nederland

Klaver en vijf andere snotneuzen van Den Haag

Door Eric Vrijsen - 20 mei 2015

De jonkies stelen met jeugdig elan de show in Den Haag. Ze hebben lef en door dealtjes met niet-partijgenoten relativeren ze de partijpolitiek. GroenLinks’ nieuwe ster Jesse Klaver is de oppersnotneus; vijf anderen doen niet voor hem onder.

Jesse Klaver (GroenLinks) zit thuis televisie te kijken. Brandpunt doet verslag van de hoorzitting in de Tweede Kamer over de topsalarissen van bankiers. Klaver, nog net 28 jaar, ziet zichzelf terug als criticus van de commissarissen van ABN AMRO, ING en Aegon met het citaat: ‘Ik vind dit stuitend!’ Meteen komt KRO-anchorman Fons de Poel (60) met de uitsmijter: ‘Snotneus. Dit was Brandpunt, goedenavond.’

Klaver roept naar zijn vrouw Jolein, die verderop in huis de was staat op te vouwen: ‘Ze noemen me snotneus.’ Zij verzucht: ‘Dan is er eindelijk iemand die je doorheeft.’

Maar zo makkelijk komt De Poel er niet mee weg. Tv-kijkers ergeren zich aan de kwalificatie ‘snotneus’ voor het Kamerlid dat de bankiers te grazen durft te nemen. Ook de KRO valt over De Poel heen. Zijn excuses komen te laat. Na jaren trouwe dienst moet hij weg als Brandpunt-presentator.

Volkomen onnodig. In de politiek betekent ‘snotneus’ dat je jong bent en brutaal. Dat je het podium betreedt met veranderingsgezinde ideeën, die je met nieuwe methoden doordrukt. Snotneus is geen belediging. Integendeel, het is een geuzentitel.

Jesse Klaver lijdt ook geenszins onder de diskwalificatie. Vorige week schoof GroenLinks hem naar voren als politiek leider.

Gotspe

Een paar weken na het incident doet zich weer zoiets voor. Opnieuw houdt de Kamer een hoorzitting, nu over de aanbestedingsprocedures in het openbaar vervoer. SP-Kamerlid Farshad Bashir (27) krijgt het aan de stok met bestuurslid dr. Henk Don (60) van de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Bashir vraagt hem op de man af waarom de ACM een belangrijk document over het schandaal rond de aanbesteding van het Limburgse spoorvervoer liet lekken. Don is niet blij en ontkent stellig. Andere Kamerleden stuiven op. Hoe durft Bashir deze impertinente vraag te stellen aan de heer Don, voormalig hoogleraar econometrie en directeur van het Centraal Planbureau! Een ontoelaatbare beschuldiging! Het vertrekkende CDA-Kamerlid Sander de Rouwe toont zich ontstemd. Ex-VVD’er Johan Houwers hekelt Bashir als ‘niet hoffelijk’.

Dat vindt Bashir dan weer een gotspe: ‘Houwers moest vorig jaar weg uit de Kamer wegens gerommel met zijn hypotheek. Onlangs keerde hij terug, ook al werd hij uit de VVD gezet. En hij wil mij de les lezen! Nou ja zeg, hypotheekfraude, dat is hoffelijk! Tijdens die hoorzitting dacht menigeen in de commissie dat de ACM het document had gelekt. Ik benoemde het gewoon. Door ernaar te vragen, kon Don zich verdedigen.’

De beeldbepalende figuren in het parlement zijn routiniers. Geert Wilders (PVV) heeft er al meer dan 6.000 dagen in de Kamer opzitten. Sybrand van Haersma Buma (CDA) en Diederik Samsom (PvdA) bijna 5.000. Alexander Pechtold (D66) en Emile Roemer (SP) ruim 3.000. Halbe Zijlstra (VVD) haalt bijna 2.500 dagen.

Het dagelijkse parlementaire handwerk wordt verricht door nogal onbekende dertigers, veertigers en vijftigers. De meesten zouden wel wat vaker in de media willen verschijnen, maar ze weten hoe het toegaat op het Binnenhof en ze hebben hun draai er min of meer gevonden.

Duiventil

Het gros is relatief nieuw. De verkiezingen volgen elkaar snel op met heftige schommelingen tussen partijen. Binnen de partijen ontstaan strubbelingen die de kandidatenlijsten opschudden. Het resultaat is een Kamer die voortdurend wordt doorgespoeld. Het parlement als duiventil. Veel leden zijn na een paar jaar weer weg.

‘Het grappige is: ik behoor tot de veertig meest ervaren leden,’ zegt de 27-jarige Bashir (SP). ‘Er zijn er 110 met minder Kamerervaring dan ik. Best ernstig, eigenlijk.’

Bashir zit in de kopgroep van twintigers en dertigers die met jeugdig elan geregeld de show stelen: de lefgozertjes van het Binnenhof. Ze prikkelen de oude garde. Ze hebben minder invloed dan de fractieleiders en de aloude routiniers, maar iedereen houdt ze in de gaten. Want de politieke vernieuwing, de stijlverandering, de trends komen van deze ‘jonkies’.

En wat opvalt: ze generen zich niet voor het geluid van de straat. Bashir maakt al in zijn eerste Kamerperiode een groot punt van het ontbreken van wc’s in stoptreinen van de NS. ‘Je kunt in treinen internetten, maar niet plassen.’

Dat komt hem in de wandelgangen op kritiek te staan. Je spreekt in ’s lands vergaderzaal nu eenmaal niet over wc’s. Maar Bashir houdt stug vol en dreigt met een motie van wantrouwen. Er worden grapjes gemaakt over zijn ‘motie van pissigheid’. Maar uiteindelijk zwichten de bewindslieden en de NS. Het duurt nog een paar jaar, maar alle treinen krijgen een wc. Lef loon.

Asielbeleid

‘Ik zit bijna vijf jaar in de Kamer,’ zegt Malik Azmani (VVD, 39). ‘Eerst deed ik sociale zaken; sinds Rutte II asielbeleid. Ik merkte dat de Kamer in rondjes draaide. Voorspelbare retoriek over bijzaken. De ene keer wilde Partij A een onsje meer van dit; dan wilde de Partij B juist een onsje minder van dat. Zo werd het asielbeleid in de lucht gehouden. Nou, daarvoor zit ik niet in de politiek.’

Op zondag 22 maart plaatst hij zijn migratienota op internet. Géén asielzoekers meer toelaten tot Europa, maar ze opvangen in de regio van de landen van herkomst.

Hierop volgt de gebruikelijke verontwaardiging. De hoogleraren migratierecht en andere partijen vallen over hem heen: ‘Verwerpelijk en onuitvoerbaar.’ De Volkskrant interviewt Azmani en tekent er prikkeldraad omheen. ‘Dit is geen oprisping van een tamelijk anonieme volksvertegenwoordiger op zoek naar de schijnwerpers,’ licht de krant toe. ‘Er is in de partijtop over nagedacht. Er is sprake van een strategie. De vraag is alleen: welke strategie?’ Andere kranten weten het antwoord al: de VVD sorteert voor op rechts.

Azmani glimlacht erom: ‘Ridicuul. Was mijn voorstel een electorale proefballon, dan liet ik hem vóór de Statenverkiezingen op, in plaats van twee weken erna.’ Er waren ook malicieuze aantijgingen. Niet leuk om als vers Kamerlid dit allemaal over je heen te krijgen. ‘Maar ook de critici weten dat het gelijk mijn kant op komt. In de wereld zijn 52 miljoen mensen op de vlucht. Tweederde van de één miljard Afrikanen is jonger dan 25 jaar en zoekt elders een toekomst. Die mensen kunnen we niet herbergen.’

‘Ik was het absoluut niet eens met het voorstel van Malik Azmani, maar ik vond wel dat hij dit knap agendeerde,’ zegt Klaver (GroenLinks). Opvallend is dat CDA-leider Sybrand Buma het VVD-pleidooi grotendeels overneemt in een motie die hij diezelfde week met D66-collega Alexander Pechtold indient.

Een opzetje om VVD-premier Mark Rutte uit zijn tent te lokken. Omarmt Rutte de motie, dan escaleert een conflict tussen VVD en PvdA. Haagse schijnbewegingen. Snotneuzen vinden dat bijzaak. Al glundert Azmani dat ‘CDA en D66 mijn nota overnamen’.

Dealtjes

‘Let altijd op je draagvlak,’ zegt Henk Nijboer (32). Van de zes jonkies is hij de machtigste: financieel woordvoerder van regeringspartij PvdA. Nijboer staat bekend als iemand die veel voor elkaar bokst door dealtjes met niet-partijgenoten.

Op 19 maart staat hij in het kabinetsvak van de plenaire zaal om het initiatiefwetsontwerp voor de regelgeving rond kredietunies te verdedigen. Het gaat om leningen aan bedrijven die niet bij banken terechtkunnen. Nijboer doet het met verve. Als hij met zijn blozende wangen niet zo’n kwajongen leek, zou je zeggen: hier staat een volleerd bewindsman. PvdA-minister Bert Koenders komt toevallig voorbij lopen en kijkt verbaasd. Wie is dit? ‘Da’s er eentje van jullie,’ luidt het antwoord.

Het wetsontwerp is eigenlijk een initiatief van de CDA’ers Eddy van Hijum en Agnes Mulder. Maar Van Hijum werd gedeputeerde en Mulder vroeg Nijboer of hij mee wilde doen. Waarom hij? ‘Ik werk met iedereen samen,’ zegt het PvdA-Kamerlid. ‘Ik had de CDA-collega’s destijds al gecomplimenteerd met hun wet. Kennelijk bleef mijn enthousiasme hangen, want het CDA liet me de rol van Van Hijum overnemen.’

Dit illustreert hoe de jonge garde de partijpolitiek relativeert. ‘Je zit hier om dingen te bereiken die goed zijn voor het land,’ zegt Nijboer. ‘Samen met niet-partijgenoten moet je dingen doen. Het is een Haagse reflex om alles af te doen als partijpolitieke profileringsdrang. Ik vind dat gemakzuchtig. Als je op die manier een voorstel neersabelt, ontsla je jezelf van de plicht om er inhoudelijk op in te gaan. Dat vind ik onjuist.’

Af en toe lijkt het of de jonkies elkaar de bal toespelen. Zo steunde Nijboer de pogingen van Klaver om de Franse econoom Thomas Piketty naar het Binnenhof te halen. Omgekeerd steunde Klaver het initiatief van Nijboer tot een hoorzitting over ‘sprinkhanen’ die gerenommeerde bedrijven ruïneren. Nijboer: ‘Je moet hier op het Binnenhof niet naïef zijn, maar er zijn altijd meer partijen met goede ideeën. Ik overleg met iedereen. Het doel is hier om 76 handen omhoog te krijgen en ik kan er 36 van de PvdA inbrengen.’

Giftig

Heel voorzichtig schemert er in de gedragingen van de snotneuzen iets door van een alternatief businessmodel voor Den Haag; een stelsel waarin aloude partijen en leiders vervagen, ten gunste van aansprekende persoonlijkheden die live en via sociale media in direct contact staan met hun kiezers. Zouden klassieke bewindslieden daarom zo giftig reageren op de snotneuzen?

In 2014, vlak voor het laatste zomerreces trekt Sjoerd Sjoerdsma (D66, 33) ten strijde tegen PvdA-minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken). Hij verwijt hem onvoldoende te doen voor de vrede in Sudan. Sjoerdsma kent dit land goed, want hij heeft er als diplomaat gewerkt voor het ministerie waarover Timmermans inmiddels de scepter zwaait. Sjoerdsma stelt dat Nederland als instigator van het vredesverdrag de zaken in Sudan nu te veel op zijn beloop laat. Timmermans is des duivels: ‘Bullshit!’

Na de zomervakantie sleept de controverse zich voort. Dan gaat het vooral over de nasleep van de MH17-ramp. Sjoerdsma trekt op met CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt en drijft de betrokken bewindslieden geregeld in het nauw. Niet door oppositionele stellingnames en verontwaardiging, maar door intelligent doorvragen op eerdere antwoorden van de ministers.

‘Ik zie het ook bij anderen,’ zegt Sjoerdsma, ‘de Kamer pikt de halve antwoorden niet langer. In allerlei procedures merk je dat het nieuwe instrument is: doorvragen. Vandaar dat er ook zo veel hoorzittingen worden gehouden. Peuteren levert meer op dan afwachten.’

Van de nieuwkomers trad Martijn van Helvert (CDA, 37) als allerlaatste toe. Op dinsdag 12 november 2014 is hij geïnstalleerd. Hij zal geleidelijk de rol van CDA-verkeerswoordvoerder De Rouwe overnemen. Op donderdag zal hij beginnen als toehoorder van een ‘wetgevingsoverleg’ met minister Melanie Schultz (VVD). De voorzitter en de vicevoorzitter van de Vaste Kamercommissie blijken verhinderd.

‘Laat mij maar voorzitten, want als toehoorder val ik toch in slaap en ik wil graag alle namen leren van mijn collega’s,’ roept hij. Even later zit hij naast de minister en maakt een grap: ‘Mag ik heel even een selfie van ons maken, dan kan ik die aan mijn moeder sturen.’ De minister glimlacht.

Frankrijk

Een week later zit hij in de CDA-fractievergadering en worden de cijfers van Maurice de Hond besproken. Het CDA stijgt in de peilingen twee zetels. ‘En ik zit hier nog maar een week,’ glorieert Van Helvert. Zijn fractiegenoten schudden het hoofd en mompelen: ‘Who the hell is Van Helvert?

Van Helvert doet of hij het niet hoort en knalt zijn oprisping via Twitter de wereld in. Een paar weken nadien loodst hij een motie door de Kamer die staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA) dwingt tot overleg in Parijs met de top van Air France-KLM over de positie van Schiphol en de KLM. Daarop wordt Van Helvert beleefd, doch tamelijk dwingend uitgenodigd in de residentie van Laurent Pic, de Franse ambassadeur. De diplomaat maakt zich zorgen om Van Helverts anti-Franse toon.

‘Ach,’ zegt het nieuwe Kamerlid, ‘mijn vrouw is lerares Frans. Zij vertaalt mijn inbreng in de KLM-kwestie in het Frans. Ik stuur dan alles naar de Parijse media.’ Zo dringt de kritiek van de CDA-snotneus door tot in de hoogste Franse regeringskringen. Van Helvert constateert monter dat hij zo in Den Haag bereikt wat hij bereiken wil: ‘Het kabinet kan nu niet meer zeggen dat Parijs zich er toch niks van aantrekt.’

En hoe verweerde hij zich tegen de ambassadeur? ‘Heel correct. Ik zei alleen kritische vragen te stellen over Air France, want ik vind Frankrijk fantastisch en de wijn uitstekend; dat laatste ook niet altijd. En ik vroeg wanneer de Tour naar Limburg komt.

Elsevier nummer 21, 23 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.