nederland

Wiegel: Zijlstra was te haastig bij crisis rond illegalen

Door Eric Vrijsen - 21 april 2015

VVD-fractieleider Halbe Zijlstra opende het offensief tegen coalitiegenoot PvdA én electoraal concurrent PVV. Veel te slordig, vindt partijcoryfee Hans Wiegel.

Halbe Zijlstra (VVD) heeft er plezier in te provoceren. Toen hij in het vorige kabinet aantrad als staatssecretaris van Cultuur en hem quasibezorgd werd gevraagd naar zijn literaire voorkeur, zei hij laconiek: The Hunt for the Red October van Tom Clancy. Niks intellectueels aan.

Voorafgaand aan het zoveelste coalitieberaad van VVD en PvdA over ‘bed, bad en brood’ voor illegale vreemdelingen vroegen journalisten Zijlstra naar zijn inzet en maakte de VVD-fractieleider een nogal kromme vergelijking tussen afgewezen asielzoekers en de van liquidaties verdachte Willem Holleeder.

Op zo’n manier maak je geen vrienden bij coalitiepartner Partij van de Arbeid.

Servies

Zijlstra is niet iemand die er zomaar iets uitflapt in de media. Kennelijk was hij uit op een kabinetscrisis. Een halve dag later was het weer plooien en gladstrijken.

Wist Zijlstra waarmee hij bezig was? Premier Mark Rutte (VVD) is iemand die van nature sust, zeker voor het oog van de buitenwereld.

Tijdens het wekenlange Catshuisberaad met CDA en PVV in het voorjaar van 2012 ging Rutte voortdurend op de fiets heen en weer om blijmoedig tegen de pers te verklaren dat de coalitie het bijna eens was. Later werd bekend dat hij binnenskamers met het servies had gesmeten.

Dit keer ging Rutte te voet met een bekertje koffie op weg naar het overleg met de PvdA-top en vertelde dat er schot in de zaak zat. Dit versterkte het beeld dat de VVD-premier geen crisis wilde, en de VVD-fractieleider wel.

Belhamel

In de Haagse wandelgangen werd toen al niet meer gesproken over een crisis, maar over een ‘crisinette’. Al durfde niemand de goede afloop te voorspellen. Met Halbe Zijlstra weet je het nooit. Hij blijft iets houden van wat ze vroeger in zijn Friese geboorteplaats een ‘belhamel’ noemden.

In principe richtte hij zijn offensief op coalitiepartner PvdA én op electoraal concurrent PVV. In Zijlstra’s calculatie loopt de PVV van Geert Wilders op dit moment stuk.

De media staan bol van angst voor terrorisme, geweld door Islamitische Staat en massa-immigratie vanuit Libië en Turkije. Tegen die achtergrond zou Wilders enorm moeten scoren. Maar in de peilingen is de PVV niet vooruit te branden en zelfs aan de verliezende hand.

De VVD heeft in 2012 bezworen wraak op Wilders te nemen, maar de gelegenheid deed zich nog niet voor. Voor het eerst heeft de VVD nu het idee Wilders echt in de verdediging te kunnen drukken.

Rechts verhaal

Daar komt bij dat Wilders er een concurrent bij heeft gekregen: Bram Moszkowicz wordt de nieuwe leider van de oud-PVV’ers die zich hebben verenigd in de groep Bontes/Van Klaveren. Kortom, dit is voor Zijlstra het moment om de PVV aan te vallen met een rechts verhaal over illegalenaanpak.

Hij nam bewust het risico van een breuk in het kabinet. Het kon hem eigenlijk niet zoveel schelen. De PvdA ligt electoraal op haar rug, kan nu geen crisis gebruiken en zou dus wel inbinden.

Maar Zijlstra vergiste zich in de gevoelswaarde van de woorden ‘bed, bad en brood’ bij het grote publiek.

Met het Regeerakkoord in de hand wenste Zijlstra niet opnieuw toe te geven aan de PvdA, die leek voor te sorteren op alweer een nieuwe pardonregeling. Vandaar Zijlstra’s verzet tegen ‘bed, bad en brood’ voor afgewezen asielzoekers die niet braaf meewerken aan hun uitzetting.

Medemenselijkheid

Maar zeker tegen de achtergrond van de circa 1.800 immigranten die sinds begin dit jaar in de Middellandse Zee om het leven kwamen, is sobere hulp aan illegalen voor de doorsnee-Nederlander gewoon een kwestie van medemenselijkheid.

‘Bed, bad en brood’ – daar kan eigenlijk niemand op tegen zijn. ‘Die drie woorden, dat is heel gewiekst geframed door de PvdA,’ zegt een CDA-strateeg.

Daardoor kan Zijlstra de ‘bed, bad, brood’-crisis niet winnen. Hij verliest op punten van de PvdA en hij riskeert dat Geert Wilders op volle kracht terugkeert in het electorale strijdperk met de VVD.

VVD-erelid Hans Wiegel meldt per telefoon – ‘vanuit de automobiel onderweg naar Friesland’ – dat hij er niet vrolijk van wordt. ‘In de politiek moet je minstens drie zetten vooruitdenken,’ stelt hij vast.

Glashelder

Zijlstra is volgens Wiegel te haastig geweest. ‘Als je een crisis begint, moet je weten hoe je die beëindigt.’

Wiegel: ‘Dezelfde fout als bij de vorming van dit kabinet. Te snelle onderhandelingen, ondoordachte compromissen. Het Regeerakkoord was op dit punt glashelder: krachtig uitzettingsbeleid. Maar telkens knabbelt de PvdA er toch weer iets vanaf, en de VVD laat het gebeuren. We kopen weer een illusie, namelijk dat die uitgeprocedeerde vluchtelingen vrijwillig het land zullen verlaten.’

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.