nederland

Wil Prakken-de Weerd (1921-2015): een zorgzame regelaar

Door Gerlof Leistra - 28 april 2015

Tot in de negentig bleef Wil Prakken-de Weerd zelfstandig. Ze regelde haar eigen thuiszorg en was geestelijk nog volledig bij de tijd.

Hoewel haar ogen haar in de steek lieten, bleef Wil schrijven: gedichten en korte verhalen, vaak over de oorlog, haar jeugd en haar kleinkinderen. Wil Prakken-de Weerd – net ­weduwe en moeder van drie kinderen – overleed op zaterdag 18 april, vijf uur nadat ze was verhuisd naar een hospice.

Als dochter van een predikant in het Drentse Klazienaveen leerde ze wat naastenliefde was en groeide op met het Woord. ‘Bij ons thuis draaide alles om taal,’ zei Prakken-de Weerd dit jaar nog in een interview over het boek Delden terug naar toen, waarin ook vier gedichten van haar staan.

Geld om door te leren was er niet voor de zevende in een gezin van acht. Vanaf 1940 werkte Prakken-de Weerd als kinderverpleegster in Groningen. Ze hielp er Joodse kinderen uit kamp Westerbork die met ­dysenterie waren opgenomen. Maar ze moest ook Duitse soldaten helpen.

Zonder helm en uniform waren het voor haar gewone jongens. Haar latere man Harry was kinderarts in opleiding en werkte naast zijn stage in het ziekenhuis illegaal in een noodhospitaal, tot hij door de Duitsers werd opgepakt. Ook Prakken-de Weerd werd verhoord. Beiden overleefden de oorlog.

Sterke persoonlijkheden

Na de oorlog assisteerde ze haar man in diens praktijk in Hengelo als kinderarts en regelde alles, vertelt zoon Jan (65), apotheker in Groningen. Toen hij in 1982 stopte, had Prakken-de Weerd eindelijk meer tijd om te schrijven. De gedichten zijn gevoelig en in heldere taal geschreven.

Wil en haar man Harry waren sterke persoonlijkheden: in hun 68-jarige huwelijk konden ze niet zonder elkaar, maar vlogen ze elkaar ook geregeld in de haren. ‘Mijn moeder was intens betrokken bij ons en de wereld om haar heen, maar kon met haar mening ook vasthoudend zijn.’

Van jongs af aan speelde ze orgel en pia­no. Haar kinderen bracht ze in contact met jazz en klassieke muziek. Ook leerde ze hun koken. Terwijl het gezin in Friesland ging zeilen, regelde zij alles in hun vakantiehuis.

Al in de jaren vijftig van de vorige eeuw kampeerde het gezin in Europa. Ze volgde tot op het laatst het nieuws, las graag en bewonderde het werk van onder anderen de dichteres Vasalis.

Via de thuiszorg kwam Annemarie (52) de laatste drie jaar veel bij haar over de vloer. ‘Ze was geestelijk ont­zettend scherp en had een fotografische geheugen. Ze wist alle telefoonnummers uit haar hoofd. Een enorme doorzetter. Ze vertelde veel over haar ervaringen in de oorlog.’

Juli 2014 overleed haar man, 97 jaar oud. Voor haar drie kinderen bleef zij tot het laatst de zorgzame en dominante moeder. Trots vertelde ze over hun werk. Dochter Marian is kunsthistorica in Wenen, dochter Elsbeth jeugdbibliothecaresse in het Drentse Roden.

Elsevier nummer 18, 2 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.