nederland

Onderzoek liquidaties: geen bewijs door afschaffen bewaarplicht

Door Shari Deira - 01 mei 2015

Dat de bewaarplicht van telefoon- en internetgegevens is afgeschaft, belemmert ‘in ernstige mate’ het onderzoek naar een reeks liquidaties in Amsterdam. Het Openbaar Ministerie vreest dat volgende liquidatiezaken niet worden opgelost.

Officier van Justitie Jeroen van Berkel, die liquidatiezaken in en rond Amsterdam coördineert, en hoofd Opsporing Hanneke Ekelmans van de Amsterdamse recherche zeggen dat vrijdag in de Volkskrant. Vijf vragen en antwoorden.

1. Wat is er precies aan de hand?

Op 11 maart stelde een kortgedingrechter in Den Haag de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens buiten werking. Het kortgeding werd aangespannen door diverse organisaties, zoals Privacy First, journalistenvakbond NVJ en de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten.

De wet over de bewaarplicht van telecomgegevens verplichtte aanbieders van telefoon- en internetdiensten de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers op te slaan. Het gaat dus niet om de inhoud van gesprekken, maar om het tijdstip en de locatie waar het telefoontje is gepleegd, en met welk nummer er is gebeld.

2. Waarom zijn de telecomgegevens nodig?

De gegevens zijn vooral nodig in zaken zoals de reeks liquidaties in Amsterdam. ‘Zonder zulke data wordt het heel moeilijk, zo niet onmogelijk, het netwerk van deze verdachten in kaart te brengen,’ zegt Van Berkel tegen de krant.

In deze zaken proberen verdachten zoveel mogelijk te verbergen. ‘In de liquidatiezaken worden we geconfronteerd met zwijgende verdachten die er alles aan doen om buiten het zicht van de politie te blijven. Dan zijn de communicatiedata voor de opsporing cruciaal.’

3. Wat was het bezwaar tegen de wet?

De organisaties die het kortgeding aanspanden vonden dat de wet een inbreuk was op de privacy. Privacy First vond dat door de bewaarplicht iedere Nederlander een potentiële verdachte is. Het Europese Hof van Justitie bepaalde vorig jaar dat het opslaan van communicatiegegevens van iedereen – zonder concrete verdenking – een zware aantasting van de privacy is en niet is toegestaan.

Het is overigens niet zo dat het OM de data van iedereen zomaar kon opvragen. Dat is alleen mogelijk als de verdenking zo ernstig is, dat een voorlopig hechtenis is te rechtvaardigen.

4. Zijn er voorbeelden van zaken, waarbij telecomgegevens een belangrijke rol speelden?

Het OM heeft nu een lijst opgesteld van honderddertig zaken waarbij communicatiedata cruciaal zijn geweest voor een veroordeling. Het gaat niet om kleine vergrijpen, maar om ernstige delicten zoals moord, verkrachting, mensenhandel en afpersing.

Een voorbeeld is de zaak van Benaouf A., die werd veroordeeld in de Amsterdamse ‘Mocrowar‘ tot tien jaar cel. De bewijslast bestond grotendeels uit mast- en telecomgegevens, gegevens van camera’s die autolocaties bepalen en internetverkeer over de huur van (vlucht)auto’s.

5. Wordt de wet weer in werking gesteld?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie liet in maart weten het vonnis van de rechter te betreuren en wil de wet zo snel mogelijk wijzigen op zo’n manier dat de bewaarplicht overeind blijft. Ook het ministerie maakte zich zorgen over de gevolgen van het vonnis van de rechter.

In de aanpassing van het ministerie wordt voorgesteld om de rechter te laten beoordelen of communicatiegegevens mogen worden vrijgegeven. Van Berkel zegt dat de bekrachtiging van deze wet nog lang gaat duren. ‘Tot die tijd worden wij ernstig in de opsporing gehinderd.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.