.