nederland

Wouter Paardekooper: ‘Ik ben toch een echte atlanticus’

Door Liesbeth Wytzes - 01 mei 2015

Vanaf 20 mei is Wouter Paardekooper (49) president van AmCham, de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland. Graag een rode loper voor Amerikaanse bedrijven.

De Amsterdamse vestiging van het internationale advocatenkantoor Baker & McKenzie ziet er van buiten (gevel bekleed met rood graniet) noch van binnen Nederlands-bescheiden uit. Je moet een brede marmeren trap op om je uiteindelijk, nederig, te kunnen melden bij de receptie.

Maar, zegt advocaat, fiscalist en partner Wouter Paardekooper, dit is juist een heel meritocratisch kantoor. ‘Je afkomst doet er niet toe. Het gaat om je vaardigheden en je prestaties.’

Paardekooper, getrouwd met een juriste en vader van drie jonge kinderen, is vanaf 20 mei de nieuwe voorzitter van AmCham, de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland. Daar was hij, als belastingexpert, al vijf jaar voorzitter van de belangrijke tax committee, de commissie voor fiscale kwesties. Hij zal een dag per week aan AmCham besteden.

IJskoud

Baker & McKenzie is van oorsprong een Amerikaanse firma, en daarom wilde Paardekooper, blauw pak, wit overhemd, er in 1990 gaan werken. Hij groeide op in Valkenswaard. Op zijn zeventiende ging hij in het kader van een uitwisselingsprogramma een jaar naar een high school in ijskoud Minnesota.

‘Daar is de kiem gelegd van mijn liefde voor dat land. Ik kwam in een bijzonder gezin terecht; nogal Europees. Die man had een bijzondere baan: hij was directeur van een foundation, een fonds. Hij moest de rendementen van dat fonds elk jaar aanwenden voor de gemeenschap. Dat fenomeen kende ik niet, en dat is echt een hele industrie geworden: mensen die voor hun werk geld weggeven.

‘Ik vond het fascinerend om te zien hoe hij daarmee bezig was. En als je daar woont, vrienden maakt, krijg je toch een andere kijk op de dingen. Na dat jaar kwam ik vol energie terug en het heeft eigenlijk mijn hele leven richting gegeven.’

Geen zesjescultuur

Zo’n enorm invloedrijk land als Amerika kan irritatie opwekken. ‘Soms sta je er verder vanaf en soms weer dichter bij. Maar ik ben toch een echte atlanticus. Ik vind dat ongebreidelde positivisme, dat geloof in eigen kunnen, de ambitie om er zo veel mogelijk uit te halen, heel leuk.

‘Dat is echt de cultuur daar, ook in het onderwijs. Geen zesjescultuur. Ik probeer mijn eigen kinderen ook zo op te voeden. Ik wil graag dat ze ontdekken wat ze leuk vinden en ze stimuleren om daar zo goed mogelijk in te worden. Er zit zo’n veerkracht in dat land. De echt grote innovatieve bedrijven komen uit Amerika.’

Mooie combinaties

Paardekooper studeerde fiscaal recht in Tilburg. De meeste mensen trekken wit weg als het over belastingen gaat, maar Paardekooper niet.

‘Ik dacht juist: daar wil ik alles van weten. Ik heb die studie gekozen omdat het een mooie combinatie is van rechten en economie, van de woorden en de cijfers. Dat die fiscaliteit steeds belangrijker zou worden in mijn loopbaan, kon ik toen niet weten. Ik vind het heel erg leuk om te zien hoe de fiscaliteit ingrijpt in de operaties van grote bedrijven. En ik wil er graag voor zorgen dat die fiscaliteit geen obstakel vormt.’

Hij vindt belasting betalen een goed concept, in tegenstelling tot sommige cliënten uit Arabische landen, waar geen belasting wordt geheven.

‘Die vinden het wel eens ingewikkeld. Maar in essentie is het een goed idee. We dragen allemaal wat bij en samen spreken we af dat we ziekenhuizen en scholen bouwen en wegen aanleggen. Als een heel grote vereniging van eigenaren. Al zou het misschien goed zijn als het soms wat duidelijker is wat je precies bijdraagt.’

Belastingvoordelen

Het moet natuurlijk niet te veel worden. Zo komen we op een van de grote onderwerpen die Paardekooper als president van AmCham zal bezighouden. AmCham werd opgericht in 1961 en leidde decennialang een rustig bestaan.

Van de 1.800 Amerikaanse bedrijven die in Nederland zijn gevestigd, zijn er 400 lid van AmCham, waaronder alle bekende namen als IBM, Boeing, Microsoft en ExxonMobil. AmCham behartigt de belangen van die bedrijven in Nederland.

Op dit moment zijn die belangen vooral gericht op de zogeheten ‘fiscaliteit’. Het zal weinig mensen zijn ontgaan dat er veel protest is tegen de belastingvoordelen die multinationals in Nederland – maar niet alleen daar – genieten.

Die worden voor je ’t weet voor graaiers uitgemaakt, onder het motto: hallo, wíj gewone mensen met een gewoon inkomen betalen tot 52 procent belasting, en die enorme bedrijven met hun enorme winsten zouden zich daar dan met behulp van slimme advocaten en fiscalisten onderuit weten te draaien?

Stabiel

Paardekooper wil heel graag ‘het AmCham verhaal’ vertellen, en zet zijn woorden kracht bij door herhaaldelijk op tafel te slaan tijdens zijn betoog.

Het zit zo. ‘Nederland is altijd een heel goed land geweest om in te investeren. Door de ligging, de goed opgeleide beroepsbevolking, het stabiele politieke klimaat. En de fiscaliteit speelt daarin een grote rol, al is het niet de enige reden. Maar het is wel een belangrijke reden waarom bedrijven hiernaartoe komen.

‘Andere landen hebben dat succes gezien en ons systeem tot op zekere hoogte geko­pieerd. In Ierland bijvoorbeeld is een heel laag tarief geïntroduceerd: daar is het tarief voor de vennootschapsbelasting 12.5 procent. Bij ons is het 25 procent. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze in 2011 echt de rode loper uitgerold voor bedrijven en zelfs folders gemaakt om hen van harte welkom te heten. We’re open for business. Ook daar is een laag belastingtarief ingesteld en zijn allerlei vervelende obstakels weggenomen.’

We worden dus ingehaald. Het gevolg is dat we dreigen achter te raken als interessant investeringsland voor multinationals. De publieke antigraai-opinie werkt ook niet echt in hun voordeel.

Slinks

Net zo min als de discussie rond multinational Starbucks, dat via slinkse wegen zijn winst zodanig zou verlagen dat er maar een schijntje belasting over hoeft te worden betaald, wat nu wordt onderzocht door de Europese Commissie. ‘Er zit weinig nuance in de discussie en ik vind dat er te weinig aandacht is voor al het goede dat die bedrijven naar Nederland brengen. En dat zijn vooral banen.

‘We hebben het hier niet over brievenbusfirma’s. De Amerikaanse investeerders zijn heel erg goed voor de reële economie: ze zorgen voor echte banen. En dan heb je het over 250.000 banen, directe banen. Met indirect werk kom je op een totaal van 450.000 banen. Bovendien zijn dat hoogwaardige banen en wordt er kennis uit het buitenland geïmporteerd. Daar hebben we echt iets aan.’

Hij noemt chemisch bedrijf Dow, dat een fabriek heeft in Zeeland, Google dat een groot datapark gaat bouwen, Nike in Hilversum, Coca-Cola in Boxtel.

Geen onaangename verrassingen

Paardekooper zal niet doen alsof de kritiek over fiscaal riante regelingen pure flauwekul is. Maar hij wil het wel graag uitleggen. ‘Bedrijven willen dat de zaken met de fiscus goed zijn geregeld; geen onaangename verrassingen achteraf. Het is dus belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt. Dat zijn de zogenoemde rulings: goede, duidelijke fiscale afspraken voor de lange termijn.

‘Bedrijven willen zekerheid. Dan weten ze: de komende zo veel jaar word ik op deze manier belast. Winst en omzet variëren natuurlijk nogal eens.

‘In Nederland kennen we het principe van horizontaal toezicht: dan ben je als bedrijf continu met een belastinginspecteur aan het praten over alle mogelijke fiscale problemen die je tegenkomt en die je dan dus onmiddellijk kunt oplossen. Zodat je niet drie jaar na de aangifte in discussie moet en vijf jaar moet gaan procederen en tien jaar na het indienen van de aangifte weet hoe het afloopt. Voor een CFO, de finan­ciële man van een bedrijf, is dat een nachtmerrie.’

Marshallhulp

Nederland heeft een geweldige Belastingdienst, zegt Paardekooper, die veel internationale ervaring heeft op dit gebied. En al lang. ‘Grappig om te zien hoe dat historisch is ontstaan. Na de oorlog kwam de Marshallhulp op gang. Veel Amerikaanse bedrijven gingen hier investeren en een Rotterdamse inspecteur zei toen: “Met mij kun je afspraken maken.”‘

Maar het maken van rulings, die fiscale afspraken dus, vindt plaats achter gesloten deuren. Dat biedt natuurlijk een voedings­bodem voor achterdocht en wantrouwen.

‘Er is een wettelijke verplichting om die onderhandelingen uit het publieke domein te houden. Het gaat ten slotte om nogal wat bedrijfsinformatie; die ondernemingen moeten allerlei gegevens aanleveren die voor hun concurrenten interessant zijn. Daar zit gevoelige informatie bij en ja, dat wekt de suggestie van schimmigheid.

‘Je ziet wel dat er meer transparantie komt, maar de rulings worden niet openbaar. Die zullen vooral worden uitgewisseld met andere belastingdiensten. Dat is ook goed, er is niets te verbergen.’

Verzachten

Maar doen die multinationals dan soms niet hun best om belasting te ontwijken? Nou, ze willen vooral niet te veel betalen. Of, erger, in verschillende landen belasting betalen over dezelfde winst. Dan blijft er niet veel van je bedrijf over. De Amerikaanse belastingregels spelen een rol in de discussie.

‘Daar is de vennootschapsbelasting maximaal 35 procent. Om de negatieve gevolgen van dat hoge tarief wat te verzachten, zijn er allerlei regels gekomen om die heffing zo veel mogelijk uit te stellen. Van dat systeem gaat dus een perverse prikkel uit: tot uitstel, zo lang mogelijk.’

Zo komen we bij het begrip kapitaal­importneutraliteit, waarbij de belastingheffing over winst en investeringen niet afhankelijk is van de vestigingsplaats van het bedrijf in kwestie.

‘Je ziet dat landen veel meer naar zo’n vrijstellingsmethode gaan. Nederland heeft dat altijd al gehad. Wij zijn een klein land met grote bedrijven als Shell, Philips, Unilever. Als bijvoorbeeld Philips ging investeren in Indonesië, dan zei de Nederlandse overheid dat Philips uit concurrentieoverwegingen net zo moest worden belast als lokale ondernemingen. Zo kon Philips zich enorm richten op uitbreiden, want in Nederland werd er vervolgens niet nóg een keer belasting geheven. Dan betaal je dus maar één keer belasting over die winst.’

TTIP

Laatst zag Paardekooper in de jaarrekening van een Scandinavisch bedrijf dat in drie verschillende landen belasting was betaald over dezelfde winst. ‘Ja, dat doet pijn. En zo kan het gaan, als je het onhandig doet. Dan kunnen mensen nog zo hard werken en innovatief zijn, ze verdienen niets. Bedrijven willen één keer ergens belasting betalen, en alles vermijden wat met dubbel betalen te maken heeft.’

De president van AmCham heeft natuurlijk ook te maken met TTIP (Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag), het omstreden voorgenomen handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten. Weinig verrassend: hij is er enthousiast over en wil verder kijken dan de bekende chloorkip.

‘Ik denk dat de basisgedachte achter elk vrijhandelsverdrag goed is: het wegnemen van belemmeringen, het creëren van meer werkgelegenheid en bedrijvigheid.’

Waar gaat TTIP over? Uiteindelijk moet dat leiden tot een immens economisch machtsblok: de Verenigde Staten en Europa, die dan onbekommerd goederen kunnen uitwisselen omdat alles aan dezelfde eisen voldoet. Nu kun je met een Amerikaans goedgekeurde auto hier de weg niet op zonder dat er wat aan is verbouwd, en andersom.

Groot spel

Die dubbele standaard is niet handig voor de fabrikant. Inmiddels is de negende onderhandelingsronde achter de rug: een groot spel van geven en nemen dat aan de kern van nationale identiteiten kan raken. ‘Maar ik weet zeker dat dat op een bekwame manier wordt gedaan.’

De president van AmCham wordt doorgaans gekozen voor twee jaar, maar kan, als iedereen blij met hem is, maximaal negen jaar blijven zitten. Zo ver zijn we nog niet. Maar stel dat Paardekooper die negen jaar volmaakt, hoe wil hij de club dan achterlaten?

‘Dan zou ik ten eerste hopen dat die 1.400 Amerikaanse bedrijven die nog geen lid zijn, erbij komen. Ik zou willen dat de Amerikaanse investeringen in Nederland en de daarbij horende werkgelegenheid verdubbelen. En ik zou vooral willen dat er binnen Nederland brede waardering is voor de reële bijdrage van die bedrijven aan onze economie.’

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.