nederland

Amerika verdenkt Turkse Nederlander van steun terroristen

Door Tom Reijner - 21 juli 2015

Een Turks-Nederlandse man wordt er door de Amerikaanse justitie van verdacht steun te hebben verleend aan de Islamitische Beweging van Oezbekistan. De Verenigde Staten hebben deze groep aangewezen als buitenlandse terroristische organisatie, die is verbonden met het terreurnetwerk Al-Qa’ida.

Irfan D. (56) is deze week uitgeleverd aan de Verenigde Staten en moest maandag voor het voor het eerst voor de rechter in Washington verschijnen, meldt de Amerikaanse veiligheidsdienst FBI.

Jihad

De man wordt ervan beschuldigd geld te hebben ingezameld voor de islamitische beweging en extremisten te hebben geronseld voor de jihad. Zij hebben volgens de Amerikaanse justitie gevochten tegen de Afghaanse overheid en haar bondgenoten, waaronder het Amerikaanse leger.

D. heeft zijn vermeende terreuractiviteiten uitgevoerd tussen januari 2006 en mei 2008 in onder meer Pakistan, Afghanistan, Turkije, Jordanië, Nederland en Frankrijk. In die periode was hij formeel inwoner van Nederland.

Samenwerking

In 2007 kwamen de activiteiten van de vermeende terrorist aan het licht door een samenwerking van de Franse, Duitse en Nederlandse politie. D. werd in januari 2015 opgepakt in Duitsland, en deze week uitgeleverd aan de Amerikaanse autoriteiten. Hij zou een belangrijk figuur zijn binnen de Europese afdeling van de Oezbeekse terreurorganisatie.

Als D. schuldig wordt bevonden, wacht hem mogelijk een lange celstraf. Alleen al voor het leveren van ‘materiële steun en middelen aan een buitenlandse terroristische organisatie’ staat een maximumstraf van vijftien jaar gevangenis.

Justitie laat weten dat D. momenteel een van de vier verdachten is die in Washington in afwachting zijn van een proces waarbij het gaat om ‘internationale, terroristische beschuldigingen’. Het gaat om vier afzonderlijke zaken. ‘Deze zaken onderstrepen onze vastberadenheid om de voorstanders van terreur te vinden en te berechten,’ aldus justitie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.