nederland

Asscher: ‘taai probleem’ illegalen echt niet zomaar opgelost

Door Tom Reijner - 24 april 2015

Het compromis dat de VVD en PvdA bereikten over de opvang van illegalen zorgt er niet voor dat de problemen op dat gebied voorbij zijn. Het is een ‘taai probleem’ waarmee niet alleen Nederland maar ook andere landen mee worstelen.

‘Hoe ga je om met mensen die terug moeten van de rechter, maar dat om wat voor reden dan ook niet willen,’ zei de minister van Sociale Zaken en vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) in reactie op de kritiek die losbarstte op het akkoord dat woensdagavond werd gesloten.

Fase

‘Ik denk dat we nu een fase ingaan van afspraken maken met gemeenten. En zorgen dat het in de praktijk gaat werken.’ Hij heeft naar eigen zeggen nooit de illusie gehad dat ineens alle problemen als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen. Donderdag zei Asscher al dat hij de deal zeker niet het ‘ei van Columbus‘ vindt.

Juist op de praktijk was de afgelopen dagen veel commentaar te horen. Zo klaagde Amsterdam steen en been. D66-fractievoorzitter Jan Paternotte bijvoorbeeld over dit ‘domme en onwerkbare compromis’: ‘Overal in Nederland sluit je de bed-, bad- en broodopvang. Die mensen stuur je naar Amsterdam en dan mogen wij ze na enkele weken weer op straat kwakken.’

Onuitvoerbaar

Nijmegen, Groningen en Leiden zeiden al meteen door te willen gaan met de noodopvang voor illegalen, die ook wel ‘bed, bad en brood’-voorzieningen worden genoemd. ‘We moeten een goede opvang regelen’, zei wethouder Ton Schroor (D66) van Groningen. ‘Dit is onuitvoerbaar.’ Er komt alleen opvang voor illegalen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, de vijf grootste steden van Nederland. De rest van de locaties wordt gesloten.

Asscher zal ook in gesprek gaan met de rapporteur van de Verenigde Naties Philip Alston, die zei dat ‘het een grote schade was’ hoe ‘inhumaan’ Nederland te werk is gegaan. Volgens de vicepremier heeft deze Australiër gereageerd ‘op basis van een weergave die niet helemaal correct is’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.