nederland

Achter de schermen in de ‘gekkentorens’

Door Gerlof Leistra - 14 april 2015

In de ‘gekkentorens’ vangt de Bijlmerbajes de allermoeilijkste gevallen op uit het gevangeniswezen en de geestelijke gezondheidszorg. Elsevier verbleef achter de schermen, tussen de mannen en vrouwen met ondoorgrondelijke blikken.

Met zijn sleutel tikt Erwin (32), een forsgebouwde forensisch therapeutisch medewerker (FTW’er), op de stalen celdeur en kijkt even door het luikje voor hij de deur opent. Zijn collega Gusta (55) staat paraat. ‘Deze mijnheer begint soms uit het niets te schoppen of te slaan.’

Uit de cel komt een zweetgeur. De bewoner is een door verwaarlozing en mishandeling zwaar getraumatiseerde Afrikaan (23) die eerder jeugd-tbs had. Hij weigert ook maar één stap buiten de deur te zetten en vertrouwt niets of niemand.

Rustig probeert Erwin hem te verleiden de maaltijd van de trolley te pakken. De man weigert. Uiteindelijk reikt Erwin hem het dienblad aan. Eerder sloeg de man zijn advocaat in elkaar toen die hem vertelde dat hij tbs had gekregen.

Littekens

Zijn buurman Hugo (56) is een gespierde Surinamer met grijs kroeshaar en een buik die onder zijn Godfather-T-shirt uitpuilt. Vroeger was hij een zware jongen in het drugscircuit voor wie iedereen bang was. Nu is hij een kind dat praat op jengelende toon. Door te laat ontdekte syfilis is hij krankzinnig geworden.

Sonja (42), na haar ‘recreatie’ op weg naar de cel waar ze al tweeënhalf jaar zit, schiet op hem af. ‘Hugo, hier is de krant. Mag ik hem straks terug?’ Vriendelijk gezicht met blauwe ogen achter een brilletje. Haar magere lijf zit onder de littekens. ‘Ik heb mijzelf overal gesneden en gestoken. Mijn armen kan ik niet meer strekken.’

Ze is pyromaan en heeft na twee langdurige behandelingen voor de derde keer tbs gekregen. Dit keer onterecht, zegt ze. ‘Ik was alleen maar in de buurt van de brand.’ Bijna twintig jaar geleden was Sonja de eerste vrouw in de ‘gekkentoren’. Gusta: ‘Toen was ze nog ongeschonden, maar ze deed alles om zichzelf te verminken.’

Dit is het Intensieve Zorg Paviljoen van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Verspreid over veertien afdelingen in de torens Het Veer en De Singel zitten hier 128 gedetineerden met een psychiatrisch ziektebeeld.

Van de straat

Paviljoen 7 op de tiende verdieping van De Singel telt acht cellen. Een plaats kost 461 euro per dag.

Patiënten worden hier gestabiliseerd, waarna ze naar een regulier paviljoen gaan voor verdere behandeling. Een cel staat nooit lang leeg. Schoonmaken en volgende patiënt! Hier worden de moeilijkste gevallen van het gevangeniswezen en de geestelijke gezondheidszorg opgevangen. Sommige patiënten komen rechtstreeks uit een politiecel of van de straat.

De bewoners zijn ontremd, agressief en vaak ongeschikt voor een groep. Een aantal is om hun delicten – moord, verkrachting, roofovervallen, brandstichting – bekend uit de media. Een deel is chronisch patiënt en eindigt in een tbs-kliniek. Anderen herstellen redelijk, maar blijven kwetsbaar.

De typische PPC-patiënt is psychotisch of heeft een persoonlijkheidsstoornis, kampt met verslaving en is zwakbegaafd. Met de meesten ging het al jong mis. Aan sommigen zie je hun ‘gekte’ niet af. Anderen lopen rond als zombies en slaan wartaal uit. Ze zijn extreem druk of leven in hun eigen wereld.

Stemmen

In het kantoor met uitzicht op het paviljoen geven kleuren op een prikbord aan wie van de patiënten tegelijk hun cel uit mogen. Voor de meesten geldt een individueel regime. De bewoners hebben dagelijks recht op drie keer een half uur recreatie.

De rest van de tijd kijken ze in hun cel televisie of liggen op bed. De meesten voeren in hun hoofd hele gesprekken en horen stemmen. Tot vervelens toe melden ze zich via de intercom: ‘Ik heb trek in koffie.’ ‘Mag ik een sigaret?’ ‘Wanneer kan ik luchten?’

Het tafelvoetbalspel op de afdeling wordt nooit gebruikt. Recreatie bestaat doorgaans uit gamen in de zithoek, bellen, praten met het personeel, en vooral heel veel vragen stellen. ‘Mag ik mijn medicatie?’, ‘mag ik weg?’, ‘mag ik mijn shag?’ Bezoek mag alleen onder toezicht.

Steeds slechter

‘Deze categorie is te ziek om zonder begeleiding te functioneren,’ zegt forensisch psychiater Jessica Wesselius (43), directeur Zorg en Behandeling. ‘Ze komen steeds slechter binnen. Het zijn mensen die vaak al voor hun twaalfde met de hulpverlening in aanraking kwamen en voor hun twintigste geweldsdelicten pleegden.’

Driekwart van de patiënten is nog niet veroordeeld. Bijna 40 procent was dakloos, 4 procent had een eigen adres. De rest zat in een psychiatrische instelling of kwam uit een andere gevangenis. Slechts 10 procent zit voor het eerst vast.

Penselen

Ton Boorsma (64) is arts en behandel­coördinator van paviljoen 7. Hij werkt sinds 1981 in de Bijlmerbajes. De patiënten zijn weinig veranderd, zegt hij. ‘Vroeger had je ook al extreme gevallen. Ik herinner mij een man die in een kliniek medepatiënten aanviel. Hier viel hij het personeel aan.’

De man reageerde niet op medicijnen en moest buiten zijn cel handboeien om. Een neurologisch onderzoek onthulde twee strepen door zijn hersenen.

‘Bij een zelfmoordpoging had hij met kracht twee penselen via zijn neusgaten omhoog gestoten. Die waren dwars door het schedeldak gegaan en hadden onherstelbare schade aan de hersenen veroorzaakt. Hij vertelde zonder emotie over die poging. Uiteindelijk heeft hij buiten zelfmoord gepleegd.’

Aan de patiënten van paviljoen 7 heeft Boorsma de handen vol. ‘Het is als ballet: je moet veel kracht gebruiken om het licht te laten lijken.’

Gemiddeld verblijven de patiënten drie maanden op paviljoen 7. Daarna gaan ze naar een gewoon paviljoen, een tbs-kliniek of een inrichting. Veel patiënten komen vroeg of laat terug: 40 procent is een keer eerder opgenomen geweest. Eén patiënt zelfs al 25 keer.

Douchen

Wesley (22) – smoezelig Adidas-pak, vet achterovergekamd haar, rouwnagels – zit al bijna een jaar op paviljoen 7. Hij werd opgepakt toen hij bij een treinstation het vuur opende op passanten. Zijn ouders waren verslaafd en dakloos. Hij is psychotisch en kon na vijf jaar jeugd-tbs nog altijd niet zelfstandig eten en douchen.

Zelf zegt hij: ‘Ik ben nog zandbak.’ Hij vindt het moeilijk aan mensen te wennen, zegt hij. ‘Hier zorgen ze goed voor mij. Ik zie mijzelf mijn leven wel weer oppakken.’ Of hij wil douchen. ‘Mag dat morgen?’ Na een jaar verhuist hij eindelijk naar een tbs-kliniek.

Theo (26) – een lange, bleke jongen met holle ogen – is een paar weken geleden door de politie binnengebracht. Hij hoorde stemmen en wilde midden in de nacht zijn broer iets aandoen. ‘Het is hier mijn eerste keer. De mensen zijn aardig.’ Hij is geboeid omdat hij zomaar kopstoten uitdeelt.

Op zijn twaalfde begon Theo te blowen en sindsdien was hij geregeld agressief. ‘Ik ben goed opgevoed en snap mensen snel. Maar als je het niet erg vindt, wil ik met de playstation spelen.’ Twee weken later blijkt de medicatie aan te slaan. Theo is uit de boeien en gaat met een rechterlijke machtiging per ambulance naar een inrichting waar hij al eerder zat.

Corrigeren

Van het personeel wordt veel gevraagd: de patiënten reageren nogal eens agressief, zijn moeilijk te peilen en hebben ernstige delicten gepleegd. De medewerkers hebben allemaal een opleiding sociale hulpverlening of maatschappelijk werk. Ze voeren therapeutische gesprekken met de patiënten en corrigeren waar nodig.

De teams van dertien personen zijn gemengd samengesteld. ‘De ene patiënt kan beter worden benaderd door een vrouw, de andere door een man,’ zegt psychiater Wesselius. ‘Veel medewerkers doen aan karate, kickboksen of judo. Met fysieke kwaliteiten koop je rust.’

Iedereen draagt een pieper en is alert. Als op paviljoen 7 een stoel omvalt, staan de collega’s van 6 binnen de kortste keren boven. Soms is er niets aan de hand: een personeelslid sprong op toen Ajax scoorde en daarbij viel zijn stoel.

Helm en schild

De afdeling heeft een beveiligings- en een behandeltaak, zegt arts Jan Gorter (57). Hij begon in 1990 op wat toen nog de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling heette en is nu chef de clinique. ‘Onze zorg richt zich op de veiligheid van de patiënt, het personeel en de samenleving. We mogen méér dan in de geestelijke gezondheidszorg: handboeien, gedwongen medicatie, benadering met helm en schild, isoleren.’

Jaarlijks zijn er in de twee torens 1.900 incidenten, inclusief schelden en beledigen. Gorter vindt dat patiënten niet te snel moeten worden gezien als ontoerekeningsvatbaar. ‘Als ze hun cel verbouwen, zijn het vaak onze spullen die stukgaan.’

Humor

Vier keer in de week is er een avondprogramma, tot 21.30 uur. Dat zijn volgens Gorter drie avonden te weinig. Voor de behandeling is volgens hem eveneens te weinig tijd. Directeur Zorg en Behandeling Wesselius vindt de kwaliteit en de kwantiteit van de zorg minimaal.

‘Door onze crisisinterventie zijn de problemen vaak onder controle, maar een klein groepje patiënten kun je bijna niet kwijt. Klinieken weigeren ze op te nemen.’ Zij zou meer ruimte willen voor therapie. ‘Nu zitten onze patiënten het grootste deel van de dag achter de deur.’

Zonder humor valt het werk niet vol te houden, zegt Gorter. ‘Een patiënt zei ’s morgens: “Hé dokter, ik heb vannacht berichten binnengekregen dat ik meer seresta mag. Maar als jij andere berichten hebt ontvangen, is het ook goed.”

Van een ex-patiënt die met ontslag was, kreeg hij een brief waarin het woord “resocialisatie” drie keer achter elkaar verkeerd gespeld en doorgehaald was. Stond er tussen haakjes achter: ‘Word ik godverdomme nog dyslectisch ook!’

Narigheid

Ruim een kwart van de patiënten is niet in Nederland geboren. John (37) kwam op zijn elfde van Suriname naar Nederland en kreeg op zijn zestiende jeugd-tbs. Vanwege roofovervallen zat hij sindsdien vaak vast. Elders stak hij een medegedetineerde neer. ‘Er komt alleen narigheid op mijn pad.’

John is achterdochtig, maar weigert medicijnen. ‘Ik val niemand lastig. Ze willen mij kapot maken. Maar ik ben niet gek!’
Elke dag wordt er op paviljoen 7 een complete apotheek aangeleverd, maar veel patiënten weigeren medicatie. Sinds 2013 is dwangmedicatie mogelijk.

Ook Mustafa (30) beseft niet dat hij psychotisch is. ‘Met mij is niets aan de hand, maar mijn kont is helemaal uitgescheurd. Als de celdeur dicht is, komen ze mij verkrachten.’ Ook hij had eerder jeugd-tbs.’Vroeg of laat explodeert hij. Als ik geld had, ging ik drinken en kreeg ik een masker van geluk. Ik hoop dat er nog een toekomst voor mij is. Misschien is mijn geluk op.’

Kopstoot

Sonja loopt met een speelgoedbeer over de afdeling en laat trots haar opgeruimde cel zien. Een tijdje geleden gaf zij Roel (55), een ervaren medewerker, zomaar een kopstoot.

‘Als ze zo uit haar plaat gaat, is de kans groot dat ze zichzelf gaat snijden of bijten of met haar hoofd tegen de muur bonkt,’  vertelt Roel. Op kantoor liggen een rubberen helm klaar en handboeien met bont aan de binnenkant.’ Volgens Sonja was de kopstoot ‘pure paniek’.

Een paar dagen voor zijn pensioen neemt Frans (62) geen risico meer. Een gedetineerde sloeg hem ooit een gebroken oogkas. Onder zijn huid heeft Frans – zwarte band karate – nu twee schroeven. Hij waarschuwt zijn collega’s dat ze een psychopaat nooit moeten vertrouwen.

Boeienregime

Voor gevaarlijke patiënten geldt buiten de cel het boeienregime. De geboeide handen worden strak tegen het lichaam gebonden met een riem die op de rug als een tuigje functioneert. Een gespierde Antilliaan – ‘de boeienkoning’ – geldt als de schrik van de tbs.

Hij kreeg negen jaar en tbs omdat hij in de gevangenis een personeelslid ernstig had verwond met een schaar. Ook in een andere gevangenis bleek hij onhandelbaar. Op paviljoen 7 maakt hij tegen van alles en nog wat bezwaar. Eén jurist is dagelijks met zijn bezwaarschriften bezig. Na een paar maanden wordt de man weer overgeplaatst.

Bij geweld kan een eigen ‘helm- en schildteam’ worden ingezet, maar meestal lossen de medewerkers het zelf op. Hichame (40) en Erwin moeten een man uit het voorgebouw ophalen die bij het bezoek van zijn advocaat stampij maakte. Hij staat zichtbaar op springen.

‘We hebben liever dat die spanning er nu uit komt,’ zegt Hichame. Samen met Erwin kan hij de man wel hebben, bedoelt hij; op de afdeling is zo’n uitbarsting een groter probleem. ‘Vroeg of laat explodeert hij. Soms moet je even een zetje geven.’ Er gebeurt niets.

Scheurhemd

Wie agressief of suïcidaal is, gaat naar een isoleercel – officieel afzonderingscel – op de twaalfde verdieping, het ‘dak’ genoemd. In de kale cel ligt alleen een matras. In de hoek een metalen toiletpot.

Een Oost-Europese patiënt van paviljoen 7 is flink in de war. Zijn urine loopt onder de deur door. Hij gaat in zijn scheurhemd onder de douche staan. Als een bewaarder hem vraagt of hij wil luchten, zegt hij: ‘Nee, vluchten.’

Zijn buurman heeft zijn boterhammen door de hele cel uitgesmeerd. Naast de toiletpot ligt poep. Tijdens het luchten reinigt het personeel zijn cel. Vanwege hun stoornis weten ze vaak niet wat ze doen, zegt Gusta.

Een van de gedetineerden krijgt vijf man begeleiding als hij van zijn cel naar de luchtkooi moet. Hij heeft een ondoorgrondelijke blik en lijkt te loeren op een kans iemand te beschadigen. Elders drukte hij een verpleegkundige de ogen in. Medewerker Mike (35), karateka, staat op scherp.

Het maakt niet uit of een patiënt groot of klein is, zegt Kasper (45). ‘We hebben hier wel eens met twintig man met een dwerg liggen knokken.’ Een Algerijn sloeg met zijn blote vuist het stalen boeienluik uit de deur. Een ander wist de zware stalen deur te verbuigen alsof die van karton was.

Robot

De man met de ondoorgrondelijke blik krijgt op de drempel van de luchtkooi een vuurtje. Hij kijkt de bewaarders strak aan, draait zich dan zwijgend om en loopt rokend de betonnen kooi in. Een half uur later gaat hij onder begeleiding terug naar zijn cel.

De man vertrekt geen spier. In zijn cel blijft hij als een robot in de deuropening staan. ‘Pas op je tenen,’ zegt een van de bewaarders die de celdeur sluit.

Even later hangt er op ‘dak’ een brandgeur. Als een van de bewaarders de luchtkooi opent, staat die vol rook. In de afvoer zijn vlammen te zien. De straal uit de brandslang is niet sterk genoeg om het vuur te doven. Moeten de cellen worden ontruimd?
Buiten klinken sirenes.

Even later stormen brandweerlieden de lift uit en beginnen te blussen. Al snel klinkt het sein ‘brand meester’. Na een eerste onderzoek lijkt een brandende sigarettenpeuk in de afvoer de oorzaak. Vermoedelijk opzet.

Afdelingshoofd Carin (43) van paviljoen 7: ‘Dit gebouw is afscheid van ons aan het nemen!’ In 2016 gaat de Bijlmerbajes definitief dicht. Dan moet de nieuwe mega-gevangenis in Zaanstad klaar zijn, inclusief een penitentiair psychiatrisch centrum. Klanten genoeg.

De namen van de patiënten zijn gefingeerd

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.