nederland

Zo kunnen soldaten verdienmodel smokkelaars uitschakelen

Door Eric Vrijsen - 12 mei 2015

De Europese Unie geeft het groene licht voor militaire actie tegen mensensmokkelaars en hun boot voor de kust van Libië. Deskundigen van de marine pleiten voor een blokkade en pro-actief ingrijpen op de stranden daar.

De politieke besluitvorming is lang zo ver nog niet, maar het ministerie van Defensie werkte alvast drie opties uit om de stroom bootvluchtelingen vanuit Libië naar Italië te stoppen.

Optie 1 was heel bescheiden. Nederland stelt nog wat langer de Dornier 228-212 van de kustwacht ter beschikking aan de Europese grensbewaking.

Het verkenningsvliegtuig met een zeskoppige bemanning en drie man ondersteuning werd de afgelopen jaren al ingezet om boten en drenkelingen op te sporen in de wateren rond Lampedusa – een eilandje half zo groot als Schiermonnikoog – en elders op de Middellandse Zee.

Dit plan viel meteen af. Het Europese agentschap Frontex verklaarde het verkenningsvliegtuig simpelweg overbodig. Een hoge officier van het Operatiecentrum van Defensie verbergt met moeite zijn verbazing. Elke reddingsactie op zee begint toch met luchtobservatie en inlichtingen? Waarom wordt het modern geoutilleerde vliegtuig afbesteld, juist nu de vluchtelingencrisis een climax bereikt?

Naïef

Optie 2 was simpelweg helemaal niets doen. Laat de Italianen maar worstelen met de vluchtelingen. Zij zijn gehouden hen op te vangen, want in Europa geldt dat asielzoekers alleen terechtkunnen in het land van eerste opvang.

Maar zo’n houding kan Den Haag zich niet veroorloven, omdat ook het Nederlandse publiek de ellende niet langer kan aanzien. Bovendien zetten de media de politiek onder druk. Artsen zonder Grenzen en andere ngo’s wagen zich met reddingsboten op zee om vluchtelingen op te pikken.

Als dit zo doorgaat, ontstaat een oncontroleerbare immigrantenstroom. Waarbij meedogenloze mensenhandelaren de kraan openzetten om de naïeve liefdadigheidsindustrie naar hartelust te laten dweilen.

Vlotten

Wanhopige vluchtelingen proberen nu nog in gammele bootjes Europa te bereiken; straks worden ze misschien op vlotten gezet in de veronderstelling dat hoe meer mensen verdrinken, des te meer de overlevenden op de Europese compassie mogen rekenen.

Optie 3 was deelname van de Koninklijke Marine aan een internationale blokkade voor de Libische kust. Dit is een scenario met veel haken en ogen, maar een humanitair embargo is wel een plan dat je van een zeevarende natie als Nederland mag verwachten.

‘Niet aan de orde,’ zei vorige week een woordvoerder van Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. Daarmee houdt Nederland vast aan optie 2. Niets doen.

De vraag is hoelang het kabinet zich die afwerende houding kan veroorloven. Te pas en te onpas roept Den Haag de grondwettelijke taken van de krijgsmacht in herinnering: de verdediging van het (bondgenootschappelijk) territoir en het bevorderen van de internationale rechtsorde.

Indammen

Beide motieven zijn in de vluchtelingencrisis zeker aan de orde. Als er, zoals laatst, in één weekeinde zesduizend mensen naar

Europa oversteken, is er een gevaar dat terroristen zich mengen in deze stroom om met een bomgordel van IS-makelij wraak te nemen op West-Europa.

Bovendien kun je niet zomaar de constitutionele intenties opzijschuiven als honderden mensen in het zicht van de tv-camera’s in de golven omkomen. Dat is moreel en politiek onhoudbaar.

Daar komt nog een politiek argument bij. De komende weken besluiten de landen van de Europese Unie (EU) hoe dan ook tot een gezamenlijke aanpak van de crisis. Elk lid moet zijn steentje bijdragen: een vluchtelingenquotum opvangen dan wel militair meedoen aan het indammen van de stroom.

Fregatten

De Britse premier David Cameron bood vorige maand al aan HMS Bulwark, het vlaggeschip van de Royal Navy, richting Libië te sturen. Zijn collega’s in de Europese Raad vatten dat op als een signaal dat het Verenigd Koninkrijk géén massaal asiel verleent. Frankrijk en Duitsland gaven te kennen dat ze elk twee fregatten konden sturen.

Het kabinet-Rutte komt voor eenzelfde afweging te staan: een extra quotum vluchtelingen of een forse bijdrage aan een internationale marine-operatie onder de vlag van de NAVO, de EU of de Verenigde Naties. Zo komt optie 3 weer op tafel. EU-buitenlandchef Federica Mogherini werkte begin deze week aan een voorstel voor Europese marine-inzet onder Italiaans commando.

De moeilijkheid van deelname aan een internationale marineblokkade is natuurlijk dat je wel weet waaraan je begint, maar niet waar het ophoudt. De kans is reëel dat de West-Europese oorlogsbodems functioneren als de Lampedusa-veerdienst, waarna de EU de honderdduizenden miserables over de lidstaten moet verdelen.

‘De schatting is dat er miljoenen mensen op drift zijn. Alleen al in Libië wachten een miljoen mensen op transport,’ zegt generaal b.d. der mariniers en Eerste Kamerlid Frank van Kappen (VVD, 73).

‘We móeten de enorme vluchtelingenstromen onder controle brengen. Anders is op termijn de politieke en sociale stabiliteit van Europa in het geding. We hebben het begin van deze massale migratie nog niet eens gezien.’

Vissersdorpjes

De Koninklijke Marine deed de afgelopen jaren tijdens de antipiraterijmissies voor de kust van Somalië bruikbare ervaringen op. Elsevier raadpleegde hoge officieren. Hun boodschap: het stoppen van de mensensmokkel vanuit Libië is een lastige, maar geen hopeloze onderneming.
De kustlijn van Libië is 1.770 kilometer lang. Maar de vluchtelingen wagen de oversteek heus niet vanuit alle havensteden en vissersdorpjes. De mensenstroom beweegt zich vanuit diverse Afrikaanse landen richting Libië en concentreert zich daar in en rond de westelijke havenstad Zuara.

Dit is een betrekkelijk kleine stad met circa 180.000 inwoners, veelal Berbers. Zuara ligt 60 kilometer ten oosten van de grens met Tunesië en 100 kilometer ten westen van de Libische hoofdstad Tripoli. De afstand naar Lampedusa is hier korter dan waar ook in Libië: 150 mijl, ruim 270 kilometer.

Zuara is de logische trechter. De mensensmokkelaars kopen overal aan de kust afgeschreven bootjes, varen ermee naar hun uitvalsbasis en nemen hun slachtoffers op het strand aan boord. Een maritiem embargo hoeft zich dus niet uit te strekken over de volle lengte van de Libische kust.

Blijf je met je schepen buiten de 12-mijlszone dan kun je volstaan met een veiligheidsgordel van pakweg 60 mijl (110 kilometer) om Zuara en omstreken af te grendelen.

Oud-commandeur Michiel Hijmans, voorheen commandant van een NAVO-eskader in de Golf van Aden en de Indische Oceaan, berekent dat je hiervoor slechts een handjevol marineschepen nodig hebt. ‘Wij legden de schepen 40 mijl uit elkaar. Bij onheil is er dan in alle gevallen binnen een half tot een heel uur een schip ter plekke.’

Business-model

Maar alleen een zeeblokkade is te defensief. Bij de piraterijbestrijding bleek dat je dicht op de kust moet opereren en de krijgsheren agressief moet bejegenen. De mensensmokkel is net als de zeeroverij een business-model en dat moet je vernietigen.

In Somalië is dat aardig gelukt. Daar kon je een paar jaar geleden aandelen kopen in geplande kapingen. Naderhand had je dan recht op een deel van het losgeld. De kapers zelf kregen een klein bedrag.

Eigenlijk werd alleen de kaper die als eerste aan boord van een koopvaardijschip klom redelijk beloond: hij kreeg bij thuiskomst de bonus van een tweedehandsauto. De grote winst ging naar de financiers. Zij hielden schone handen en konden hun aandelen in piraterijprojecten tussentijds verhandelen op de beurs in de Somalische stad Harardheere.

Verdienmodel

Volgens sommige studies betaalden de Somalische krijgsheren 10 procent van hun opbrengst aan de islamitische terreurbeweging Al-Shabaab, die in ruil daarvoor de piraterij oogluikend toestond. ‘Protectiegeld,’ zegt Hijmans. Hij vermoedt dat de terroristen van IS op vergelijkbare wijze profiteren van de mensensmokkel vanuit Libië.

Een consequente aanpak door de marines van NAVO-landen, India, Rusland en China maakte aan dit verdienmodel een einde. ‘In het begin waren we bezig de symptomen aan te pakken,’ vertelt een voormalig officier van een Nederlands fregat.

‘Wij naderden gekaapte schepen. De kapers zetten vervolgens één of enkele gijzelaars op het dek en hielden een kalasjnikov tegen hun hoofd. Ze wisten dat wij geen Rules of Engagement hadden om nog iets te kunnen doen. Het was hun meedogenloosheid tegenover onze humanitaire regels.’

Bedreigen

Datzelfde spanningsveld is er nu ook op de Middellandse Zee: nietsontziende mensensmokkelaars tegenover militairen die het leven van hulpeloze mensen nooit in de waagschaal zullen stellen. Sterker, indien ze de smokkelaars te veel provoceren en het gaat mis, krijgen de militairen de dood van de slachtoffers in de schoenen geschoven.

‘Maar door stelselmatig te observeren en te registreren, konden we de kapers toch verlammen,’ vertelt de commandant. ‘We concentreerden ons op de speedboten die ze achter hun moederschepen aansleepten om geregeld op rooftocht te gaan. We schoten de buitenboordmotoren kapot en bleven ze lastigvallen. Dat verlamde ze. We wisten op den duur ook hoever de kapers wilden gaan in het bedreigen van slachtoffers.’

Het verdienmodel van mensensmokkelaars is moeilijker te vernietigen dan dat van kapers, erkennen alle officieren. ‘Vermoorden kapers hun gijzelaars, dan lopen ze het losgeld mis. Mensenhandelaars hebben de buit al binnen voordat hun slachtoffers scheep gaan. Zij laten de boot gewoon op de klippen lopen.’

Invasie

Net als met de piraterijbestrijding begint de militaire aanpak met observatie. Uiteindelijk kun je ook dit verdienmodel ontrafelen en de zwakke plekken van de krijgsheren blootleggen. Zij boeken grote winsten.

Ze kopen voor pakweg 100.000 euro een boot en zetten daar 400 mensen op, die allemaal 2.000 euro voor de overtocht betalen. Winst 700.000 euro en als een hulporganisatie de passagiers op volle zee overneemt, gebruiken de criminelen de boot nog een keer.

De opvang van bootvluchtelingen houdt dit model in stand, maar het consequent terugsturen zal de bedrijfsvoering uiteindelijk tot stilstand brengen. De vluchtelingen wantrouwen dan dit soort criminele bendes.

Australië sleept vluchtelingenboten zonder pardon naar Papoea-Nieuw-Guinea of Indonesië. Die landen krijgen betaald om de opvang over te nemen. Hierop is veel kritiek, maar de invasie van vluchtelingen op levensgevaarlijke boten is gestopt.

Volgens Nederlandse officieren kan een fregat de bootjes terugslepen naar Libië. Denkbaar is ook dat vluchtelingen aan boord worden genomen van de landing platform docks als Zr. Ms. Rotterdam en Zr. Ms. Johan de Witt. Je kunt de gedupeerden dan voeden en medisch verzorgen. Vervolgens zet je ze op de landingsvaartuigen die vanuit de romp van deze enorme schepen naar buiten varen.

Je zet de vluchtelingen af aan de kust van Libië of bij op te richten Europese opvangcentra in Tunesië, Marokko of Egypte.

Dweilen

Uiteindelijk is dit ook dweilen met de kraan open. Daarom moet ook schade worden toegebracht aan de criminele infrastructuur in Libië. Op Defensie wordt nu nog uitgesloten dat militairen in de buurt van Zuara beschietingen uitvoeren op brandstofvoorraden of vaartuigen van de mensensmokkelaars.

Want: ‘Het risico van nevenschade is te groot.’ Stel dat je met een F-16 of een drone-aanval een havenloods in brand schiet waar net honderden vluchtelingen door criminelen worden vastgehouden in afwachting van hun overtocht.

Ook de Admiraal De Ruyter-methode – mariniers op de kust afzetten voor een keiharde schoonmaak van het smokkelaarsgebied – is nu ondenkbaar. Voor dergelijke aanvalsacties is een mandaat van de Verenigde Naties nodig.

Bovendien is het geopolitiek uiterst riskant. Zet je militair voet aan wal, dan ben je eigenaar van het probleem Libië. Het adagium van alle westerse landen is: no boots on the ground. Géén grondtroepen.

Blunders

De kuststrook in het westen van Libië is onder controle van de islamitische fundamentalisten die samenwerken met IS. Alleen de kuststrook in Oost-Libië staat onder gezag van de internationaal erkende regering. Geen land in West-Europa dat mariniers of commando’s naar het oosten van Libië stuurt en naar het westen al helemaal niet.

Vooral Nederland bewaart nare herinneringen aan Libië. Vier jaar geleden mislukte een evacuatie van een Nederlandse ingenieur die samen met een Zweedse vrouw verstrikt zat in het geweld van de burgeroorlog. Een Lynx-helikopter steeg op van het fregat Hr. Ms. Tromp om ze vanaf het strand in Sirte op te halen.

Door blunders en tegenspoed stonden de evacués niet op de plek waar de Lynx op het afgesproken tijdstip landde. De drie bemanningsleden werden krijgsgevangen genomen, riskeerden executie en konden na moeizame besprekingen met het regime-Khaddafi naar huis.

Het kabinet bedenkt zich wel drie keer om opnieuw militairen naar wespennest Libië te sturen. Maar zeg nooit nooit. Somalië was ook een no-go-area, omdat in oktober 1993 een Amerikaanse commandoactie mislukte, waarna gevechten uitbraken met 19 Amerikaanse doden en ruim 70 gewonden.

Rebellen sleepten de lijken van Amerikaanse elite-militairen door de straten van Mogadishu. Naar de film die hier later over werd gemaakt, heet dit het Black Hawk Down-scenario. Toch ging Nederland in 2011 over tot landoptreden om de Somalische zeepiraten te stoppen.

Skiffs

Commandeur b.d. Hijmans, die acties op het Libische vasteland vooralsnog onmogelijk acht, onthult dat mariniers bij nachtelijke acties het strand van Somalië tot op enkele meters naderden. De piraten lieten hun skiffs in het water dobberen. De mariniers lichtten de ankers en namen de snelle boten mee.

Voortaan moesten de kapers hun boten aan land slepen. In principe hadden de mariniers aan land kunnen gaan om ook de munitie- en brandstofvoorraden van de kapers te bestoken. Maar dat stond de NAVO niet toe. Ze mochten oprukken tot aan de vloedlijn en geen stap verder.

In 2011 ontvingen de Somalische krijgsheren 130 miljoen euro losgeld. Een hoge marine-officier legt uit: ‘Vanuit Den Haag werd steeds vaker geroepen dat de oorzaak van de piraterij op het land lag. Om de politiek te laten zien dat we daar heus iets konden, gingen we over tot een aanval.’

Speedboten

Vanaf een Spaans fregat vertrok een helikopter en werd op het strand van Somalië een aantal speedboten van de kapers aan flarden geschoten.

‘Het werkte wonderwel. Niet zozeer omdat Den Haag doorkreeg dat we op deze manier de kapers konden bestrijden, maar vooral omdat de krijgsheren hun bedrijfsvoering aanpasten, waardoor ze bijna niet meer konden uitvaren.’ Commandeur b.d. Hijmans bevestigt dat de piraten hun kampementen op het strand afbraken om zich voortaan te verschuilen tussen de burgerbevolking van de kustplaatsjes.

De piraterijbestrijding is volgens hem succesvol door de combinatie van opjagen, continue aanwezigheid van wester­se marineschepen en justitieel onderzoek naar de geldstromen richting de krijgsheren. Dit is ook de methode waarmee de mensensmokkelaars kunnen worden aangepakt: financiële recherche, spionnenwerk, afluisteren van telefoonverkeer en observaties met drones vormen de basis voor maatregelen die het criminele business-model ten gronde richten.

Het vluchtelingenvraagstuk is daarmee niet opgelost, maar die mensonterende overtochten van miserables kunnen met een consequente inzet van het marinewapen worden bestreden.

Mijnenjagers

De Koninklijke Marine beschikt over 23 oceaanwaardige schepen: een Joint Logistic Support-schip, fregatten, onderzeeboten, patrouillevaartuigen, landing platform docks, mijnenjagers. In totaal zitten 2.500 officieren, onderofficieren en matrozen aan boord. Alle schepen zijn voorzien van zeer geavanceerde waarnemingssystemen.

De zes mijnenjagers zijn te klein om honderden drenkelingen plaats te bieden. Als je die inzet, krijg je ongelukken. De vier onderzeeboten zijn bruikbaar om het telefoonverkeer van mensensmokkelaars af te luisteren.

Blijven over 13 grote schepen om vluchtelingen op een veilige manier aan boord te nemen, te voeden, medisch te verzorgen en te controleren op terroristische intenties en drugssmokkel. Maar alle 13 schepen doen elders in de wereld (Cariben, Oostzee) dienst.

VVD-minister Jeanine Hennis van Defensie kan ze uiteraard terugroepen om ten minste enkele schepen te laten deelnemen aan een Europese of Atlantische marine-missie voor de kust van Libië.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.