#Eerste vrouw

Borstbeeld voor ‘eerste vrouw’ Aletta Jacobs bij Vredespaleis

Door Carla Joosten - 24 april 2015

Elsevier-journalist Carla Joosten bespreekt regelmatig een eerste vrouw in een beroepsorganisatie of bestuurlijke functie. Dit keer Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste vrouwelijke student en arts. Zaterdag 25 april 2015 werd een buste van haar onthuld bij het Vredespaleis in Den Haag.

Een van de bekendste ‘eerste vrouwen’ in Nederland is Aletta Jacobs. Ze was het eerste meisje dat een hbs bezocht (de Rijks Hoogere Burgerschool in Sappemeer), de eerste vrouw aan een universiteit, de eerste vrouwelijke arts en de eerste vrouwelijke promovendus.

Apothekersexamen

De dochter van een Joodse plattelandsdokter in het Groningse dorp Sappemeer hield het al snel niet uit op de jongedamesschool, waar ze goede manieren moest leren, en ook niet bij de plaatselijke modiste bij wie ze daarna in de leer ging. Toen ze hoorde dat een meisje het leerling-apothekersexamen had afgelegd, stortte ze zich ook op de materie.

Ze haalde hetzelfde examen met glans. Maar het liefst wilde ze naar de universiteit om dokter te worden, net als haar vader en broer Julius. Een onmogelijkheid in die tijd: alleen mannen werden toegelaten.

Aletta vroeg in 1871 in een brief ontheffing aan bij Johan Rudolf Thorbecke, voorzitter van de ministerraad. Thorbecke antwoordde snel, maar schreef terug aan haar vader. Aletta werd een jaar op proef toegelaten tot colleges aan de universiteit van Groningen en kreeg in 1872 officieel toestemming van dezelfde, toen al stervende Thorbecke om zich in te schrijven als student medicijnen.

Heel vrouwonvriendelijk bleek de universiteit overigens niet. Groningen was toentertijd een bolwerk van politieke vernieuwingen. ‘Thans moet door iedere man heimelijk zijn nieuwe deelgenote in de wetenschapsbeoefening met vreugde worden begroet,’ verwelkomde rector magnificus Samuel Siegmund Rosenstein haar.

Toch kreeg Jacobs geregeld te horen dat intellectuele arbeid de ‘reproductieve organen’ aantastte. Het ontmoedigde haar geenszins. Ze studeerde af in 1878 en promoveerde in 1879, waarna ze vertrok naar Londen om in een ziekenhuis mee te lopen. Daar kwam ze via een Nederlander, Carel Victor Gerritsen, in contact met vrouwelijke artsen in The New Hospital for Women en de London School of Medicine for Women. Via de eerste vrouw met een medische praktijk in Engeland, Elizabeth Garrett Anderson, maakte Jacobs kennis met het kiesrechtfeminisme.

Pessarium

Na haar terugkeer in Nederland vestigde ze zich eind 1879 in Amsterdam als arts voor vrouwen en kinderen en hield ze spreekuur voor ‘minvermogende’ vrouwen. Onderwijl propageerde ze het pessarium, een anticonceptiemiddel.

Vanwege haar weerzin tegen de huwelijkswetgeving, die getrouwde vrouwen handelingsonbekwaam maakte, ging Jacobs in 1884 een vrij huwelijk aan met Gerritsen (1850-1905). In 1892 trouwden ze toch voor de wet vanwege hun kinderwens. Het zoontje dat ze in 1894 kregen, leefde maar één dag. Jacobs hield ook tijdens haar huwelijk haar eigen naam, slaap- en werkkamer.

In 1883 wilde ze op de kieslijst voor de gemeenteraad. Wettelijk zag ze geen beletselen, want de wet repte van ‘Nederlanders’ en ‘ingezetenen’ en ze betaalde voldoende belasting. Maar de juridische strijd die Jacobs aanging toen bleek dat ze niet mocht meedoen aan de verkiezingen, pakte averechts uit: de wet werd aangepast en repte voortaan van ‘mannelijke ingezeten’. Het stimuleert haar om uiteindelijk haar artsenpraktijk op te geven en zich in te zetten voor het vrouwenkiesrecht: via politieke ontvoogding zou het met de emancipatie van de vrouw vanzelf goed komen.

Na een Grondwetsherziening in 1917 konden vrouwen worden gekozen in de Tweede Kamer. Jacobs stond mede aan de wieg van die doorbraak: in 1903 was ze verkozen tot president van het hoofdbestuur van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Maar bij de eerste beste gelegenheid om te worden gekozen, bij de parlementsverkiezingen van 1918, haalde Jacobs te weinig stemmen. Pas in 1919 werd het actief algemeen kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. Daardoor konden vrouwen bij de verkiezingen in 1922 voor het eerst gaan stemmen.

Inzicht

Gevoel voor rechtvaardigheid dreef Aletta Jacobs bij al haar activiteiten. Ze hield redevoeringen en wist door haar strategisch inzicht doelen bereiken. Dat deed ze ook door volop te publiceren. Ze vertaalde feministische boeken, schreef ingezonden brieven en bracht tijdens een wereldreis via reisbrieven in De Telegraaf haar zaak onder de aandacht van een groot publiek.

Minder bekend is dat ze in 1915 in de Haagse dierentuin het Internationaal Congres van Vrouwen tegen Oorlog organiseerde, waaruit de WILPF (Women’s International League for Peace and Freedom) is voortgekomen. Ruim 1.300 vrouwen reisden vanuit de hele wereld naar Den Haag om er oplossingen voor beëindiging van de Eerste Wereldoorlog te formuleren.

Jacobs toog daarna naar Amerika, waar ze samen met de Amerikaanse pacifiste Jane Addams een bezoek wist te regelen aan president Woodrow Wilson. Die zou zich door het resultaat van het Haagse congres hebben laten inspireren bij het formuleren van zijn veertien punten die dienden als grondslag voor de Volkenbond.

Jacobs overleed in 1929, 75 jaar oud en kinderloos, in een hotel in Baarn toen ze op weg was naar Groningen.

Er zijn naar haar talloze straten vernoemd, evenals instituten, een planetoïde en een prijs van de Rijksuniversiteit Groningen. Ook kreeg ze een buste in die stad. Honderd jaar na het vrouwencongres in Den Haag volgde een buste bij het Vredespaleis in Den Haag.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.