nederland

Op naar één EU-belasting, ondanks Nederlands verzet

Door Jelte Wiersma - 04 mei 2015

Nederland behoort tot grootste opponenten Europese belasting. Toch gaat het die kant op. ‘Dit raakt de kern van de soevereine staat.’

De Nederlandse contributie aan de Europese Unie wordt met terugwerkende kracht waarschijnlijk nog eens 200 miljoen euro hoger, zo waarschuwde minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA) van Financiën vorige week. Vorig jaar moest al 642 miljoen euro extra worden betaald. Dit soort naheffingen kan op termijn wel eens verdwijnen.

Alles binnen de Brusselse instituties is gericht op het creëren van Europese belastingtarieven, -regels en uiteindelijk eigen belasting­inkomsten. In ruil daarvoor zou de contributie van de 28 Unielanden kunnen worden afgeschaft. Ondanks het verdwijnen van de naheffingen is Nederland hiertegen, want voor ons land pakt bijna elk alternatief nóg nadeliger uit.

De Unie mag tot en met 2020 jaarlijks 137 miljard euro uitgeven. Nederland betaalt zo’n 6,5 miljard euro per jaar: 2 miljard euro vaste contributie, die voor het eerst in 2020 weer naar boven of beneden wordt bijgesteld; daarnaast wordt ongeveer 4,5 miljard betaald op basis van de omvang van de economie.

Dat bedrag wordt met terugwerkende kracht lager of hoger. Dat hangt af van de definitieve cijfers over de omvang van de Nederlandse economie ten opzichte van andere Unie-landen. En Nederland betaalt een deel van de btw-inkomsten aan Brussel: in 2012 257 miljoen euro.

Stutten

De Europese Commissie heft dus via een omweg al belastingen. Maar de Commissie wil meer. In januari gaf de Franse socialistische Commissaris voor Begrotingen Pierre Moscovici een lezing in Brussel waarin hij pleit voor Uniebelastingen.

Dat geld moet worden gebruikt om de euro te stutten en een Europese defensie én een intern veiligheidsorgaan op te zetten. ‘Dit raakt de kern van de soevereine staat,’ zegt Dennis de Jong (59), SP-europarlementariër.

De Commissie probeert al lang meer directe inkomsten te verwerven. Het is een uitvoerend orgaan dat in opdracht van de Unielanden werkt, maar het ziet zichzelf graag als Europese regering. Om dat te voorkomen, is in het Verdrag van Lissabon – de spelregels van de Unie – vastgelegd dat belastingheffing een zaak is van de landen.

Maar ook de Poolse voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad – de regeringsleiders van de Unielanden – raakt enthousiaster over Europese belastingen. Hij kreeg twee weken geleden een presentatie annex cursus waarin hem door zijn eigen ambtenaren werd verteld dat Unie­belastingen, eurobonds én een ruimer Commissiebudget onvermijdelijk zijn.

Steeds moeilijker

Zonder Europees economisch bestuur is de muntunie onhoudbaar, concluderen zij. En vooral armere Unielanden willen graag Brusselse belastingen – die moeten immers vooral de rijkere landen opbrengen.

De belastingvrijheid van Unielanden is al sinds de jaren zestig ingeperkt. Zo mag de btw niet lager zijn dan 15 procent en in een paar uitzonderlijke gevallen 5 procent. En profiteren van lagere btw-tarieven in Unielanden wordt steeds moeilijker. Bedrijven verkochten spullen via Luxemburg, want die hebben met 17 procent het laagste btw-tarief.

Om de goederen daarna per post naar landen als Nederland (21 procent btw) te sturen. Deze btw-concurrentie was goed voor Luxemburg en consumenten, maar is onder druk van grote landen recent verboden. Europees is vastgesteld dat de btw moet worden betaald van het land waar wordt geconsumeerd.

Kleine landen

Daarnaast proberen Duitsland, Frankrijk en Italië met het Europees Parlement en de Commissie  belastingafspraken door landen met bedrijven tegen te gaan. Het doel: belastingcompetitie tussen Unielanden ‘tackelen’ en voorsorteren op één methode én één Europees belastingtarief voor bedrijven.

Voor kleine landen als Nederland, Ierland en Luxemburg is belastingconcurrentie een van de weinige manieren om niet-Europese bedrijven binnen te halen. Zij ontberen het voordeel van een grote thuismarkt én hebben te weinig geld om – zoals Duitsland doet – bedrijven te subsidiëren.

Krachtige strategie

Vijftien jaar geleden wist onder meer Nederland een aanval van grote landen en de Commissie op belastingconcurrentie af te slaan, nu is dat minder zeker. ‘Bijvoorbeeld Ierland heeft een krachtige strategie ontwikkeld om zijn belangen te verdedigen. Dat moet Nederland ook doen,’ zegt Marnix van Rij (54), voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs en partner van Ernst & Young.

Maar de Tweede Kamer is verdeeld. Een deel wil af van de belastingconcurrentie en is vóór Europese regels. Ook regeringspartij PvdA is daar niet tegen.

Hoe het ook loopt, één ding is zeker: de Nederlandse kosten van het Unielidmaatschap worden sowieso hoger – om te beginnen eind dit jaar als Dijsselbloem 200 miljoen extra moet betalen.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.