nederland

Dwalen door de ongewoon stille gangen van het Europees Parlement

Door Jelte Wiersma - 26 mei 2015

De stilte tijdens de ‘groene week’, als de parlementariërs Brussel hebben verruild voor Straatsburg, is bedrieglijk.

Annette van der Vlies (47) uit Sliedrecht draagt gewoonlijk een broekpak voor haar werk in het Europees Parlement in Brussel, maar op deze donderdag heeft ze een geruite bloes, spijkerbroek en gympen aan. Het is namelijk ‘groene week’.

Dat betekent dat de 751 europarlementariërs en zo’n 2.000 medewerkers in het Franse Straatsburg zijn. Door zowel belastingbetalers als europarlementariërs  een gehaat fenomeen. Het kost per jaar 180 miljoen euro en is onpraktisch. Maar er is ook een andere zijde.

De achterblijvers in Brussel vinden deze week fijn. Niet alleen kunnen pakken en dassen in de kast blijven, maar ‘je wordt ook niet gestoord en kunt doorwerken,’ zegt Van der Vlies.

Ze werkt sinds 2008 voor europarlementariër Wim van de Camp (CDA). Door zijn afwezigheid en die van zijn andere medewerker is Van der Vlies tijdens de groene week alleenheerser over het kleine kantoor.

Stemlijsten

Van der Vlies en honderden andere medewerkers blijven achter in Brussel, omdat de kamertjes in Straatsburg nóg kleiner zijn. Het is in Brussel dan ook minder stil dan de lege gangen doen vermoeden. Omdat er geen vergaderingen zijn, wandelen er nauwelijks mensen rond.

Maar in de kantoortjes wordt gewerkt. Medewerker Jos van den Akker (33) van CDA-fractievoorzitter Esther de Lange zegt: ‘Vooral de stemlijsten zorgen voor veel werk.’ De parlementsleden 450 kilometer verderop worden vanuit Brussel geïnstrueerd over honderden moties en amendementen waarover wordt gestemd.

Die lijsten veranderen tot het laatste moment. Om te voorkomen dat hun baas per ongeluk anders stemt dan hij of zij wil, geven de achterblijvers aan of die voor of tegen moet stemmen. ‘Wij zitten dan tot ’s avonds laat te ploeteren,’ zegt Van den Akker. De stilte in Brussel tijdens de groene week is bedrieglijk.

Elsevier nummer 22, 30 mei

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.