nederland

Scout Daan Sip: ‘Televisie is gewoon nep’

Door Jenny Velthuys - 01 april 2015

Daan Sip (36) is eigenaar en oprichter van Social1nfluencers, een talentenbureau voor YouTubers. Vroeger werkte hij bij een reclamebureau. Hij ontdekte de impact van vloggers op jongeren en zei tegen zijn baas dat ze daar wat mee moesten doen.

Zijn baas zag er niets in. Sip heeft inmiddels vijf mensen fulltime voor zich werken en begeleidt succesvol tachtig YouTubers. Het reclamebureau waar hij begon, bestaat niet meer.

‘In 2011 werkte ik nog voor het reclamebureau. We hadden een opdracht om een Vrij Veilig-campagne op te zetten voor jongeren. “Ik ga niet zonder hoesje in je poesje,” misschien ken je het nog wel. Ik wist al dat jongeren vrij weinig televisie kijken. We moesten een alternatieve manier vinden om jongeren online te bereiken. Ik ontdekte Nederlandse vloggers als Milan Knol (het broertje van de populaire vlogger Enzo).

Het aantal vloggers in Nederland was toen nog heel klein, echt maar een stuk of twaalf. Maar in Amerika waren ze al veel verder. Ik zei tegen mijn baas: “Als wij hier liefde in stoppen, wordt het heel groot.” Maar hij geloofde er niet in.’Ik kon het niet loslaten. Ik kwam in contact met Niels Verhoeven, die in 2007 Blogmij had opgericht. Dat koppelt bloggers aan bedrijven. Ze werken met advertorials, dus artikelen die de bloggers schrijven en waarvoor ze worden betaald door een bedrijf. Vermomde reclames. Er werkten toen 750 bloggers voor Blogmij. Veel bloggers waren op dat moment bezig de overstap te maken naar vloggen. Ook Verhoeven zag het.

‘Wat wij doen, is hetzelfde als wat een platenlabel doet. Of een modellenbureau. We scouten artiesten en begeleiden ze. Alleen wij doen dat met mensen die filmpjes op YouTube zetten. We begeleiden nu tachtig YouTubers. We houden de groep bewust klein. We willen alleen de besten. Als je nu bijvoorbeeld wilt doorbreken met beautyvlogs, moet je wel heel goed zijn. Er zijn er al zoveel van.

‘We geven ze workshops om ze te leren meer volgers te krijgen. Hoe meer we in een YouTuber zien, hoe intensiever we hem begeleiden. We zorgen ervoor dat artiesten kunnen leven van wat ze doen. Het belangrijkst is de koppeling die wij maken met relevante merken. Zo maken een paar jongens die we begeleiden nu een filmpje voor HTC in Miami. Verder kun je als vlogger geld verdienen met events en merchandising.

‘Televisie is gewoon nep. We weten allemaal dat er een visagie-afdeling is, meerdere camerastandpunten, een script… Het zit in de mens om nieuwsgierig te zijn naar het leven van anderen. Aan vlogs is het enige “neppe” dat een vlogger zelf bepaalt hoeveel hij laat zien. Op YouTube moet een kijker zich met je kunnen identificeren.

De vloggerwereld is erg personality centered. Zoals bijvoorbeeld de jongens van StukTV. Dat is nu het grootste YouTubekanaal van Nederland. De kijkers kunnen bepalen wat die jongens moeten doen. Elke woensdagavond posten ze een nieuw filmpje. Maar naast dat het een sterk format is, draait het vooral om de gasten zelf. Thomas is een beetje de hockeyjongen, Stefan een rocker met zijn gitaartje, Giel is een echte rauwdouwer. Dat trekt verschillende typen kijkers aan.

Fijne Vrienden begeleiden we ook. Die hebben dertigduizend abonnees. We letten niet op het aantal volgers als we iemand scouten. Heeft iemand een goed format? Hebben ze een cameraman? Editen ze zelf hun filmpjes? Is er een koppeling te leggen met bestaand talent? En natuurlijk de X-factor. De eeuwige X-factor. Supervaag.

‘Het heeft te maken met sympathie. Iemand moet goed kunnen verwoorden wat hij denkt. Als je ook maar iets doet of zegt wat niet helemaal authentiek is, zijn er meteen mensen die het merken. Die zeggen daar wat over, en voor je het weet is er sprake van een sneeuwbaleffect.

‘Ik heb het meegemaakt. Iemand die heel veelbelovend begon. Hij was alleen een beetje houterig. Je zou denken dat dat een reden was voor mensen om niet naar ‘m te kijken, maar dat was juist niet zo. Het ging pas mis toen hij popiejopie ging doen. Toen haakten mensen juist af.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.